Column

China gaat nog eens héél groot worden

Gisteren las ik iets grappigs in de krant: in China bouwen ze beroemde westerse steden na. Een appartement aan een grachtje in nep-Venetië, of in een stukje Sound of Music-Oostenrijk; Chinezen willen wonen met uitzicht op een kopie van de Eiffeltoren en eten in een restaurant dat er nét zo uitziet als het Witte Huis in Washington.

Sylvia Witteman
null Beeld anp
Beeld anp

In eerste instantie kreeg ik medelijden. Die arme, hardwerkende Chinezen die hun trouwfoto's in een nep-Versailles laten maken, dapper lachend tussen de vertrapte pollen nep-lavendel, omdat ze geen geld en tijd hebben voor de échte reis. Zielig!

Maar al gauw sloeg de meewarigheid om in afgunst. Chinezen zijn helemaal niet sneu, ze zijn gewoon pragmatisch. Ze bouwen die beroemde trekpleisters niet klakkeloos na, las ik, nee, ze passen ze aan hun eigen smaak aan, met airconditioning, alle ramen op het zuiden en die westers uitziende restaurants serveren normaal, Chinees eten van eigen bodem, in plaats van vieze Europese aardappelgerechten.

Ze hebben groot gelijk. Als ik in een Chinees restaurant ga eten, wil ik ook niet dat het er realistisch uitziet, (dus als een kaal, neonverlicht eethuis in een saaie betonnen buitenwijk van Peking) nee, ik wil dat het eruitziet als de Verboden Stad. Of liever nog, zoals ik dácht dat de Verboden Stad eruitzag voor ik hem daadwerkelijk te zien kreeg: een bordeelkleurig drakenpaleis met pagodedaken, overal zijden waaiers, lampions met gouden kwastjes, pentatonische tinkelmuziek en eerbiedig knikkende Chinezen met lange vlechten en van die sissende sampan-strohoeden.

Ook het eten moet daar Chinees zijn zoals ík dat lekker vind. Nee, het hoeft nou ook niet meteen natte bami met een gebakken ei te zijn, of mierzoete tomatensoep (dat doen ze met appelmoes, wist u dat?), ik lust best wat hete pepers of vage varkensonderdelen, maar die griezelige eendentongetjes, kwal in biersoep en kattenbaarmoeders mogen ze van mij zelf opvreten, het moet wel een beetje leuk blijven, met patat erbij voor de kinderen.

Die Chinezen hebben het dus prima bekeken. Ze krijgen windmolens, trapgeveltjes en de Brug der Zuchten zonder dat roteind te hoeven vliegen (denk ook eens aan de ecologische voordelen!), lekker kijken naar al die uitheemse wereldwonderen, een kommetje rijst met kippenknietjes onder handbereik, gewoon, met stokjes in plaats van dat gedoe met mes en vork, gezellig Chinees praten met de andere Chinezen ('Kàn, fëngché! Piàoliang!') en daarna fijn slapen in je eigen bed.

Mazzelaars. En wij maar afgepeigerd van hot naar her reizen, we lijken wel gek ook.

Nee, let op mijn woorden: dat China gaat nog eens héél groot worden.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden