China groeit struikelend tot grootmacht

China is voor veel ondernemers hoop in bange tijden. Dit land weet bijna als enige in de wereld nog ongekend economisch te groeien....

Dalende verkopen, rode cijfers, managers in mineur: vrijwel overal stagneert de economie. De enige grote uitzondering op de wereldcrisis is een land dat struikelt over zijn groeicijfers. De Volksrepubliek China.

Buitenlandse ondernemers snellen naar China om de gold rush niet te missen, Chinese investeerders ontdekken de wereld. In de roes van de China-hype zien velen de risico's niet meer van een economie-in-overgang die allesbehalve is geconsolideerd.

Wat Manchester was in de negentiende eeuw, moet China worden in de 21ste: de wereldwerkplaats. Hele fabrieken worden overgeplaatst naar de Volksrepubliek, niet alleen vanuit het rijke deel van de wereld maar ook vanuit andere lagelonenlanden. Het salaris in de assemblage-industrie in het noorden van Mexico mag dan zeer bescheiden zijn, in China is het nog een stuk lager. En er zijn ook geen lastige vakbonden.

Vorig jaar kwam er buitenlands kapitaal binnen voor een record van bijna 53 miljard dollar, voor het eerst meer dan in de Verenigde Staten. En dit is nog maar een begin. In de eerste twee maanden van dit jaar namen de buitenlandse investeringen in Shanghai, China's modernste stad, ruim 30 procent toe en groeide de industriële productie landelijk 18 procent. Vierhonderd van de vijfhonderd grootste multinationals hebben nu investeringen in China.

Nadat aartsvader Deng Xiaoping in 1978 had verklaard dat rijk worden glorieus is, kwamen de eerste buitenlandse bedrijven China binnen, watertandend over een markt van een miljard kopers. Dikwijls kwamen ze van een koude kermis thuis toen 99 procent van de markt bleek te bestaan uit arme sloebers. Chinese partners ontpopten zich vaak als dieven, terwijl partijbonzen en managers van staatsbedrijven wel raad wisten met de vreemde snoeshanen.

Een tweede golf buitenlandse investeringen kwam in de jaren negentig. Het ging er nu vooral om te fabriceren voor de export. Ook Chinese bedrijven richtten zich massaal op de uitvoer. Vooral het midden- en kleinbedrijf van de zuidelijke provincie Guangdong overstroomde de wereld met textiel en lichte consumptiegoederen, made in China.

Bijna alle investeringen gingen naar kuststeden als Kanton, Shenzhen, Peking en vooral Shanghai en de aangrenzende provincie Jiangsu. Daardoor is een welvaartskloof gegroeid als nooit tevoren. Waarschijnlijk heeft zich nog nooit in zo'n snel tempo een stedelijke middenklasse ontwikkeld als de laatste jaren in China tijdens de - nog lang niet afgeronde - overgang van de plan-naar een markteconomie.

Miljoenen hebben zich opgewerkt tot een zekere welstand, duizenden zijn schatrijk geworden, meestal dankzij hun relaties met de partij. Aan die groep, nu geschat op 10 procent van de 1,3 miljard Chinezen, is de jongste investeringsgolf te danken, die samenvalt met de integratie van het vroeger potdichte land in de wereldeconomie.

De mythe over de onverzadigbare markt van het volkrijkste land ter wereld wordt realiteit. Niets illustreert dat beter dan de prognose dat China over tien jaar de grootste markt zal zijn van Coca-Cola.

Vorig jaar werd China wereldmarktleider met tweehonderd miljoen abonnementen voor mobieltjes, en maandelijks komen er vier miljoen bij. Computers: de Chinese computermarkt verdrong Japan vorig jaar van de tweede plaats na de Verenigde Staten, terwijl de Chinese internetbevolking is uitgedijd tot zestig miljoen, na de VS de grootste ter wereld. Appartementen: de investeringen in luxe flats groeien bijna vier keer zo snel als de hele economie (officieel 8 procent in 2002), hetgeen verklaart dat vijf van de tien rijkste Chinezen handelaars zijn in onroerend goed. En vooral auto's: iedereen wil achter het stuur om te bewijzen dat hij het primitieve stadium van de fiets is ontstegen.

De autoverkoop steeg vorig jaar met ruim 50 procent, die van Volkswagen zelfs met 70 procent. China is na Duitsland VW's grootste markt geworden.

Het project van Jiang Zemin, die als partijleider de privéondernemers de partij heeft binnengehaald, heeft een vliegende start gemaakt. Zijn doel is de economie, waarin in 2000 een biljoen (duizend miljard) dollar omging, te verdubbelen in 2010 en te verviervoudigen in 2020, waarna in 2035 China op het huidige high-tech niveau van de VS zou komen. Tegen 2050 zou China dan samen met Amerika de economische motor van de wereld zijn.

Nu moeten Chinese groeicijfers met een grove korrel zout worden genomen. Maar de boom is reëel, zelfs als de werkelijke groei twee, drie procentpunt lager is dan de officiële.

Veel meer discussie is er over de reële betekenis van de Chinese export. Japan en de landen van Zuid-Oost-Azië zijn bang door China uit de markt te worden gedrukt. Ze beschuldigen Peking van oneerlijke concurrentie en eisen een opwaardering van de volgens hen veel te goedkope Chinese munt, de yuan.

Is die angst dat China de wereldeconomie zal ontwrichten ook reëel?

De cijfers zijn op het eerste gezicht indrukwekkend. Sinds 1978 is China's aandeel in de wereldhandel verviervoudigd. Het Amerikaanse handelstekort met China steeg tot 103 miljard dollar, groter dan de VS ooit met enig land gehad hebben.

Maar over de hele lijn is de Chinese import minstens even hard gegroeid als de export. In januari werd voor het eerst in zes jaar zelfs meer in- dan uitgevoerd. En in 2001 was het aandeel van de Chinese export in de wereldhandel slechts 4,4 procent, 2,2 procent minder dan die van het noodlijdende Japan.

Voorlopig lijkt het buitenland bij de economische ontwikkeling van China eerder voor- dan nadeel te hebben.

Toch is een blind vertrouwen op steeds maar grotere groei misplaatst. Daarvoor zijn de problemen te groot en de tegenstellingen te scherp.

De meest zichtbare problemen zijn de almaar groeiende werkloosheid, de binnenlandse migratie en de armoede in de steden en vooral op het platteland. De nieuwe regering wil die potentiële haarden van onrust en rebellie bestrijden met hetzelfde wapen als waarmee de laatste vijf jaar de economie is aangejaagd: injecties met overheidsgeld, bij voorkeur in omstreden mammoetprojecten zoals de Drieklovendam en de omleiding van water van het Yangtze-bekken naar het droge noorden.

Veel minder zichtbaar zijn de snel gegroeide staatsschuld, de tomeloze corruptie, de talloze illegale praktijken, de economische wanorde en de noodsituatie van de vier grote staatsbanken. De helft van hun leningen is niet invorderbaar, want die zijn op regeringsbevel verstrekt aan staatsbedrijven die niet levensvatbaar zijn maar vanwege de politieke en sociale gevolgen ook niet mogen sterven.

Het nieuwe bewind zal ingrijpende beslissingen niet lang meer kunnen uitstellen. De staatsbedrijven en de banken moeten worden gesaneerd, de werkloosheid moet met alle middelen worden bestreden, ondernemers moeten zeker zijn van wetsbescherming. Anders dreigt de huidige China-gekte net zoiets te worden als in de jaren negentig de IT-hype: een zeepbel.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden