China eist respect voor Muur

Toeristisch wordt 2003 voor China een rampjaar. De SARS-epidemie heeft de inkomsten gehalveerd en een paar miljoen mensen hun baan gekost....

Maar de Chinese Muur heeft er sterk van geprofiteerd. Dankzij het wegblijven van de toeristen is hij niet verder verloederd. En nu ze terugkomen, zullen ze het bouwwerk moeten respecteren. Want voor het eerst heeft China's meest monumentale constructie wettelijke bescherming gekregen.

Sinds begin deze maand geldt in de gemeente Peking een wet die de Muur, destijds bedoeld om de barbaren buiten te houden, moet redden van de stormloop van hun verre opvolgers: toeristen, handelaars en projectontwikkelaars. Het gaat om een tracé van 624 kilometer, het meest indrukwekkende en meest bedreigde deel van de Muur, die tijdens de Ming-dynastie (1368-1644) werd gebouwd.

De Ming-muur, die oorspronkelijk 6700 kilometer lang was, zijarmen inbegrepen, is de jongste en best bewaarde van de minstens zestien grensverdedigingsmuren die de Chinezen over een periode van 2300 jaar hebben gebouwd. De gezamenlijke lengte van deze muren was meer dan vijftigduizend kilometer.

Vóór SARS kreeg het relatief kleine stuk in Peking jaarlijks meer dan de helft van de tien miljoen buitenlandse en vooral Chinese muurtoeristen te verwerken. De gevolgen waren desastreus. De bezoekers lieten vrachten vuil, inscripties en graffiti achter, en namen vaak als souvenir een muursteen mee.

De lokale bevolking sloeg er een slaatje uit, en de projectontwikkelaars goud. De meest bezochte delen van de Chinese Muur bij Peking veranderden in Chinese klonen van Disneyland. En behalve William Lindesay deed niemand er wat tegen.

Deze Britse ex-atleet, die vijftien jaar terug 2470 kilometer Muur hardlopend overbrugde, heeft zijn leven gewijd aan het behoud van het bouwwerk en het aangrenzende landschap. In 1998 organiseerde hij de eerste campagne om afval bij de Muur op te halen. Hij werd op slag bekend en kreeg als dank van de directeur archeologische dienst van Peking een boek cadeau over de wetten ter bescherming van het Chinese culturele erfgoed.

In dat boek werd over de Chinese Muur niet gesproken. Lindesay sloeg achterover van verbazing. 'Ze vertelden me dat er geen speciale bescherming was voor de Muur omdat er ieder jaar vierhonderd grote archeologische ontdekkingen werden gedaan en er vanwege de beperkte middelen prioriteiten moesten worden gesteld.'

Ook het landschap aan weerszijden was onbeschermd. Lindesay ontdekte dat op oude kaarten de Muur nooit stond aangegeven als alleen maar een bouwwerk. 'Hij is altijd gezien als een reeks landschappen, die een uniek deel vormen van de geografie van Noord-China.'

Hoe meer hij met de autoriteiten sprak, des te meer hij besefte dat ze over conservering niet dezelfde taal spraken.

'Ze gebruikten voortdurend gemeenplaatsen en herhaalden alsmaar met hoeveel succes de regering de Chinese Muur had verdedigd. Ik kwam er achter dat de conservering van de Muur voor hen een speciale betekenis had: herbouwen en openstellen voor het toerisme.'

Dit laatste kwam voort uit een aansporing van de hoogste leider Deng Xiaoping in 1984: 'Houd van China, herbouw onze Muur!' Dat was het antwoord op de vernietigingen die waren aangericht tussen 1958 en 1976, van de Grote Sprong Voorwaarts tot en met de Culturele Revolutie. Overeenkomstig Mao's motto, 'laat het verleden het heden dienen', diende de Muur toen als steengroeve.

Lindesay: 'Dengs campagne was prima voor de jaren tachtig, want voortaan werd de Muur niet meer gebruikt als leverancier van bouwmateriaal. Maar vanaf 1992 was die campagne niet meer bruikbaar. In dat jaar lanceerde Deng op het veertiende partijcongres officieel de markteconomie. Dat veranderde alles, zelfs de Muur.'

Het massatoerisme maakte zich van de Muur meester. Twaalf secties, samen twintig kilometer lang, werden herbouwd. Wegen werden aangelegd naar stukken die juist dankzij hun onbereikbaarheid intact waren gebleven. Boeren begonnen tol te heffen en 'hun' Muur toeristisch te exploiteren. Er kwamen kabel- en glijbanen, restauranten, hotels en voor de allerrijksten het superdeluxe villacomplex Commune by the Great Wall.

In 2001 richtte Lindesay de stichting International Friends of the Great Wall op. Vooral dankzij hem zette het Wereldmonumentenfonds de Chinese Muur op de lijst van honderd meest bedreigde cultuurplaatsen ter wereld. Dat ziet hij als een keerpunt in de houding van de autoriteiten.

De nieuwe wet erkent dat de Muur en zijn landschap een eenheid vormen. Op een strook van vijfhonderd meter aan weerszijden mag niet meer worden gebouwd, en op de aangrenzende bufferzones van 2500 meter alleen met speciale toestemming. Voor het eerst wordt de herbouwde 'toeristische' Muur onderscheiden van de ruïneuze stukken.

Het is niet meer toegestaan tochten te maken langs of over deze 'wilde' Muur of daarop stalletjes of zendmasten te installeren. Beschadiging van het bouwwerk is strafbaar. En zonder verlof mag de Muur niet meer worden gebruikt voor films, tv-programma's en andere evenementen. Alles hangt nu af van de uitvoering van deze voorbeeldige wet, die de andere gebieden waardoor de Muur loopt vermoedelijk zullen overnemen.

De eerste vijftienhonderd post-SARS-toeristen uit het buitenland zijn onthaald op een banket in de heiligste politieke tempel, de Grote Hal van het Volk. Extra attractie: een concert op de Chinese Muur.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden