Interview

'China moet meer aan internationaal recht gaan bijdragen'

Buiten China is het een zeldzaamheid: een Chinese ngo. In Den Haag heeft Michael Liu het 'Chinese Initiative on International Law' opgericht.

Het Tiananmen-plein in Peking.Beeld ANP

Waarom zouden alleen Chinese rechters en diplomaten zich met het internationale recht bezighouden, waarom wij als burgers niet? Dat vroeg de 31-jarige Michael Liu zich af toen hij als beginnend jurist vier jaar geleden stage liep bij het Internationaal Strafhof in Den Haag.

Hij raakte er onder de indruk van de 'efficiëntie en invloed' van westerse, niet-gouvernementele organisaties (ngo's), zoals Human Rights Watch en het Open Society Institute van George Soros. Maar waarom was er geen vergelijkbare organisatie uit China?

Om in die leemte te voorzien, richtte hij zijn Chinese Initiative on International Law op, dat inmiddels over kantoren in Den Haag, Hongkong en binnenkort ook Peking beschikt. Tot zijn financiers behoren zowel Chinese advocatenkantoren, die het belang van internationaal recht in toenemende mate ervaren, als het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken. Liu verhuisde deze zomer naar Peking, waar hij zich inspant landgenoten via cursussen en seminars te verleiden tot het internationale recht. 'Voor mij is dit werk een perfecte combinatie van twee grote liefdes, het internationale recht en mijn etnische afkomst.'

Michael Liu.Beeld .

Wat zou de bijdrage van China aan het internationale recht kunnen zijn?

'Iedereen kijkt tegenwoordig naar mijn land voor financiële bijdrages. Dat zou natuurlijk een deel van het antwoord kunnen zijn, maar ik denk ook bijvoorbeeld aan een onderwerp als homorechten. China zou zich achter de positie van westerse landen kunnen stellen en zo een belangrijke kracht kunnen vormen tegenover conservatieve krachten uit Afrika en Rusland. Of China zou het Internationaal Strafhof, dat het nu nog niet heeft erkend, kunnen gaan steunen, bijvoorbeeld in de Veiligheidsraad. Dat zou internationaal een enorme impact hebben.'

Staat China niet vooral op gespannen voet met internationale recht, zie bijvoorbeeld de disputen in de Zuid-Chinese Zee met landen als de Filippijnen en Vietnam?

'Nee, die spanning zie ik niet zo. De Filipijnen en Vietnam beroepen zich op internationaal recht, dat mag natuurlijk. Het probleem is meer dat China nog niet goed weet hoe het met dat recht zijn belangen kan dienen. Want dat is helaas hoe landen ermee omgaan, in het verleden en ongetwijfeld ook in de toekomst.

'Neem de Verenigde Staten, die het Internationaal Strafhof niet erkennen, omdat ze dat niet in hun belang vinden, maar elders wel voor internationaal recht pleiten om hun eigen belangen te dienen.

'Of neem Nederland, dat een groot voorstander ervan is, omdat het daar als klein, open land groot belang bij heeft. Nederland is ook bereid mijn organisatie te steunen, omdat het weet dat daar een eigen belang mee wordt gediend. Mijn land moet zijn houding tegenover internationaal recht nog bepalen en daar wil ik graag aan bijdragen.'

De Chinese kritiek op het internationale systeem is vaak dat het door westerse machten is opgebouwd en dat hun normen en waarden domineren. Bent u het daarmee eens? En wat zou China anders willen?

'Het lijdt geen twijfel dat het bestaande systeem is opgezet door westerse landen en dat het dus vooral hun belangen dient. Ook veel westerlingen zijn het daarmee eens. Maar het gaat erom wat we eraan zouden willen doen. De VN steunen op drie peilers: veiligheid, ontwikkeling en mensenrechten. Westerse landen leggen sterk de neiging op de mensenrechten. De Chinese bijdrage kan zijn het belang van ontwikkeling te onderstrepen.

'Want China heeft op dat vlak een enorme bijdrage aan armoedebestrijding geleverd, in China zelf, maar ook in Afrika. Die wordt nauwelijks erkend. Ik denk dat China duidelijk kan maken hoe belangrijk ontwikkeling is voor de mensenrechten. En ik denk aan de bestrijding van corruptie. Daar doet China nu veel ervaring mee op en is elders ook een groot probleem. Ik denk dat we van elkaar kunnen leren.'

Hoe staan de Chinese autoriteiten tegenover uw initiatief?

'Verrassend positief, eerlijk gezegd. Wat we gemeen hebben, is dat we een grotere bijdrage van China aan het internationale recht willen, dat geeft een gemeenschappelijke basis. Dus we nodigen ze uit voor onze projecten en dan sturen ze vertegenwoordigers. Het is tot nu toe morele steun, geen financiële, zoals de Nederlandse regering doet. Maar ik zou er niet afwijzend tegenover staan wanneer ze projecten mee willen financieren, zeker niet. We hebben het geld nodig en het betekent erkenning.'

Maar de regering kwam onlangs ook met wetgeving die het functioneren van ngo's in China aanzienlijk bemoeilijkt. Wat vindt u daarvan?

'Die wetgeving is gericht tegen buitenlandse ngo's. Ik vind dat slecht, laat dat duidelijk zijn, want ik denk dat ze een goede bijdrage aan de ontwikkeling van China kunnen leveren. Dus moet je ze niet alleen benaderen vanuit een oogpunt van nationale veiligheid, zoals deze wet doet. Wat daarachter zit, is een typisch Chinees wantrouwen tegenover het exotische. We vinden het moeilijk van buitenlanders te horen te krijgen wat we moeten doen. Daarom is bij de autoriteiten een voorkeur voor Chinese ngo's. Daar komen er steeds meer van , dus ik ben niet somber over het maatschappelijk middenveld in China.'

China onder Xi actiever in VN

De Chinese president Xi Jinping spreekt vandaag voor het eerst de Verenigde Naties toe, sinds hij in maart 2013 aantrad. Onder zijn leiding betreedt China actiever het wereldtoneel.

Al sinds de oprichting in 1945 is China bij de VN betrokken, maar het duurde tot 1971 voordat de huidige Volksrepubliek China zijn plaats in de Veiligheidsraad en binnen de VN kon innemen. Tot die tijd maakte het slepende conflict met Taiwan, waar de Kwomintang zich na de verloren oorlog terugtrok, dat onmogelijk.

Sinds 1971 kenmerkt 'geen inmenging in binnenlandse aangelegenheden' de Chinese houding. -de wens absoluut soeverein te blijven over het eigen grondgebied vormt daarvoor de verklaring. Het interventionisme van de Amerikanen is de Chinezen een gruwel. 'Afzijdig houden' was lange tijd het parool, met als argument 'we zijn maar een ontwikkelingsland' - in westerse ogen een excuus om geen verantwoordelijkheid, met bijbehorende kosten, te dragen.

China kiest nog altijd regelmatig voor die afzijdigheid (zie het ontbreken van het land in de internationale coalitie tegen IS), maar wordt onder president Xi Jinping actiever. Hij wijdt aan het nemen van meer verantwoordelijkheid niet alleen woorden, maar ook daden:

- Ruim drieduizend Chinezen participeerden in 2014 in VN-vredesoperaties, een stijging met 50procent ten opzichte van 2013. Ook de financiële bijdrage is toegenomen: China is inmiddels de zesde financier van vredesoperaties.

- De oprichting van twee ontwikkelingsbanken, de AIIB en de NBC. Deze Chinese initiatieven vormen uitdagingen voor de bestaande, internationale orde, met name de door de Amerikanen gedomineerde Wereldbank.

- Het Chinese voorstel voor een vrijhandelszone in de Aziatische regio, inclusief de Verenigde Staten, waarmee een groter gebied zou worden bestreken dan de Amerikaanse vrijhandelszone TPP , waarvoor China niet is uitgenodigd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden