Chic om te lachen

De Sex Pistols waren een levend uithangbord voor haar punkoutfits, die op straat gretig werden nagemaakt. Vivienne Westwood, die vandaag 63 wordt, heeft in de 34 jaar dat ze modeontwerpster is ook tientallen collega's de weg gewezen....

Het allereerste kledingstuk van Vivienne Westwood dat in het Victoria and Albert Museum (V & A) in Londen staat opgesteld is een zwart T-shirtje dat je nu zomaar bij H & M, Miss Sixty, of om de schouders van een opgedofte Idols-kandidate aan zou kunnen treffen. Het shirt hangt vol zilveren muntjes en er zitten lukraak wat Harley-Davidson-emblemen opgenaaid. De kapmouwtjes zijn afgezet met een oude fietsband en slierten paardenhaar.

De grootste verrassing zit 'm in het bijschrift: Westwood maakte het shirt in 1971. Dat was vijf jaar vpunk. Vivienne Westwood was al punk toen David Bowie zijn Ziggy Stardust nog moest opnemen. Sterker nog: Bowies blonde Ziggy-piekhaar was rechtstreeks gejat van de baanbrekende peroxideblonde rattenkop van Vivienne.

Vivienne Isabel Swire legde als tiener haar schooluniform al onder de naaimachine om het silhouet een beetje aan te scherpen. Ze ging op haar zestiende naar de kunstacademie, maar stapte over naar een opleiding voor onderwijzeres, want ze wist niet hoe ze ooit als kunstenaar geld zou kunnen verdienen. Vivienne trouwde op 21-jarige leeftijd met de vriendelijke Derek Westwood, kreeg een zoon, en vroeg na een paar jaar de scheiding aan, want ze vond haar huwelijk intens saai. Ze trok weer bij haar ouders in Londen in en ontmoette de vijf jaar jongere Malcolm McLaren.

Het was geen liefde op het eerste gezicht, maar hun vriendschap leidde al gauw tot afhankelijkheid. Het geboren enfant terrible McLaren had briljante idee samen te vatten onder de noemer 'mensen treiteren'. Vivienne was praktisch ingesteld. En als ze allebei ergens een hekel aan hadden, dan wat het aan die lievige hippietrend die Londen beheerste.

Ze openden op King's Road de tweedehands platenwinkel Let It Rock en verkochten er fiftieskleren. Hun eigen ontwerpen begonnen als geknutsel met fietsband en paardenhaar, en zo ontwikkelden ze een eigen stijl die we tegenwoordig 'customizen' zouden noemen. De winkel veranderde net zo vaak van aanbod als van naam: ze verhandelden partijen tweedehands jeans en doken in de rubber fetisjkleding, destijds absoluut schokkend als dagelijkse kledij.

McLaren was nog meer dan Westwood bezeten van mode, en had het briljante idee om modesmaak te koppelen aan muziek. Immers, muziek verbroedert, en als jouw fans zich als een bende gaan gedragen en je hebt een winkel waar ze hun uniform kunnen kopen, dan is dat dubbele winst.

En dus richtte McLaren de Sex Pistols op, gerekruteerd onder de hangjongeren voor wie de winkel op King's Road een veilige haven was. McLaren wist de media slim te manipuleren, en zo stonden de Sex Pistols en het modewinkeltje dat nu Seditionaries heette vooraan toen punk doorbrak.

Het is achteraf een gek idee dat de Sex Pistols voortdurend als etalagepoppen voor Vivienne Westwoods kleren rondliepen. De met hakenkruizen en dwangbuisriemen versierde rafelige kleren waren niet goedkoop, zoals het mode betaamt. McLaren en Westwood vonden het overigens best dat hun kleding gretig gekopieerd werd.

Het T-shirt met daarop twee blote cowboys was destijds in Engeland een reden om gearresteerd te worden, maar pronkt nu in een vitrine van het V & A, naast een shirtje waarop Westwood met kippenbotjes het woord 'Rock' uitspelde, en dat nu zo zeldzaam is dat er op veilingen duizenden euro's voor betaald wordt.

Er is een zwart bondagepak te zien waarin Johnny Rotten ooit een tv-optreden deed, maar het pak had ook uit een recente collectie van Helmut Lang of Raf Simons afkomstig kunnen zijn. Westwoods bondagestijl kreeg veel navolging.

Het aantal outfits uit de punktijd dat in de eerste zaal van de tentoonstelling staat, is wel wat beperkt. Zoals het tv-programma We love 1977 vermakelijk is, zo is het leuk om Johnny Rottens Destroy-hemd te zien, met de afbeelding van een gekruisigde Jezus en een hakenkruis; beeldtaal die de joodse McLaren echt nodig vond om de suffe wereld wakker te schudden. Meer voorbeelden uit Westwoods eerste tien ontwerpjaren waren welkom geweest.

Het bescheiden aanbod komt misschien omdat de ontwerpster zichzelf in die tijd nog niet erg serieus nam. 'Ik was de persoon die Malcolms ideewaarmaakte', zegt ze in de catalogus die bij de tentoonstelling hoort. Pas rond 1980 drong het tot haar door dat ze modeontwerpster was. Ze was toen ook de groezeligheid van punk zat. Engeland was al deprimerend genoeg, vond ze; Westwood had zin in iets vrolijks. 'Doe iets romantisch, duik in het verleden', zei McLaren. Zo ontstond in 1981 haar Piratencollectie, die meteen door een nieuwe act uit de artiestenstal van McLaren aangetrokken werd: Adam & the Ants. Twee jaar later ging Westwoods etnisch/flodderige collectie Nostalgia of Mud weer gelijk op met het project Buffalo Gals van McLaren.

Nostalgia of Mud was een eigenaardige collectie in het modeklimaat van toen. Waar andere ontwerpers aan powerdressing deden, met harde kleuren, brede schouders, smalle heupen en hoge hakken, kwam Westwood met bruinige ruimvallende hobbezakken met platte schoenen eronder. McLarens interesse in mode was op dat moment tanende, en de liefde tussen de twee trouwens ook.

Het is duidelijk dat Westwood zonder McLaren nooit ontwerpster zou zijn geworden. Maar de verwachting dat Westwood in vergetelheid zou wegzakken toen de twee in 1983 uit elkaar gingen, kwam niet uit. Ze was de eerste ontwerper die sportschoenen op de catwalk liet zien, maar toen andere ontwerpers zich op sport richtten haalde Westwood de crinoline uit het archief: haar dames droegen in 1994 hoepelrokken en beugels die een Victoriaans groot achterwerk suggereerden. Westwood liet zich steeds duidelijker inspireren door historische kostuums, korsetten en oude schilderijen. Ooit was ze begonnen met het maken van T-shirts uit twee vierkante lappen, maar haar kleren werden vormtechnisch steeds begaafder. Schetsen deed ze niet; ze had al doende een geniale mouleertechniek aangeleerd.

Veel van haar ontwerpen uit de jaren negentig hebben de exorbitante propperigheid van Franse couture, maar zijn tegelijk diepgeworteld in de Britse kleermakerskunst van krijtstreep, Schotse ruit en tweed. In alles mengde ze de Franse chic met haar Britse humor. Ze maakte baljurken van theedoeken en vim-doppen, mantelpakjes van gescheurde jeans, en de kroon van de Britse koningin werd in tweed een slappe muts. 'Verleiden is overdrijven', zei Westwood ooit, en in haar overdrijving ging ze graag te ver. Zo deerde het haar niets dat supermodelNaomi Campbell ooit op de catwalk van een paar blauwe krokodillenleren schoenen met 25 centimeter hoge blokhakken viel. De schoenen werden een legende (ze staan in het V & A onaantastbaar in een vitrine), en Westwood vond nu eenmaal dat 'het leven mooier is als je er indrukwekkend uitziet'. Haar eeuwige motto luidt: 'When in doubt dress up not down.' Sober is haar overzichtstentoonstelling in het V & A dus niet. In de tweede zaal hangen de inspiratiebronnen soms naast de jurken: een portret van madame de Pompadour uit 1758, een tafeltje van Boulle uit 1755. Wat een beetje irriteert aan de expositie is dat de chronologie nogal zoek is. In zaal staan al haar collecties uit de jaren tachtig door elkaar, terwijl nu juist bij Westwood die geleidelijke verschuiving van punk naar chic zo boeiend is.

De mate waarin ze werd gekopieerd is bijna schokkend. Haar fascinatie voor bondage kwam bij Helmut Lang en Raf Simons terug, haar idee om een beha als top te dragen werd later door Jean Paul Gaultier geleend, en haar sportieve mix van lycra en elastiek uit 1984 werd vorig jaar nog bijna letterlijk door Bernhard Willhelm hergebruikt.

Westwoods naam wordt nu genoemd in adem met Yves Saint Laurent en Giorgio Armani. Jonge Britse ontwerpers als John Galliano en Alexander McQueen zijn zwaar door Westwood beloed, en haar typisch Britse signatuur heeft in de modewereld de weg geend voor ouderwetse Engelse merken als John Smedley, Pringle en Burberry.

Daarom is het zielig dat Westwood zelf decennia lang op de rand van faillissement balanceerde, en zich tot voor kort nog per fiets tussen haar bescheiden Londense flatje en haar rommelige studio/kantoor bewoog. Maar met een hele rits aan dames-en herencollecties, twee succesvolle parfums en licenties voor Wedgwood, Wolford en Swatch gaat het met Westwood beter dan ooit. En dat andere modemerken gretig uit haar oeuvre putten heeft ze ooit al geaccepteerd. Kopin getuigt van respect voor het verleden, vindt Westwood.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden