China wil groei zonder nieuwe spooksteden

Peking hoopt zijn groei te redden met een nieuw stimulerings-pakket. Of beter: pakketje. Want de ervaring leert dat drastisch stimuleren tot zinloze projecten en grote stroppen kan leiden.

AMSTERDAM - Zo'n 6.600 kilometer aan nieuwe spoorlijnen, 4,7 miljoen sociale woningen en lastenverlichting voor het midden- en kleinbedrijf. Die maatregelen maken deel uit van een economisch stimuleringspakket dat de Chinese regering deze week afkondigde. Een reeks tegenvallende cijfers in de afgelopen maanden dwong premier Li Keqiang daartoe.


Met het offensief hoopt Li zijn voornaamste economische doelen voor 2014 alsnog te halen: een groei van 7,5 procent en vooral tien miljoen nieuwe banen. Om de sociale rust in het land te garanderen, is die extra werkgelegenheid van levensbelang.


Door westerse bril bekeken mogen de plannen enorm lijken, volgers van de Chinese economie spreken over een 'minipakket'. Want deels waren de plannen al bekend, deels worden zij 'behoedzaam' gefinancierd. Zo gaat de geldpers niet aan voor de spoorlijnen: de regering denkt via staatsobligaties voldoende investeerders te kunnen interesseren.


De kunst voor de regering is 'de vaart in de economische groei te houden zonder de indruk te wekken met geld te smijten', zegt Louis Kuijs, analist bij zakenbank RBS in Hongkong. Te veel stimulering kan tot de vorming van 'luchtbellen' in de economie leiden en daar zijn de financiële markten beducht voor. In de ogen van ING-analist Rob Rühl heeft Li met zijn 'pakketje' goed het midden weten te houden: 'Het tij zat economisch tegen, dus er moest wel iets gebeuren. Nu geeft de regering het goede signaal aan de financiële markten. Ook al omdat ze duidelijk maken meer te zullen doen, als het nodig blijkt.'


Drastische stimulering heeft in Peking een slechte naam gekregen door de ervaringen voor en na de kredietcrisis. Bij het uitbreken daarvan wist de regering de wegvallende vraag op te krikken met reusachtige investeringen in vastgoed en infrastructuur, grotendeels gefinancierd door het bijdrukken van geld. Chinese beleidsmakers klopten zich er destijds voor op de borst, omdat de conjunctuur zich veel sneller herstelde dan in de VS en Europa. Inmiddels wordt er heel wat nuchterder op die episode teruggekeken. Veel geld werd verspild aan zinloze projecten, luidt nu de consensus. De 'spooksteden', stadswijken zonder enige vorm van bewoning, zijn daar het voorbeeld van. Daardoor zitten banken en overheden met stroppen.


Ook beseft de regering dat het stimuleren van de groei via kredietverlening zijn grenzen kent. De omvang van de totale schuldenlast van China is nu al royaal meer dan de totale jaarproductie van het land (zie grafiek). Dat maakt buitenlandse investeerders zenuwachtig. Sommige China-watchers voorspellen zelfs een crash, onder verwijzing naar de overcapaciteit in de industrie en het overaanbod aan vastgoed.


Kuijs van RBS behoort niet tot die somberaars, 'juist omdat de leiders inzien dat er grenzen behoren te zijn aan kredietgroei'. Hij voorziet nog altijd een robuuste economische groei voor China van 7,7 procent over 2014.


Dat zijn voorspellingen eind vorig jaar rooskleuriger waren, voert hij terug op twee tegenvallers: een 'klein beetje' tegenvallende wereldhandel die de Chinese export raakte en 'de verstrakking van het monetaire beleid', oftewel het inperken van de kredietgroei. Dat laatste werd via een hogere rente op de interbancaire markt afgedwongen: geld lenen werd voor de banken duurder, met als gevolg dat zij zich kieskeuriger opstelden bij hun kredietverlening.


De licht tegenvallende groei die daarop volgde, wordt nu opgevangen met 'ministimulering'. Maar de banken hoeven niet te hopen op voor hen gunstige rentes. Rentes zijn traditioneel al heel laag in China, met als argument dat het bankwezen te zwak is om hogere standen aan te kunnen. Maar van zwakte is bepaald geen sprake meer - de grote banken behoren qua omvang tot de wereldtop. Zij kunnen best tegen een stootje, dus komen er meer concurrenten (zie inzet) en hogere rentes. De burger, die op zijn spaargeld tot dusver bar weinig rente trekt, kan daarvan de komende jaren wel eens flink van gaan profiteren.


INTERNETBEDRIJVEN ZIJN LUIZEN IN DE BANCAIRE PELS

Internetbedrijven jagen in China het traditionele bankwezen de stuipen op het lijf, deels met instemming van de autoriteiten. Tot dusver bestaan er vrijwel alleen staatsbanken. Die leggen een sterke voorkeur voor veilige kredietverlening aan staatsbedrijven aan de dag. Gevolg: private bedrijven doen veel aan 'schaduwbankieren' bij investeringsmaatschappijen en fondsen waar de centrale overheid minder greep op heeft. Om controle te vergroten en banken meer concurrentie aan te doen, kondigde de regering onlangs een proefproject met private banken aan. Daar zullen de internet-grootmachten Alibaba en Tencent aan meedoen. Die vormen in toenemende mate de luizen in de bancaire pels, want zij zijn ook met hun eigen creditcards begonnen. De grootbanken schreeuwen moord en brand over deze nieuwe concurrentie. Niettemin gaat Alibaba onverdroten verder op het pad van financiële producten. En met reden: vorig jaar zomer lanceerde het een eigen investeringsfonds, Yu'e Bao. Miljoenen Chinezen zagen er een kans in om de beroerde rentes van de staatsbanken te ontlopen. In een mum van tijd haalde Alibaba 60 miljard euro uit de markt. Dat smaakt naar meer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden