Chinese emoties: hou je gedeisd

Chinezen uiten hun gevoelens niet of moeizaam. Is dat oriëntaalse mystiek? Gelukkig zal degene zijn die altijd tevreden is met wat hij heeft....

OP EEN WARME nazomeravond zat in het Olympisch Stadion van Peking een ongebruikelijk publiek: de hoofdstedelijke jeunesse dorée. De kaartjes waren knap prijzig, maar het evenement was er dan ook naar: een zeldzaam concert van China's beroemdste rocksterren.

Rock is in China allang geen ondergrondse protestmuziek meer. Rock mag. Ik snap nu ook waarom. Een braver rockfestijn dan op die Pekinese avond heeft de wereld waarschijnlijk nooit gekend. Aan de musici heeft het niet gelegen, aan hun helse decibels evenmin. Nee, het lag aan het publiek. Zelden zulke lauwe reacties gezien.

Goed, het wemelde in het stadion van politie, klaar om iedere poging tot ordeverstoring - in de Volksrepubliek valt daar ongeveer alles onder wat afwijkt van het geijkte onopvallende gedrag - in de kiem te smoren. Het was niet nodig. Het publiek was zijn eigen politie.

Het stadion is niet afgebroken. Geen podiumbestorming, geen extase, geen gejuich, geen gehos, hooguit wat ritmisch gezwaai met reflecterende stokjes en na ieder optreden een snel wegstervend applaus. Waren de fans dan teleurgesteld in hun idolen? Absoluut niet. Maar waarom lieten ze dat dan zo weinig merken? Omdat Chinezen hun gevoelens liever voor zichzelf houden.

Toch hoorde ik van oudere mensen dat de jongeren in het stadion zich behoorlijk hadden laten gaan. In hun tijd zou zoiets onvoorstelbaar zijn geweest. Dat was de tijd waarin het enige muzikale vermaak moest komen van de tien toegestane revolutionaire arbeidersopera's. Het was de tijd ook waarin iedereen hetzelfde dacht, hetzelfde eruitzag, hetzelfde voelde. Beter gezegd, niets diende te voelen behalve hartstocht voor de revolutionaire zaak.

CHINEZEN EN gevoelsuiting, daar zit duidelijk een spanning tussen. Westerlingen spreken al gauw over typisch oriëntaalse mystiek als ze zien hoe oosterlingen onbewogen in de branding van het leven staan, hoe ze lachen als wij zouden huilen, hoe ze alles langs hun koude kleren lijken te laten afglijden. Oriëntaalse mystiek? Handig etiketje voor een doosje voor alles waarmee we beoosten Istanbul niet goed raad weten.

Zeker, de doorsnee Chinees verstopt zijn gevoel. Dat doet hij soms zo bekwaam dat het kan lijken alsof hij er geheel van verstoken is. Maar dat verstoppen komt niet voort uit een mystieke aanleg of behoefte, maar uit gewoonte. Vanaf zijn vroegste jeugd heeft de Chinees geleerd dat hij zich moet inhouden. En als hij toch emoties uit, dan dient dat te gebeuren met mate.

Niet te veel verdriet, niet te veel woede, niet te veel blijdschap, niet te veel geluk. Bewandel de gulden middenweg. Wees evenwichtig. Rebelleer niet. Accepteer de zaken zoals ze zijn. Probeer de onverbiddelijke loop der dingen niet tegen te houden, maar pas je aan en maak er het beste van. Lach, en wees tevreden. Het spreekwoord zegt het al: gelukkig zal degene zijn die altijd tevreden is met wat hij heeft. Puur taoïsme.

Ik hoor het van iedereen en ik merk het ook zelf: Chinezen onderwerpen hun emoties aan belangrijker geachte waarden, zoals respect, vormelijkheid, behoedzaamheid om het gezicht niet te verliezen, zelfdiscipline.

De traditionele opvoeding brengt de kinderen geen eigen initiatief bij, maar wel een confuciaans respect voor hoger geplaatsten: ouders, ouderen in het algemeen, leermeesters, gezagsdragers van alle niveaus en de toekomstige echtgenoot, al probeert de moderne Chinese vrouw haar man als gelijke te zien. De oudere broer hoort ook in dit rijtje thuis, maar oudere broers zijn er vanwege de eenkindpolitiek steeds minder.

Van kindsbeen af leren de Chinezen dat ze nimmer hun gezicht mogen verliezen, want dan sta je letterlijk lelijk te kijk. Wie zijn emoties toont, verliest de controle over zichzelf en geeft de buitenwereld een blik op zijn innerlijk. Dat maakt je kwetsbaar en kan leiden tot gezichtsverlies of tot verstoring van de hiërarchische verhoudingen.

Het is beter maar wat te lachen, ook als er volgens ons niets te lachen valt. Het is dé manier om je gezicht te redden. Pijn of vernedering kun je afdoen met een lachje, droefheid of boosheid achter een glimlach verbergen. Als je een tegenslag hebt, zeg je: mei guanxi, het maakt niet uit, en je doet er een lachje bij om jezelf niet te laten kennen.

Door te lachen probeer je een groot probleem kleiner en daardoor beheersbaar te maken. Je lacht als je je opgelaten of nerveus voelt, je lacht om je gevoelens te maskeren, je lacht zelfs als je een ander ziet lijden. Niet uit leedvermaak maar omdat je met zijn leed geen raad weet. Zelfs de grootste woede kun je camoufleren met een lach. Leng xiao noemen de Chinezen dat, koud lachen.

Lachen uit plezier of blijdschap bestaat natuurlijk ook. Humor is meestal rechttoe rechtaan. Ironie en dubbele bodems komen niet over. Moppentappers en televisiekomedies zijn populair, mits de humor niet al te subtiel is. De normale gedragsregels schrijven echter ernst voor. Laatst werd de presentator van een radioshow ontslagen omdat hij te geestig was. Wie op zoek is naar vlot, nonchalant gedrag, kan China beter mijden. Nieuwslezers zijn stijver dan harken, docenten moeten ingetogen gekleed gaan, trieste mantelpakjes en treurige kostuums accentueren alom de vormelijkheid.

Na twintig jaar huwelijk met een Chinese man heeft een in Peking wonende Française nog altijd niet het gevoelsleven van haar echtgenoot doorgrond. 'Hij praat nooit over zijn gevoelens voor me', zegt ze. 'Hij heeft nog nooit ''Ik houd van je'' tegen me gezegd. Ook zonder woorden, zegt hij, kan hij dat laten merken. Dat doet hij ook wel, op een indirecte manier, met cadeaus en zo, maar ik zou het best leuk vinden als hij zich wat minder pantserde.'

Een Chinese jongeman bekende dat hij verliefd was, maar dat hij het de betrokkene nooit had durven zeggen, ook al omdat hij bang was dat hij anders voor altijd aan haar vast zou zitten. Eerst moest hij zijn carrière op poten zetten, pas dan kon hij aan de liefde denken. Had hij haar die rationele overwegingen duidelijk gemaakt? 'Alleen indirect. Dat soort dingen zeg je niet zomaar.' De vriendin, het wachten beu, heeft hem in zijn sop laten gaarkoken.

Chinese echtelieden mogen nog zo veel van elkaar houden, buiten de slaapkamer zullen ze dat nimmer laten blijken. Nooit eens een gezellige knuffel, nooit eens een tedere aanraking of een liefdevolle blik. Nee, de traditionele opvatting wil dat man en vrouw elkaar behandelen als gasten die altijd respect voor elkaar tonen. Dat is, zo leren de ouden, de beste garantie voor een stabiel huwelijk. Meer kon je ook moeilijk verwachten van huwelijken die vaak al tijdens de kinderjaren waren gearrangeerd.

Vóór de tijd van Mao diende het respect van de vrouw voor de man groter te zijn dan omgekeerd, want de vrouw gold als inferieur en de man bracht het geld in. Die wanverhouding is wat bijgetrokken sinds beide echtelieden werken en de seksen, althans op het papier van de grondwet, gelijk zijn.

Als een Chinese man aardig doet tegen zijn vrouw, denkt iedereen dat hij er een minnares op nahoudt. In een tv-serie werd een vrouw die net uit het ziekenhuis was gekomen, door haar man heerlijk vertroeteld. Ze durfde niet te concluderen dat hij een ander had. Maar evenmin dacht ze: wat heb ik toch een lieve man. Nee, ze had een andere verdenking: ik moet wel heel erg ziek zijn.

Evenzo wekt het achterdocht als mensen van hetzelfde sociale niveau elkaar beleefd behandelen. Wie zich aan dat gedrag schuldig maakt, kan geen echte vriend zijn. Een met een buitenlander getrouwde Chinese klaagde dat Chinese mannen zo weinig galant zijn: nooit eens een deur openhouden, nooit eens een vrouw laten voorgaan. Mannen én vrouwen trappen op andermans tenen, drukken anderen weg en bieden nooit excuses aan, want die kleinburgerlijke gewoonte is onder Mao afgeschaft.

Buitenlanders die Chinees proberen te spreken, worden de hemel in geprezen, maar daaruit afleiden dat de Chinezen complimenteus zijn, is een vergissing. Zeker, hoger geplaatsten worden ritueel geprezen, maar dat is logisch in een maatschappij waarin de sociale positie allesbepalend is. Minderen moeten tegenover hun meerderen respect tonen, anders verliezen ze hun gezicht, hun baan, hun vrijheid of hun leven.

Maar voor een gelijke kan een complimentje er zelden of nooit af, want niemand hoort boven het maaiveld uit te steken. Dat geldt voor collega's onder elkaar, het geldt ook voor man en vrouw. Een mooie vrouw bekende me eens dat haar man haar nog nooit had gezegd dat ze mooi was. Waarna ze zichzelf troostte: 'Hij schijnt het wel tegen anderen te zeggen, als ik er niet bij ben.'

Net als bij ons worden kleine kinderen aangehaald. Maar met het opgroeien groeit ook de afstand. Al snel is het instinct geheel verdrongen door de conventies. Familieleden en vrienden geven elkaar als groet hooguit een hand. Westerse kussen vindt men indiscreet, de dubbele wangkus gênant, de drievoudige het summum van ongepastheid. Onze gebaren van genegenheid, hoe ritueel ook, gelden in China als een inbreuk op de privacy.

Jonge stedelingen verstoppen tegenwoordig hun emoties wat minder. Ze zien immers westerse films en zijn jaloers op het gemak waarmee daar het gevoel op tafel komt. De romantische draak Titanic was in China een ongekend kassucces. Maar respect tonen en afstand houden zijn diep geworteld. Nog altijd is het een uitzondering als een jongen en een meisje elkaars hand vasthouden of elkaar publiekelijk een zoen geven. Daarentegen is het heel gewoon dat jongens hand in hand lopen met jongens en meisjes met meisjes. Maar dat is geen liefde, dat is vriendschap, en voor homo's is het een ideaal alibi.

WIE OF WAT heeft de Chinezen gedwongen tot die ingetogenheid, om niet te zeggen dat façadegedrag? Waarom houden ze zo vaak hun gevoel en hun mening voor zich, waarom zeggen ze zo zelden waar het op staat? Deze gewoonte stamt uit een tijd die in de meest achtergebleven gebieden op het platteland nog altijd harde werkelijkheid is: de tijd waarin het voortbestaan van de gemeenschap voortdurend op het spel stond.

China was, en is voor 70 procent nog altijd, een agrarische samenleving. Op het land is het leven hard. Oorlogen, hongersnood, aardbevingen, overstromingen, besmettelijke ziekten: altijd lag wel een massaal gevaar op de loer. Overleving van de gemeenschap - als familie, dorp, etnische groep of andere collectieve samenlevingsvorm - stond centraal. De belangen van het individu waren daaraan volkomen ondergeschikt. Nog altijd staan in China individuele rechten in laag aanzien.

De calamiteiten brachten een reflex van zelfverdediging teweeg. Om je te beschermen, was het beter je niet bloot te geven, aan niets en aan niemand. Het was beter je aan te passen aan situaties die je toch niet veranderen kon, want wat gebeuren moest, moest gebeuren. Beheersing van de emoties was de beste manier om je te harnassen. Daarom: kruip in je schulp, cijfer jezelf weg, wees met weinig tevreden, laat je niet gaan, probeer in het kwade het goede te ontdekken, besef dat een ander er nog slechter aan toe kan zijn, bedenk dat lijden lering brengt.

Deze boerenmentaliteit werd in de jaren van Mao tot nationale filosofie verheven. Boer en arbeider werden de rest van de Chinezen als model voorgehouden. De collectivisering van het leven, tot in de meest intieme privé-sfeer toe, liet geen ruimte voor de uiting van individuele, dus burgerlijke, emoties, laat staan voor eigen opinies. Meer dan ooit waren de Chinezen gereduceerd tot massa's van naamloze individuen met een collectieve ziel en een collectieve mening.

Nog altijd opereren de Chinezen graag in groepsverband en nog altijd is het lastig ze een eigen mening te ontlokken. Maar in het kielzog van de markteconomie kwijnt het gemeenschapsgevoel weg en rukt het individualisme snel op. Geld, vroeger een verachtelijk begrip, is de hoogste waarde geworden. Wie nu nog de belangen van de gemeenschap voor laat gaan, geldt als niet goed snik. Niet meer de boeren en arbeiders zijn het ideaal, maar de snelle jongens die zich, eerlijk of slinks, fortuinen hebben verworven. Het historisch materialisme heeft plaatsgemaakt voor materialisme sec.

De oude tevredenheid kwijnt weg naarmate het verschil tussen rijk en arm groeit. Miljoenen boeren lappen de agrarische berustingsfilosofie aan hun laars en trekken naar de steden om rijk te worden. Jongeren kijken van het Westen het individualisme af en willen meer plezier in hun leven. Steeds meer mensen verlaten het groepsverband en sluiten zich in een flatje af van de gemeenschap.

Over deze nieuwe culturele revolutie praatte ik met Shi Lin, die aan een universiteit in Peking sociale psychologie doceert. Omdat ze tien jaar in de Verenigde Staten heeft gewoond, kan ze vergelijken. Ze ziet veel verschillen in waarden, maar niet op het gebied van de emoties. Alleen: in het tonen daarvan voelen de Chinezen zich nog altijd erg geremd, hoezeer de factoren die dit gedrag hebben bepaald ook aan belang hebben ingeboet.

Sommige jongeren willen niet meer van hun hart een moordkuil maken. Lang niet iedereen stelt dat op prijs. Een jeugdige docente internationale economie vertelde dat een paar ouderejaars elkaar in aanwezigheid van eerstejaars hadden gezoend. Ze vond dat een bar slecht voorbeeld.

We raakten aan de praat over de veranderende zeden en over de moeilijke manier waarop de Chinezen hun emoties hanteren. Chinezen zijn schuwe mensen, zei ze. Dat bleek ook voor haarzelf te gelden: hoewel ze niets had gezegd om zich een buil aan te vallen, wilde ze haar naam in geen geval in de krant. Hou je gedeisd. Val niet op.

In een cultuur die de individualiteit altijd heeft onderdrukt en nog maar net het platste materialisme heeft ontdekt, is het inslikken van emoties en eigen meningen een tweede natuur geworden. Wat er in vijfduizend jaar is ingestampt, gaat er niet zo maar uit.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden