'China is een consumentendemocratie'

Ethische eisen stellen aan bedrijven in China of India? Tot voor kort leek dat onbegonnen werk, maar dat verandert rap, zegt een optimistische VN-rapporteur Olivier De Schutter.

China en India, zegt Olivier De Schutter, beginnen aan de derde fase van hun verbijsterende ontwikkeling, en die derde fase is er een vol hoop voor mensen die vinden dat bedrijven zich netjes moeten gedragen.

Olivier De Schutter is niet de eerste de beste. In de internationale wereld neemt hij al enkele jaren de positie in van de man met het geweten, de man met de hoge ethische eisen aan landen en ondernemingen. Hij is de speciaal rapporteur voor de Verenigde Naties over voedselzekerheid, maar hij laat zich niet beperken tot dat vraagstuk. Hij wordt gekoesterd door links, want hij zegt dingen als: biologische landbouw is het beste; de markt is vaak een gevaar voor de armsten; en speculanten drijven de prijzen van voedsel op.

De Schutter was dinsdag in Amsterdam, bij een bijeenkomst die was gewijd aan de onstuitbare opkomst van het reuzenduo China en India. Dat die twee gigantisch zijn en onstuitbaar, is inmiddels gemeengoed. China heeft al aangekondigd in 2020 de Verenigde Staten te zullen overvleugelen als grootste economie ter wereld. Nu al, zegt hij, is de economie van de zeven grootste opkomende landen (China, India, Brazilië, Rusland, Turkije, Zuid-Afrika en Mexico) groter dan die van de G7, de landen die nog menen samen de wereld te kunnen bestieren.

Chinese model

Maar bij al die nieuwe economische macht is de vraag of die landen en hun bedrijven, met name die uit China en India dus, wel deugen. Nee, zegt de kritische Chinese hoogleraar in de journalistiek, Hu Yong. Dat Chinese model wordt veel te veel bewierookt. 'Je moet je afvragen of het Chinese model wel duurzaam is', zei hij. Sterker nog: 'Het kan zijn dat het succes van het Chinese model gezichtsbedrog is. Als China een democratische regering zou hebben, zouden we veel meer succes hebben.'

De Schutter is veel positiever. De groei van China en India, zegt hij, is haar derde fase ingegaan. De eerste fase was die van rauwe industrialisatie, die in China tot in de jaren zeventig liep en in India tot in de jaren negentig. De staat was vrijwel almachtig. Daarna kwam de tweede fase, de liberalisering, in China rond 1980 onder leiding van Deng Xiao-Ping, in India wat later. Deze fase toonde de hardste kant van het kapitalisme. De inkomensongelijkheid werd groter dan ooit, in India, maar vooral in China. Schandalen volgden elkaar snel op, met als een van de hoogtepunten het Chinese zuivelconcern dat melamine in zijn melk deed waardoor vele kinderen stierven.

De derde fase die net is begonnen, betoogt De Schutter, rekent af met die harde kanten van de tweede fase. De groei wordt 'inclusief', en dat betekent dat er rekening wordt gehouden met mensen en omgeving. Die ontwikkeling, zegt De Schutter, is 'bijna onvermijdelijk'. 'De liberalisering heeft gewoon te veel nadelen. Als die bedrijven niet overstappen op een duurzaam model, dan explodeert de zaak.'

Onvermijdelijk of niet, De Schutter vraagt zich af wat het Westen kan doen om die ontwikkeling naar sympathieker vormen van groei te bevorderen. Vertegenwoordigers van organisaties als Amnesty International en Human Rights Watch probeerden die vraag te beantwoorden. De een eist verantwoordingsplicht voor Chinese bedrijven, iets waar het nu enorm aan schort. en de ander wil 'transparantie', immers een voorwaarde om van een bedrijf zelfs maar te kunnen vaststellen of het deugt.

Maar Peter Ter-Kulve, directeur van Unilever in Zuidoost-Azië, vindt het maar een rare vraag. Unilever staat al langer bekend als een van de 'inclusiefste' concerns in de wereld, en Ter-Kulve blijkt een vast vertrouwen te hebben in de voortreffelijkheid van dat model. Natuurlijk gaan die Aziaten dat ook toepassen, dat gebeurt al volop.

'Waar hebben jullie gezeten, de afgelopen jaren', provoceert hij de zaal. 'Wie zijn wij om die Chinezen en Indiërs te vertellen hoe het moet? Die bedrijven hebben inmiddels miljoenen mensen van de armoede bevrijd, en nou moeten wij ze gaan vertellen hoe ze maatschappelijk verantwoord kunnen ondernemen? Wie dat zegt is het contact met de werkelijkheid een beetje kwijt. Wat jullie eisen, gebeurt al lang.'

Berekening

China, zegt hij, is nu al een 'consumentendemocratie'. 'Als een bedrijf een fout maakt, staat het meteen op de sociale media. Ook in Indonesië. Geen enkel schandaal ontsnapt daar aan de aandacht.' Natuurlijk gaan de Chinese en Indiase concerns de 'inclusieve' kant op. 'Niet uit bevlogenheid, maar uit berekening. Neem Unilever. Natuurlijk vinden wij het fijn om goede arbeidsvoorwaarden te bieden en veilige producten te verkopen. Maar het geeft ons vooral een enorm voordeel. In China zijn wij de best aangeschreven werkgever, en hoewel personeel schaars wordt, kunnen wij de beste mensen krijgen. En die schandalen met voedsel betekenen voor ons alleen maar dat wij meer kunnen verkopen, want de klant vertrouwt ons wel.'

Natuurlijk heeft maatschappelijk verantwoord ondernemen op de korte termijn nadelen. 'Toen Sinar Mas, onze belangrijkste leverancier van palmolie, onder vuur kwam, hebben wij ze koud gezet. We deden geen zaken meer met ze. Dat is wel toevallig de machtigste familie van Indonesië. Weet je wat er gebeurde? We kregen een telefoontje van de president van Indonesië, die ons vroeg wat er met Sinar Mas aan de hand was. Sindsdien vragen ze ons altijd om onze mening, en zitten we bij tal van projecten op de eerste rij.'

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden