Chinese fabrieksmeisjes komen vooruit

Leslie Chang, journaliste, volgde jarenlang de Chinese fabrieksmeisjes Min en Chunming. Hun lotgevallen staan voor de ervaringen van miljoenen migranten in het moderne China....

Ze staan zes dagen per week zo’n 11 uur per dag aan de lopende band en verdienen niet meer dan 20 euro per week. Elk moment kunnen ze ontslagen worden. Ze hebben nog nooit een stad gezien en worden voordurend belazerd en bestolen. Ze slapen in overvolle slaaphallen en eten karige maaltijden. Toch voelen ze zich een bofkont.

‘Ze’ zijn de Chinese fabrieksmeisjes die onze schoenen, iPods en nagelschaartjes maken.

Drie jaar lang onderhield Wall Street Journal-journaliste Leslie Chang (39) innig contact met twee fabrieksmeisjes die hun geboortedorp verlieten en op zoek gingen naar werk in een van de fabrieken die China tot de werkplaats van de wereld maken. Van zulke meisjes zijn er circa veertig miljoen.

Min was 16 jaar bij de eerste ontmoeting en Chunming begin 20. Ze wonen en werken in de industriestad Dongguan, in Zuidoost-China waar 1,7 miljoen autochtonen wonen en 7 miljoen migranten.

In Fabrieksmeisjes, waarvan deze week de Nederlandse vertaling verschijnt, doet Chang verslag van haar vriendschap met Min en Chunming en van de gesprekken die ze met talloze andere fabrieksmeisjes voerde. Door in te zoomen op twee van de in totaal 130 miljoen Chinese migranten portretteert Chang de grootste migratiegolf in de geschiedenis.

De meisjes werken 11 uur in de fabriek en volgen ’s avonds een computercursus. Wat drijft hen?

‘Ze willen vooruit in de wereld. In het Westen zien wij de fabrieksmeisjes vaak als willoze slachtoffers die in een gevangenis worden uitgebuit. Zo zien zij zichzelf helemaal niet. De fabriek is voor hen een eerste stap op weg naar een beter en rijker leven. Ze zijn zeer inventief en altijd op zoek naar betere kansen. Voortdurend veranderen ze van baan om vooruit te komen. Een computercursus kan ze daarbij helpen. Chungming klimt op tot bedrijfleidster en onderneemster.’

Welke eigenschapen heeft een succesvol fabrieksmeisje?

‘Ze moet heel moedig zijn. De meeste meisjes verlaten voor het eerst hun geboortedorp en worden totaal overdonderd door de grote stad en de immense fabriekscomplexen. Ze merken dat er miljoenen meisjes zijn zoals zij; de concurrentie is enorm. Het is een jungle. Als jij de kans niet pakt, pakt iemand anders hem. Daarom hebben de meisjes zo weinig vriendschappen. De allesoverheersende mantra’s zijn: vertrouw alleen jezelf, en: niemand zal je helpen, behalve jezelf.

‘De fabrieksmeisjes hebben een loodzwaar leven, maar maken ook een hoop plezier. ’s Avonds en in het weekeinde trekken ze de stad in. Min en Chunming bezoeken winkels met airconditioning, kijken naar de nieuwste mode en laten hun haar knippen of verven – het ultieme bewijs dat ze het boerenleven achter zich hebben gelaten. Ze genieten van het vrije, moderne leven. Thuis waren ze arm en stonden ze onder aan de sociale ladder.’

De snelheid van de veranderingen in de levens van Min en Chunmin is adembenemend.

‘Bijna onvoorstelbaar. Iedereen wisselt voortdurend van baan. Een bezoek aan een banenbeurs levert een nieuwe loopbaan op in een heel ander deel van China en de aankoop van een een vals diploma op de markt leidt tot een nieuwe carrière. Op een gegeven moment raakt Min haar mobiele telefoon kwijt, en daarmee verliest is ze haar complete sociale netwerk. Ze weet nog wel in welke fabriek haar vriendinnen zitten, maar omdat ze zo snel van baan wisselen, zal ze die nooit meer terugvinden.’

De migratie van de meisjes leidt ook tot sociale veranderingen.

‘De meisjes stijgen in aanzien en worden zelfstandiger doordat ze hun eigen geld verdienen. Eeuwenlang hadden Chinese boeren liever een jongen dan een meisje. Nu is dat op veel plaatsen omgekeerd: een meisje levert meer geld op als ze in een fabriek gaat werken. Ook de verhoudingen tussen ouders en kinderen veranderen. De meisjes brengen meer geld naar huis dan de ouders verdienen. Ze maken dan ook vaak de dienst uit.’

China wordt hard geraakt door de wereldwijde recessie, er zijn al minstens 20 miljoen werklozen. Hoe vergaat het Min en Chunming?

‘Ik spreek ze regelmatig. Min is momenteel terug in het dorp van haar man om te bevallen van haar eerste kind. ChunmingS hopt van het ene naar het andere kantoorbaantje. Er is minder werk zegt ze, maar ze is niet een keer ontslagen. Ze stapte op omdat ze elders een betere kans zag.’

Veel economen zeggen dat China minstens 8 procent economische groei nodig heeft om de aanwas van migranten te absorberen. Minder groei, zoals nu, zou tot sociale onrust leiden. Merkt u daar al iets van?

‘Nee. Ik geloof absoluut niet in de 8-procent-theorie. Om te beginnen bestaan er in China geen betrouwbare statistieken. Bovendien hebben de migranten weinig politiek bewustzijn. In mijn drie jaar tussen de fabrieksmeisjes heb ik het slechts een keer over politiek gehad.

‘Momenteel gaan miljoenen migranten terug naar huis. Ze blijven daar een paar maanden, horen over nieuwe kansen in een andere grote stad en vertrekken weer. Mins man is alweer aan het werk in Dongguan, bijvoorbeeld. Er is nog genoeg werk.

‘Vergeet niet: de fabrieksmeisjes, en hun mannelijke collega’s, zijn zeer pragmatisch. Als hun iets slechts overkomt, is hun reactie niet: wie is hier schuldig aan en hoe kan ik hem dit betaald zetten? Nee, ze denken: wat kan ik doen om weer vooruit te komen? Waar vind ik zo snel mogelijk een nieuwe baan?’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.