China's tweede zon

De 'enige vrije provincie' van China, oftewel de Republiek China op Taiwan, bestaat op 1 maart vijftig jaar. Chiang Kai-shek en zijn opvolgers hebben hun eiland al die tijd uit de greep van Peking weten te houden....

DE HEMEL kan geen twee zonnen hebben', zo luidt een citaat van de Chinese nationalistische leider Chiang Kai-shek (1886-1975). Net als zijn communistische tegenstrever Mao Zedong behoorde hij niet tot het soort politicus waaraan concurrentie was besteed. Hoewel 'CKS' tijdens de Tweede Wereldoorlog in zijn strijd tegen Japanse bezetters en voor zijn oorlog tegen de Chinese communisten militaire steun van de VS ontving, dolf hij in 1949 uiteindelijk het onderspit tegen Mao en diens volksleger.

De restanten van Chiangs verslagen leger evacueerden naar het eiland Taiwan, dat krachtens een besluit van de Conferentie van Caïro (1943) aan China was toegevallen, zij het op zeer twijfelachtige internationaal-rechtelijke gronden. Roosevelt en Churchill hadden Chiang Kai-shek nodig in hun strijd tegen Japan, vandaar.

Op het vasteland riepen de communisten op 1 oktober 1949 de Volksrepubliek China uit. Chiang Kai-shek kondigde op 1 maart 1950 de Republiek China af en verschanste zich vervolgens hardnekkig in de mythe dat zijn bewind de wettige regering van heel China vertegenwoordigde, de communisten verslagen zouden worden en Taiwan tijdelijk de enige vrije provincie van China was.

De inheemse bevolking van Taiwan, gelegen op 160 kilometer van de Chinese kust, had haar eigen gedachten over de komst van de nationalisten. Een opstand die op 2 februari 1947 begon, werd binnen een maand in bloed gesmoord door de Kwomintang, de partij van Chiang Kai-shek. Naar schatting twintigduizend Taiwanezen kwamen om. Een nieuwe bezetting van Taiwan, door de Portugezen in 1590 ontdekt en gekoloniseerd, korte tijd in Nederlandse (1620-'62) en na de eerste Japans-Chinese oorlog vanaf 1895 tot 1945 in Japanse handen, was een feit. De noodtoestand die werd uitgeroepen zou pas veertig jaar later worden opgeheven.

Twee miljoen nationalisten, onder wie 600 duizend Kwomintang-militairen, groeven zich in op het eiland, dat zij in de jaren daarna uitbouwden tot een autoritair geleide, maar economisch welvarende vesting. Om de fictie te handhaven dat de Kwomintang nog steeds de wettige regering van heel China was, werd de Nationale Vergadering (325 zetels) gedomineerd door afgevaardigden die nog in districten op het vasteland onder de grondwet van Nanking in 1947 waren verkozen.

Voor de lokale bevolking restte een positie in de marge. Uitingen van Taiwanees nationalisme en streven naar onafhankelijkheid werden onverwijld de kop ingedrukt. De geheime politie maakte jarenlang overuren. Dissidenten werden tot forse celstraffen veroordeeld wegens verraad aan hét dogma van de Kwomintang: hereniging met China.

In de luwte van de Koude Oorlog, die door de strijd in Korea ook Azië in zijn greep kreeg, kon het bewind gestaag werken aan de economische ontwikkeling van het eiland. Hoewel de Amerikanen allerminst te spreken waren over de manier waarop generalissimo Chiang Kai-shek zich in de jaren veertig had gedrukt - hij wilde zijn troepen sparen voor de show down met Mao - bij de pogingen van de geallieerden Japan uit China te verjagen, sloot Washington na de Koreaanse oorlog toch een defensiepact (1954) met hem. De eerder opgeschorte militaire hulp was na het uitbreken van de oorlog in Korea al in 1950 door de VS hervat om te voorkomen dat de communisten de Straat van Taiwan zouden oversteken en de nationalisten volledig zouden verslaan.

Dankzij het politieke debat in de VS over de schuldvraag 'wie heeft China verloren' en de angst voor het Rode Gevaar werd Taiwan in genade aangenomen als een bondgenoot van het Vrije Westen. Net als het gedeelde Vietnam, het verscheurde Korea en het opgesplitste Duitsland profiteerde Taiwan van het beleid dat als containment de geschiedenis in zou gaan.

Onder gunstige voorwaarden nijver voortbouwend op agrarische hervormingen en daarop volgende industrialisatie, bleef Chiang Kai-shek de herovering van China als belangrijkste doel van zijn bewind uitdragen. Incidenteel landden Taiwanese guerrilla-strijders op het vasteland. Er ontwikkelde zich een rituele propagandaoorlog met als hoogtepunt dagelijkse wederzijdse scheldpartijen door metershoge luidsprekers aan beide zijden van de zeestraat. Beschietingen met propagandafolders gevulde granaten en opblaasbare bootjes om Chinezen aan te sporen naar het vrije Taiwan te vluchten, behoorden eveneens tot het repertoire. Communistische piloten die met hun kist naar Taiwan vluchtten, werden beloond met hun eigen gewicht in goud.

MAAR Taiwan bleef geen eiland. Chiang Kai-shek werd oud, heel oud en overleed in 1975. De veteranen in het parlement gingen stuk voor stuk dood, hun zetels bleven leeg. Maar ook de wereld veranderde. China en de Sovjet-Unie raakten in een ideologisch conflict verwikkeld. Peking ontwikkelde de atoombom, fabriceerde raketten. De Verenigde Staten zonken vanaf 1965 dieper en dieper weg in het Vietnamese moeras en zochten onder president Nixon peace with honor. Taiwan werd op het internationale toneel een lastige figurant die de hoofdrolspelers voor de voeten liep.

Op het eiland ontwikkelde zich een middenklasse die steeds minder genoegen nam met het repressieve en paternalistische bewind dat als enige legitimatie de fata morgana van hereniging met China bleef aanvoeren. De pingpong-diplomatie van Henry Kissinger begin jaren zeventig en de erkenning van Peking door de VS in 1979 als de enige wettige regering van China wekte Taiwan ruw uit de droom die twintig jaar had geduurd. Washington verbrak het defensiepact en trok zijn troepen van Taiwan terug. Het bewind, sinds 1978 geleid door Chiang Ching-kuo, de zoon van CKS, raakte geïsoleerd.

De zetel van China in de Verenigde Naties was in 1971 al toegewezen aan Peking, waarna de meeste landen hun diplomatieke betrekkingen met Taiwan verbraken. Alleen het Zuid-Afrikaanse apartheidsbewind en outcasts van het type Paraguay onderhielden nog betrekkingen met Taiwan. De rest van de wereld koos eieren voor zijn geld en mikte op 'olie voor de lampen van China', lucratieve exportcontracten.

Drie jaar na de dood van Mao bekeerde Peking zich in 1978-'79 onder zijn nieuwe leider Deng Xiaoping tot het kapitalisme, zij het onder leiding van de communistische partij, en opende het de grenzen voor buitenlandse investeringen. Dat kwam in grote trekken neer op een kopie van de formule die Taiwan had opgestoten tot de zestiende economie ter wereld.

Hoewel de beide China's economisch in de afgelopen twintig jaar naar elkaar toegroeiden, raakten zij politiek steeds verder van elkaar verwijderd. Op Taiwan werd de noodtoestand in 1987 opgeheven en de grondwet van 1947 driemaal aangepast, waarna presidentsverkiezingen en vrije parlementsverkiezingen volgden. De toch al moeizame bilaterale betrekkingen kwamen verder onder druk te staan door de Chinese vrees dat de democratisering van Taiwan uiteindelijk zal evolueren van een de facto zelfstandigheid tot een de jure onafhankelijkheid.

In 1996 noopten grootscheepse militaire manoeuvres van China de VS ertoe een vliegkampschip met gevechtsvliegtuigen naar de Straat van Taiwan te dirigeren. Het Chinese dreigen had een averechts gevolg. Bij de eerste directe presidentsverkiezingen in maart werd Lee Teng-hui, die er door Peking van werd beschuldigd het officiële streven naar vreedzame hereniging te ondermijnen, met een ruime meerderheid gekozen. De spanningen luwden, maar het verbaast geen mens dat China aan de vooravond van de vijftigste verjaardag van de Republiek China en presidentsverkiezingen aanstaande 18 maart, in een witboek met oorlog dreigt als Taiwan blijft weigeren over hereniging te onderhandelen.

Na de recente terugkeer van Hongkong en Macao onder Chinese vleugels heeft 'bevrijding van de afvallige provincie' Taiwan aan urgentie gewonnen. Taiwan wil echter alleen over hereniging praten als China niet meer communistisch wordt geregeerd. Maar is Peking bereid nog langer een hemel met twee zonnen te gedogen?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden