Chinese muren

Ze verdienden hun geld met mengvoeder en legden er een van de belangrijkste kunstcollecties van het land mee aan. Het echtpaar De Heus-Zomer uit Barneveld vertelt over hun Chinese werken, nu te zien in Rotterdam.

De hal in hun woning alleen al is een tentoonstellingszaal, met dit verschil: de naambordjes zijn stukjes wit papier met plakband eroverheen. Henk (72) en Victoria (70) de Heus-Zomer, groot geworden in mengvoeders en sinds vijfentwintig jaar hartstochtelijk verzamelaars van hedendaagse kunst, geven een korte rondleiding. De aanleiding: morgen opent in Rotterdam in museum Boijmans Van Beuningen de tentoonstelling Focus Beijing: Collectie De Heus-Zomer, met een selectie van hedendaagse Chinese kunst uit hun privécollectie.


Hier, Temperature no 2 van de jonge kunstenares Yin Xiuzhen, een aluminium paneel van 2 meter hoog en 1 meter breed, met een dunne snede van boven naar beneden waaruit stukjes stof piepen. Het is een aan het Amerikaanse abstract-expressionisme refererend werk, en daarmee, zegt Henk de Heus, in feite westerse kunst.


Daar, het in magisch realistische stijl geschilderde Sand Plate van Zhang Linhai. Het is een beklemmend beeld van een jongen, op de rug gezien, die cello speelt in een soort kerker. Om hem heen staan tientallen biggen, die, op één na, geen enkele interesse lijken te hebben - in jongen noch muziek.


Henk de Heus: 'Dit schilderij snap ik dus helemaal niet. Was het door een westerse kunstenaar gemaakt, dan had ik zonder meer een directe link gelegd met de Holocaust. Maar nu weet ik echt niet wat de kunstenaar wil zeggen.'


Victoria de Heus-Zomer: 'Dat is juist boeiend. Ik zie vooral de humor. Dat je denkt: man, hoe kom je er op?'


Ze lopen naar een schilderij van Zhang Huan. Hij: 'Als ik moest kiezen welk schilderij hier het langst mag blijven hangen, dan dit.'


Zij: 'Hier gaat rust van uit.'


Hij: 'Als een werk twee of drie maanden hangt, gaat het me vaak vervelen, of hier en daar irriteren. Dit niet.'


Ze kochten het tijdens hun bezoek aan de schilder, een jaar geleden. 'Op het terrein waar hij werkt staan tien enorme bakken waarin as smeult. Daarachter boomstammen, plastic, zilverpapier - alles wat maar branden wil', zegt Victoria de Heus. In een van de gebouwen ligt de as gesorteerd op kleur en grofheid. Om dit werk te maken, legt de kunstenaar tien doeken op de grond, waarop hij zelf met houtskool een afbeelding maakt.


Victoria de Heus: 'Dan komen er allemaal kleine Chineesjes met een schoenendoos met negen soorten as en die tippen met een kwast as op de doeken. Zhang Huan loopt op en neer, met een rietje in zijn mond. Daarmee blaast hij as weg. Of hij zegt: hier wil ik het donkerder. Wat Zhang goed vindt, wordt gefixeerd door een man met een tank met haarlak op zijn rug. Nou heb ik het zelf geprobeerd, met as van een sigaret en een bus haarlak, maar dat vliegt alle kanten op. Begrijp je, hoe moeilijk het is om dit werk te maken?'


Het is 1989. Het nieuwe huis van Henk en Victoria de Heus-Zomer, eigenaren van De Heus Voeders in Barneveld, is klaar. Ze zijn eind veertig, de twee oudste kinderen zijn uit huis.


De inrichting van zo'n kast van een woning is nog een hele klus. Victoria de Heus: 'Mijn vader hield van antiek, dus we hadden mooie kasten en een staand horloge en schilderijtjes met van die krullijsten: prachtige Veluwse heides en ook wel Larense school. Ik zag die kleine werkjes niet in een rijtje langs de trap omhoog hangen.'


Op een receptie op het hoofdkantoor van hun bank, ABN Amro in Amsterdam, lopen ze langs een schilderij van 'een grote dikke vette vis' van Elly Strik, 2 bij 3 meter. Moderne kunst - zoiets hadden ze nog nooit gezien. 'Een paar van die werken in de hal,' zei Henk tegen Victoria, 'en we zijn klaar.'


Of ze met een glaasje Spa de rest van het gebouw konden zien, vroegen ze aan een medewerker van de bank. Dat kon. 'We vonden niet alles mooi, maar er ging een wereld voor ons open. We vonden het spannend. Prikkelend.'


Goed: hobby gevonden. Op zaterdagen trekken ze eropuit, galeries bezoeken in Amsterdam. Henk de Heus: 'Dan kon het zijn dat we met vijf, zes schilderijen thuiskwamen.'


Victoria de Heus: 'In het begin kochten we gewoon alles wat we mooi vonden.'


Henk de Heus: 'Op een gegeven moment dacht ik: hier klopt iets niet. We kopen als kippen zonder kop.'


Deborah Wolf, destijds verantwoordelijk voor de kunstcollectie van ABN Amro, wordt geraadpleegd om een einde te maken aan wat ze 'je reinste kapitaalvernietiging' noemen. Wolf maakt een afspraak met het echtpaar: het komende half jaar mogen jullie niks kopen, ik neem jullie mee naar musea en galeries, ik leg niks uit, ik zeg alleen dat het goed is en jullie gaan zelf ontdekken waarom.


Tien jaar lang gaan ze elke zaterdag met Wolf langs musea en galeries. Ze kopen Constant, Daan van Golden, Jan Dibbets, Ger van Elk, Co Westerik. Rineke Dijkstra en Marc Mulders, later Marlene Dumas, Tjebbe Beekman, Ina van Zyl, Folkert de Jong. De contacten die ze onderhouden met de kunstenaars zijn misschien wel even belangrijk als het kopen van hun werk.


Inmiddels geldt hun verzameling als een van de belangrijkste van Nederland. De rode draad?


'We kopen met ons hart', zegt zij.


En hij: 'Als mensen vragen hoe we onze collectie typeren, dan zit ik er niet ver naast als ik zeg: lyrisch-poëtisch.'


Zij: 'Maar het is niet braaf. We proberen steeds onze grens te verleggen. Fotografie: daar vonden we eerst niks aan. Veel te afstandelijk. Nu zie ik ook de schoonheid in de foto's die Thomas Struth maakte in het oerwoud: blaadje voor blaadje, alles even scherp, machtig vind ik dat.'


Wat er nooit in komt: pornografisch werk en geweld. De Chinese Li Songsong bijvoorbeeld, bezochten ze al drie jaar in zijn atelier, prachtig pasteus geschilderd werk maakte hij, maar helaas: hij had een fascinatie voor dictators. Zeiden ze tegen elkaar: 'We gaan echt Hitler niet in ons huis hangen. En Mao hoeven we ook niet.'


Tot ze een werk zien over de Roemeense president Ceausescu: een geschilderd portret van de foto van het moment waarop hij en zijn vrouw werden gefusilleerd.


Victoria de Heus: 'Dat ging wel om een dictator, maar de verf was zo dik opgebracht dat het net een abstract schilderij was. Dat maakte de kans klein dat onze kleinkinderen zouden vragen: wat is hier voor gruwelijks aan de hand, oma?'


China komt op hun pad aan het eind van de jaren negentig. Letterlijk: galeriehouder Rob Malasch, bezig met een tentoonstelling in het Stedelijk Museum over Chinese kunst en een bekende van het echtpaar, stuurt de jonge kunstenaar Fang Lijun naar Barneveld. Hij heeft pijn aan zijn rug van het schilderen op enorme doeken. Of Henk en Victoria zich een weekend om hem willen bekommeren?


Victoria zet hem in de tijgerbalsem, Henk gaat met hem fietsen. Twee keer per dag eten ze bij de plaatselijke Chinees. Werk van Lijun hebben ze dan al: een schilderij van een man in het water, vechtend om boven te blijven.


Een jaar later bezoeken ze Fang in Peking, die hen introduceert bij zijn kunstenaarsvrienden. Musea voor hedendaagse kunst zijn er dan nog niet, galeries evenmin. Victoria de Heus: 'We gingen van atelier naar atelier, en elke avond zaten we weer in een andere wijk in Peking met twaalf man aan de eettafel. Al die kunstenaars leefden in het verborgene, het was een generatie avantgardisten die bezig was met het verwerken van de culturele revolutie en die uitgesproken politiek geëngageerd werk maakte.'


Zhang Xiaogang, internationaal doorgebroken met Bloodlines, portretten die gebaseerd zijn op familieportretten uit de tijd van de Culturele Revolutie, vonden ze toen al prachtig. Henk de Heus: 'Heel stom, daar hebben we toen niks van gekocht. Van al die kunstenaars trouwens niet. Chinese kunst werd in die tijd in Nederland totaal niet serieus genomen.'


Zij: 'Deborah raadde het ons ook af, ze vond Chinese kunst lelijk.'


Hij: 'Als ik toen die tien, twaalf werken had gekocht die ons werden aangeboden. Die waren nu samen miljoenen waard geweest.'


Expansie van hun bedrijf in China brengt het paar vanaf 2005 jaarlijks naar Peking. Ook wat hun hobby betreft zijn ze toe aan een sprong over de grens; na ruim vijftien jaar voornamelijk Nederlands werk te hebben verzameld, is de Chinese kunst een onontgonnen gebied dat klaar ligt om te worden ontdekt.


In Sabine Wang vinden ze hun Chinese Deborah Wolf en samen kopen ze Zhang Xiaogang, Ai Weiwei, Liu Wei, Lin Tianmiao, Tang Zhigang. Grote namen voor grote bedragen. De ondergrondse kunstmarkt is immers volwassen geworden, het kunstdistrict 798 een geprofessionaliseerd cluster van - vaak internationale - galeries.


De laatste jaren verzamelen ze vooral de jongste generatie. 'Breed in plaats van diep kopen', noemt Henk de Heus het. 'Op een enkele uitzondering na hebben we nooit één kunstenaar jarenlang gevolgd. We laten ons liever verrassen door iets nieuws.'


In de film die museum Boijmans Van Beuningen ter gelegenheid van de tentoonstelling maakte van hun laatste reis, zien we het echtpaar door Peking lopen. Ze gaan op atelierbezoek, praten met kunstenaars, kopen bij galeries.


Mooi fragment in galerie Pace Beijing, waar Henk en Victoria moeten kiezen uit een serie olieverfschilderijen van Yin Xiuzhen - in drie kleuren. Henk de Heus, twinkeling in de ogen bij elke nieuwe aankoop, onder alle omstandigheden een ondernemer: 'How much discount if we take three?'


Focus Beijing: Collectie De Heus-Zomer in museum Boijmans Van Beuningen, t/m 21/9 te zien, is de laatste van drie tentoonstellingen met werk uit de collectie van Henk en Victoria De Heus-Zomer. Cobra tot Dumas in Singer Laren toonde Nederlandse kunst van 1948 tot 2012, Facing nature in Museum Belvedère was samengesteld rond het thema natuur.


Steeds kleiner kopen


Verzamelen als hobby, niet als belegging: dat is altijd het uitgangspunt geweest voor Henk en Victoria de Heus-Zomer. In de afgelopen 25 jaar hebben ze nog nooit één werk verkocht. Regelmatig wordt werk uitgeleend aan musea, een selectie hangt in hun eigen huis en bij hun drie kinderen. De laatste jaren, zegt Henk de Heus, vragen de kinderen hun vriendelijk doch dwingend om kleiner werk aan te kopen. 'Vroeger trokken we ons daar niks van aan, maar laatst kochten we toch een klein doek uit de serie Poppy Fields - terwijl we de grote mooier vonden.'


focus Beijing


De tentoonstelling Focus Beijing richt zich op een aantal prominente kunstenaars uit Peking die twee generaties vertegenwoordigen. De eerste generatie groeit op in de jaren vijftig en zestig. Uit hun werk spreekt een sterk politiek engagement, waarbij ze verwijzen naar de Culturele Revolutie en de sociale en culturele omwenteling die China heeft doorgemaakt. Zhang Xiaogang (1958), Hai Bo (1962) en Ai Weiwei (1957) behoren tot deze generatie.


De tweede generatie kunstenaars groeit op in de jaren zeventig en tachtig; de periode van het Chinese opendeurbeleid. Qiu Xiaofei (1977), Wang Guangle (1976) en Liang Yuanwei (1977) zijn geboren in de fase dat de Chinese samenleving zich meer op het Westen ging oriënteren, een periode met forse groei en marktwerking. Individualiteit en intuïtie staan centraal in hun kunstenaarspraktijk. Aansluiting bij de westerse kunstpraktijk gaat hand in hand met de fascinatie voor de traditionele Chinese cultuur en ambachtelijke technieken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden