Chinese communisten hebben nieuwe idealen

CHINA'S overgang van het meest rigoureuze communisme naar het wild-west-kapitalisme heeft slechts een kwart eeuw geduurd, en nog altijd is dezelfde communistische partij aan de macht....

Jan van der Putten

De speech waarmee de scheidende partijleider Jiang Zemin vrijdag het zestiende partijcongres opende, stond bol van de zelffelicitaties. Eén daarvan betrof de overleving van de Chinese communistische partij, ondanks de 'ernstige terugslag' van het socialisme elders in de wereld.

De verkalkte regimes van Midden- en Oost-Europa zijn ingestort, de Sovjet-Unie is ontbonden, vrijwel overal hebben communistische partijen de democratie ontdekt, maar in China lijken de communisten nog voor onbepaalde tijd in het zadel te zitten en wordt ieder politiek alternatief in de kiem gesmoord. Wat is het geheim van Peking?

Ontzag voor gezag zit in het Chinese DNA, maar als het gezag het langdurig te bont maakt, komt er opstand. Mao zelf was de leider van een boerenrevolte. Na zijn zege in 1949 kroonde hij zich tot 'rode keizer'. Veel later dan 1976 had hij niet moeten doodgaan, anders zou ook tegen zijn terreurbewind een rebellie zijn uitgebroken.

De nieuwe sterke man Deng Xiaoping greep op tijd in. In 1978 gaf hij de Chinezen een nieuw ideaal: rijk worden. Zo werd het 'socialisme met Chinese karakteristieken' geboren, een mengsel van plan- en markteconomie met steeds meer markt en steeds minder plan.

Toen deze economische ommezwaai ook politieke gevolgen dreigde te krijgen, smoorde aartsvader Deng de democratische rebellie van Tiananmen in bloed. De liberale partijleider Zhao Ziyang werd afgezet. Dat was in 1989, het jaar van de omvallende dominostenen in Midden- en Oost-Europa. Zhao heeft nog altijd huisarrest. Als nieuwe partijchef wees Deng de plaatselijke partijleider van Shanghai aan, ene Jiang Zemin.

Na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie wist Jiang Zemin zeker hoe hij het níet moest doen. Politieke concessies waren uit den boze. Economische vooruitgang moest het volk tevreden houden en het machtsmonopolie van de partij garanderen.

Die opzet is voorlopig geslaagd. De economische groei is fenomenaal, en Jiang zei vrijdag dat het nog maar een begin is. In 2020 moet het bruto binnenlands product vier keer zo groot zijn geworden en moet een comfortabel bestaan niet meer een voorrecht zijn van een rijke minderheid maar een recht van alle Chinezen.

Klinkt goed, die utopie van de gelijkheid in overvloed. Maar ze is wel volledig in strijd met het tot nu toe gehanteerde model, dat heeft geleid tot tegenstellingen zoals nimmer tevoren tussen rijk en arm, kustprovincies en binnenland, Han-Chinezen en etnische minderheden.

China is de werkplaats van de wereld geworden. Zelfs uit arme landen worden hele fabrieken overgeplaatst naar China, waar de loonkosten een sluitpost zijn en het de werknemers verboden is zich te organiseren. En dat zal zo blijven zolang de werkloze boeren bij miljoenen naar de steden trekken en er een regime aan de macht is dat de investeerders stabiliteit biedt en protesten de kop indrukt.

Intussen heeft Jiang de leer verder aangepast aan de realiteit, die laat zien dat de privésector banen creëert en de drijvende kracht is van de economie. Op het partijcongres hamerde hij op de 'gewichtige gedachte van de Drie Vertegenwoordigingen', die kapitalisten toelaat tot de communistische partij. Deze 'bouwers van het socialisme met Chinese karakteristieken' zullen voortaan met alle egards worden behandeld.

Alle congresgangers zongen de lof van Jiangs 'gewichtige gedachte', die ongetwijfeld wordt opgenomen in het partijhandvest. In deze eigentijdse vorm van het marxisme is de partij niet meer de vertegenwoordiger van een sociale klasse - die term is in het officiële jargon vervangen door sociale laag - maar van het hele volk, en speciaal van het meest geavanceerde deel, de particuliere ondernemers.

Tussen zijn ideologische acrobatiek door heeft Jiang het zelf gezegd: alle Chinezen hebben uiteindelijk dezelfde belangen. Volgt dat soms ook uit het marxisme? Of is het de ideologie van de eenpartijstaat, waarin het de heersende partij maar om één ding gaat: macht?

In Marx' naam heeft de communistische partij het marxisme afgebroken. Wat overblijft is de Partij van de Macht, die in naam van de stabiliteit en de economische vooruitgang haar ijzeren controle over de burgers niet uit handen wil geven. Pinochet in een leninistische verpakking.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden