China, het land vol verloren mannen

Ruim twintig jaar na de introductie van het éénkindbeleid, ziet China zich nu gesteld voor de gevolgen: een tekort aan vrouwen en een bevolking die snel vergrijst. Peking noemt de geboortebeperking echter een groot succes.

Vrouwen krijgen vrij toegang, mannen worden ingedeeld op opleidingsniveau en inkomen. Zo luiden deze maand de regels van een grote datingparty van RomanticSH, een website die hardwerkende singles in Shanghai bij elkaar wil brengen.

Het is een teken aan de wand: China begint met een vrouwentekort te kampen. Al een paar jaar worden in China bijna 20 procent meer jongens dan meisjes geboren. Interessante tijden dus voor meiden die, zonder al te veel moeite, hogerop willen trouwen.

De Chinese scheefgroei is een gevolg van een bevolkingspolitiek die bepaalt dat gezinnen in de stad zich tot één kind beperken. Terwijl op het platteland, waar boeren traditioneel het sterkst aan een zoon als opvolger hechten, twee nazaten zijn toegestaan.

Het omstreden beleid heeft ertoe geleid dat miljoenen vrouwen tot abortus besloten wanneer de prenatale scan, al jaren zeer populair in China , uitwees dat er een meisje op komst was. Of het meisje te vondeling legden. In China ’s weeshuizen zijn dan ook bijna alleen maar meisjes te vinden.

Het éénkindbeleid bestaat nog steeds: vooral in stedelijke gebieden proberen de autoriteiten kleine gezinnen te propageren. Maar het gaat niet meer zo hardvochtig als vroeger. Wie meer kinderen wil, moet er nu vooral flink voor betalen. Medische zorg en schoolkosten worden veel duurder voor gezinnen met meer kinderen. Partijleden en personen in overheidsdienst hebben minder kans op promotie.

Op het platteland en voor etnische minderheden kost een tweede of derde kind geen extra geld of promotiepunten. Zeker als het eerste kind een meisje is.

Volgens Peking is de geboortebeperking een succes. In de afgelopen dertig jaar zijn er zeker 300 miljoen minder Chinezen geboren. Het modale gezin telt nu 1,8 kinderen, tegen 6 aan het begin van de jaren zeventig. China heeft nu ruim 1,3 miljard inwoners.

En, beperking of niet, elk jaar komen er gemiddeld acht miljoen Chinezen bij. De verwachting is dat het land rond 2035 ruim 1,5 miljard inwoners zal hebben. Daarna zou de bevolking niet meer groeien. De regering koos eind jaren zeventig voor grootschalige, gedwongen geboortebeperking omdat de ontwikkeling van het land dreigde te worden gedwarsboomd. Had Peking niet ingegrepen, dan had China er nog eens ruim 300 miljoen burgers bij gehad, meer dan de bevolking van de Verenigde Staten. Bewoners die allemaal van een baan en een huis hadden moeten worden voorzien.

Wie ziet hoeveel moeite China moet doen om de huidige bevolking vooruit te helpen, krijgt begrip voor het principe, hoe grof en onmenselijk het beleid in het verleden ook vaak aan de bevolking werd opgedrongen. Zelfs met de huidige economische groei van 10 procent per jaar, lukt het amper om 1,3 miljard Chinezen een zinvol bestaan te geven en het land leefbaar te houden.

Waren het er ruim een kwart miljard meer geweest, dan zou de opbouw van China een onmogelijke opgave zijn geweest. Nog afgezien van de aanslag die al die mensen zouden hebben op China ’s toch al zwaar overbelaste milieu. Maar de sociaal-economische winstpunten van de demografische sturing hebben ook een keerzijde. Niet alleen begint zich een vrouwentekort af te tekenen, maar aan de horizon zijn ook de contouren zichtbaar van een reusachtige grijze golf.

China telt nu 143 miljoen inwoners van boven de 60, ofwel 11 procent van de bevolking. De gemiddelde levensverwachting steeg tussen 1990 en 2000 met bijna drie jaar tot 71,4 jaar. Die trend zal zich waarschijnlijk voortzetten. Over veertig jaar, zo verwachten de beleidsmakers in Peking, zal de modale burger gemiddeld 80 jaar worden en zal het aantal senioren zijn aangezwollen tot 430 miljoen. Dat is bijna eenderde van de bevolking, ofwel bijna de helft meer dan het globale gemiddelde van 21 procent ouderen in 2050. China zal, evenals Japan en diverse Europese landen, tot de meest bejaarde landen ter wereld gaan behoren. Het besturen van zo’n vergrijzende samenleving, zal Peking voor grote problemen plaatsen.

Omdat de welvaart in China veel lager ligt dan in de rijke landen, zullen veel meer bejaarden steun van de staat nodig hebben om straks het hoofd boven water te houden. Nu is de Chinese overheid niet armlastig, maar hoe de staatskas over enkele decennia gevuld is moet nog worden afgewacht.

Want naarmate China ouder wordt, zal het ook moeilijker worden een hoge economische groei vol te houden. En een flinke groei is nodig is om voor meer mensen welvaart te scheppen. Na 2015-2020 zullen er echter minder goedkope jongeren komen.

De lonen in sommige industriële kustregio’s, stijgen nu sneller dan ooit tevoren vanwege het tekort aan personeel. Stijgingen van 5 tot 10 procent per jaar, zijn normaal geworden. Dat is enerzijds gunstig voor de koopkracht van de werkende bevolking, maar het betekent ook dat China geleidelijk minder aantrekkelijk wordt als lagelonenland.

De Chinese regering is inmiddels voorbereidingen aan het treffen om de nadelige effecten van de nieuwe demografische trends te beperken. Peking wil het vangnet van pensioenen, sociale uitkeringen en goedkope medische zorg en onderwijs de komende vijftien jaar verdubbelen tot ruim een miljard mensen. Verder zal in grote steden als Shanghai en Peking veel meer goedkope volkshuisvesting worden gebouwd dan de afgelopen jaren het geval is geweest.

Maar alle beleidsmatige zorgen over een grijze golf en rusteloze massa’s mannen ten spijt: op straat in Shanghai, een van de meest bejaarde steden ter wereld, merk je er nog maar weinig van.

Inderdaad, er schuifelen heel wat oudjes rond in de stad. Maar voorlopig komt er alleen maar meer jonge levensvreugde bij. De eerste geboortegolf van het éénkindtijdperk is in aantocht.

In de periode 2006-2010 zal een groot deel van de generatie die geboren is in het begin van de jaren tachtig, toen de geboortebeperking werd opgelegd, de leeftijd bereiken dat ze zelf kinderen willen hebben. Het gaat om zeker honderd miljoen personen.

En het aantal jonge mensen in de grote steden gaat vooralsnog alleen maar omhoog, dankzij de gastarbeiders uit het binnenland. Hoe is de sfeer anno 2007 op de datingmarkt? Ook daar heeft de wanhoop nog niet toegeslagen, als de laatste editie van RomanticSH als maatstaf mag dienen. Neem Hung Ming. Hij zoekt een ‘leuke vrouw’ om een gezin te stichten, meldt hij in zijn advertentie.

Hung is 33 jaar, 1 meter 72 en als chef van een kleine computerfirma verdient hij 500 euro per maand. Een ‘huwelijksflat’ heeft hij al. Het telefoonnummer waarnaar belangstellenden kunnen bellen, staat er keurig bij vermeld.

Diverse vrouwen, van potentiële kandidaten tot moeders met dochters, schrijven het keurig op.

Zoals mevrouw Wang: ‘Mijn dochter heeft een drukke baan, daarom kon ze zelf niet komen. Maar ze is al 25, en dus wordt het hoog tijd dat ze een geschikte man vindt.’ En meneer Hung, taxeert ze, kon wel eens een geschikte partij zijn voor dochterlief. ‘Zelfde niveau én een behoorlijk salaris’.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden