Chinese éénkind-ambtenaren helpen nu met opvoeding

Van minder kinderen naar slimmere kinderen

Tot 2013 kende China een strenge eenkind politiek. Li Bo was een van de uitvoerders. Nu probeert hij op het platteland het vertrouwen te winnen van (groot)ouders om hen te leren opvoeden. Een experiment.

In het dorp Taibai, waar geen huisbezoeken worden afgelegd, speelt slechts één peuter in het opvoedingscentrum: de dochter van de beheerder. Beeld Ruben Lundgren

Sommige dorpelingen sloegen de deur in zijn gezicht dicht. Anderen hielden zich schuil in de voorraadschuur. Stond Li Bo (35) met een juten zak vol speelgoed en zijn plastic mapje met lesmodules opvoedingsondersteuning voor een afgelegen boerderij en dan liet niemand hem binnen. 'Mensen vonden het vreemd. Komt er een ambtenaar gezinsplanning die je verbiedt baby's te krijgen ineens bij de opvoeding helpen. Ze geloofden er geen snars van.'

Li Bo werkte twaalf jaar bij Gezinsplanning, de overheidsinstantie die het eenkindbeleid uitvoerde, toen de strenge bevolkingspolitiek in 2013 op de schop ging. Ineens hadden Li en ruim 1,2 miljoen collega's die dertig jaar lang tot in de verste uithoeken van China het voortplantingsgedrag hadden gecontroleerd, niet veel omhanden. De tijd dat kluitjes ambtenaren de dorpen introkken voor razzia's op zwangere vrouwen is voorbij: Chinezen mogen nu twee kinderen en Li heeft een nieuwe taak gekregen. In Shannan, een armoedig bergdistrict in de West-Chinese provincie Shaanxi, werken zeventig ambtenaren aan een experiment dat de achterstand van het platteland moet aanpakken.

Grootouders

Het idee is briljant in zijn eenvoud: gezinsplanners bezoeken een half jaar lang wekelijks een paar honderd gezinnen met kinderen tussen de 18 en 30 maanden oud. Opvoeders krijgen lessen over het stimuleren van kinderen en bijpassend speelgoed dat sociale vaardigheden, motoriek en intelligentie prikkelt. Een week later komt er een nieuwe les. Verantwoord speelgoed ter waarde van 13.400 euro dat wekelijks wordt ontsmet en in setjes rouleert over het platteland is de grootste kostenpost voor het project. De controlegroep bestaat uit peuters die alleen een voedselpakketje kregen, maar geen les of speelgoed, en een groep waar geen enkele hulp werd aangeboden.

'Praat tegen de baby. Zelfs als hij niet kan praten, moet je het taalgevoel non-stop stimuleren. Spreek langzaam en luid, overdrijf gerust, maak er gebaren bij.' Li knielt op ooghoogte om het voor te doen. 'Dat is oma! O-ma! OOOO-MA!' Lachend vertrekt oma naar de keuken. Dat haar oudste kleinzoon slimmer is geworden door het spelen met blokjes ziet Zhang Ruihua (51) ook, maar met baby's praten? De tarwe moet worden gezaaid, de noedels zijn klaar voor de pan, ze heeft het druk. Haar dochter is wel geïnteresseerd, maar die gaat binnenkort terug naar de stad waar ze het familie-inkomen opkrikt met een baantje als serveerster. De gele akkers leveren niet genoeg op om de familie in leven te houden. Zo wordt 40 procent van de kinderen in Shannan opgevoed door de grootouders.

Lees verder onder de foto.

Ambtenaar Li Bo: 'Ik moest leren me in een peuter te verplaatsen.' Beeld Ruben

Die noodgedwongen afwezigheid van de moeders leidt tot schokkende achterstanden in de ontwikkeling van jonge kinderen, blijkt uit de eerste evaluaties van het opvoedingsexperiment. 'De sociale intelligentie en het IQ van de kinderen crashen zodra de moeder na de bevalling vertrekt. Slechts 5 procent van de opvoeders leest voor, minder dan 11 procent vertelt een verhaaltje of zingt een liedje', zegt Scott Rozelle. Deze in Chinese plattelandsarmoede gespecialiseerde professor aan Stanford University is samen met Chinese wetenschappers de drijvende kracht achter het Perfect Ouderschap-experiment.

70 procent van de stadskinderen geniet hoger onderwijs, maar in arme plattelandsgebieden haalt slechts 8 procent de middelbare school. Volgens Rozelle en zijn Chinese collega's verklaart de ontwikkeling van de hersenen in de eerste levensjaren van een kind dat enorme verschil. Grootouders leggen onbewust de basis voor achterstand door kleinkinderen op te voeden zoals ze zelf zijn grootgebracht: als boeren. Prop peuters vol met eten. Zorg dat ze geen kou vatten, dus verpak ze in driedubbele lagen gewatteerde kleding. Zet ze vast in een primitieve houten kinderstoel, dan vallen ze niet.

Armoede

Als er al gespeeld wordt - en dat doet maar een op de drie opvoeders - bestaat het 'spel' uit de televisie aanzetten. 'Jonge moeders die in een fabriek werken, doen het iets beter, maar dan zijn hun kinderen min of meer voorbestemd voor de lopende band. Terwijl die fabrieksbanen langzaam verdwijnen omdat de economie verandert. We hebben straks veel slimmere kinderen nodig om de Chinese kenniseconomie competitief te maken', zegt Cai Jianhua, directeur van de afdeling Training en Communicatie van de Nationale Gezondheids- en Gezinsplanningscommissie. Vroeger was dit het ministerie van gezinsplanning: de dienst achter het eenkindbeleid.

In Shannan, officieel benoemd tot armoedegebied, schommelt het gemiddelde gezinsinkomen rond de 836 euro per jaar. Van dat gemiddelde kan Liu Zhifang (48) alleen maar dromen: zoveel verdient ze in zes jaar niet op haar schrale akkertje. Met haar kreupele linkerbeen komt ze het onvruchtbare ravijn waar haar lemen boerderij is weggestopt nauwelijks uit. Er bestaat een uitkering voor de allerarmsten en gehandicapten, maar die krijgt Liu niet. Ook een lening uit een speciaal armoedepotje is aan haar neus voorbijgegaan. Geen idee waarom, zegt ze; als analfabeet is het belegeren van de overheidsbureaucratie voor Liu erg lastig.

Liu zit in de 'controlegroep' die geen opvoedingsondersteuning aan huis krijgt. Haar kleinzoon van 1,5 hangt verlegen op haar heup. Op de ruwe stenen vloer ligt een houten laatje met plastic poppenhoofdjes, bekraste cd's en autootjes zonder wielen. 'Een speelgoedje, 100 euro en een stukje spek. Dat neemt mijn zoon mee voor ons uit de stad.' Hoe vaak komt die zoon op bezoek? 'Een keer per jaar. Dat is de enige keer in het jaar dat we vlees eten.'

Bij de mazzelaars die de opvoedingslessen aan huis kregen, heeft de eerste fase van het opvoedingsexperiment hoopgevende resultaten opgeleverd. De sociale vaardigheden en het IQ bij die kinderen zijn veel sneller vooruitgegaan dan bij de controlegroep en de gezinsplanners bleken na wat training geschikte opvoedingsconsulenten. Grootste struikelblok is en blijft voortijdig afhakende ouders en grootouders, die zich niet over het wantrouwen tegen de voormalige boemannen van het eenkindbeleid kunnen heenzetten. 'Dat waren wel de gasten die je uit je huis zetten of je televisie meenamen als je een kind te veel had gekregen', zegt oma Zhang Ruihua.

Opvoedingscentra, die nu in vijftig dorpen worden neergezet, moeten dat probleem verhelpen. In zo'n centrum mag iedere opvoeder met een kind onder de 30 maanden elke werkdag komen spelen. Wie zich opgeeft voor een speelgoedpakket voor thuis krijgt les van een voormalige gezinsplanner. Prettiger dan die huisbezoeken, vinden opvoeders. En Li Bo staat niet meer voor dichte deuren.

'Blijf dat fruit benoemen. Een AP-PEL.' Li Bo instrueert een oma in het Opvoedingscentrum. Hij moet schreeuwen om boven de herrie van muziekmakende loopauto's en xylofoontjes uit te komen. Een tiental peuters hobbelt, valt, huilt, grist elkaars speelgoed uit de knuistjes en duikelt krijsend in de ballenbak. Een opmerkelijke werkomgeving voor een man die tot voor kort beroepsmatig abortussen en sterilisatie afdwong. 'Aanvankelijk vond ik mijn nieuwe functie volslagen nutteloos', zegt Li Bo. 'Als ambtenaar maak ik quota vol volgens plan, maar dat werkt niet met kinderen. Ik moest leren me in zo'n peuter te verplaatsen.'

Bijvangst: het project verbetert de korzelige verhoudingen tussen eenkindambtenaren en dorpelingen. Verzoening is een groot woord, maar de schrik van het platteland is Li Bo niet meer. 'Die kinderen worden slimmer door mijn opvoedingsondersteuning. Ik heb nu het gevoel dat ik moeders een cadeautje geef, in plaats van iets bij ze weg te halen.'

Lees verder onder de foto.

Li Bo instrueert een oma het Opvoedingscentrum. 'Blijf dat fruit benoemen. Een A-P-P-E-L.' Beeld Ruben Lundgren

Niet elk Opvoedingscentrum is zo levendig. In het dorp Taibai - controlegroep zonder huisbezoeken - speelt er slechts een peuter: de dochter van de beheerder. Een keer per week komt een gezinsplanner lesgeven en nieuwe speelgoedpakketjes uitlenen. Als er dan vier kinderen komen opdraven is het veel. Opvoeders in de bergen rond Taibai voeren allerlei redenen aan er niet heen te gaan: geen tijd, het is ver weg, het weer is te koud of juist te warm. Of ze zijn slecht ter been, zoals Liu Zhifang met haar horrelvoet. 'Ik weet dat het Opvoedingscentrum goed is voor mijn kleinzoon, maar ik ben een halve dag onderweg om er te komen. Ik kan die energie beter gebruiken om de was te doen.'

In andere provincies beginnen nu varianten op het Shannanproject om de formule te perfectioneren, zegt Cai Jianhua. 'Zijn twee huisbezoeken per maand optimaal of is wekelijks beter? Hoe krijgen we meer peuters naar de Opvoedingscentra? We vechten voor nationale financiering. Als China bereid is 0,1 procent van het bruto nationaal product aan opvoedingsondersteuning uit te geven, wordt het een een welvarender, eerlijker land.'

De Chinese overheid heeft gezworen binnen drie jaar de armoede uit te bannen. Wat heeft het voor zin nu zeventig miljoen mensen uit de armoede te tillen als je hun kinderen en kleinkinderen niet helpt hun ontwikkelingsachterstand in te lopen, vraagt Cai zich af. 'Dan kunnen we over twintig jaar weer opnieuw beginnen met armoedebestrijding.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.