Chen

Het is bloedstollend, het verhaal van de blinde Chinese activist, diens wilde rit naar de vrijheid, het verraad van Hillary Clinton (of was het klunzigheid van haar diplomaten?) en hoe dit alles de broze relatie tussen twee wereldmachten op het spel zet. The New York Times publiceerde gisteren een reconstructie van de vlucht van de Chinees Chen Guangcheng, die leest als een koude-oorlogsthriller.

Was Chen verzonnen, dan had een uitgever vermoedelijk tegen de auteur gezegd: te overdreven, geen lezer die dat gelooft.

Maar Chen is echt. Blind van kindsbeen af, mocht niet naar school, leerde zichzelf op latere leeftijd lezen en schrijven, worstelde zich door juridische pillen heen, ging actie voeren voor vrouwen die gedwongen abortussen en sterilisaties moeten ondergaan, werd vervolgd en geïntimideerd door de autoriteiten, kreeg huisarrest opgelegd - en werd zo zoetjesaan een beroemde dissident.

Vorige week brak hij uit. Chen wist ongezien zijn huis uit te komen, klauterde over muren, dook onder bij bekenden en vroeg bescherming aan de Amerikaanse ambassade in Peking.

The New York Times beschrijft hoe dat gaat, een dissident een ambassade binnen smokkelen: met een woeste autorit van Amerikaanse diplomaten door nachtelijk Peking om Chen op te pikken, onderwijl achtervolgd door Chinese veiligheidsagenten.

Er moet vrij hard gevloekt zijn in Washington. Een dreigende mensenrechtenrel met China. Een punt maken van mensenrechten doen wij van het Westen in kleine rotlandjes, waar we onze begaanheid met de mensheid kunnen tonen door ontwikkelingshulp af te pakken. Naar China sturen wij van het Westen knipmessende delegaties, en om Amnesty International een bot toe te werpen hummen we tijdens het staatsbanket iets over 'wederzijds respect'.

Van China hebben wij namelijk straks zelf ontwikkelingshulp nodig, met zijn 1,2 miljard mensen, zijn miljarden op de bank en zijn supergroei. Die productiecijfers zijn weliswaar bij elkaar gejokt door overijverige overheidsrapporteurs die, wanneer er 800 balen rijst worden geteld aan Peking melden dat het er 1.600 waren - maar dan nog groeit het daar vijf keer zo hard als in Europa en Amerika, en is het van groter belang dat zij ons aardig vinden dan omgekeerd.

In recordtijd knutselde de Amerikaanse ambassade een oplossing in elkaar. Chen zou terugkeren naar zijn gezin, en de Chinese autoriteiten beloofden hem met rust te laten en toe te staan verder te studeren.

In de Amerikaanse versie van het verhaal ging Chen dolblij zijn nieuwe vrijheid tegemoet. In Chens versie van het verhaal bleken, eenmaal weer op straat, al die toezeggingen over een nieuw, veilig leven boterzacht. Nu wil hij met Hillary mee, naar Amerika.

Op CNN deed hij zijn beklag. 'Wat wilt u tegen president Obama zeggen?', vroeg de interviewer. 'Doe alstublieft wat u kunt om mijn gezin hier weg te halen.' Twaalf woorden die, als Obama 'neen' zegt, hem een verkiezingscampagne lang zullen achtervolgen. En die, als Obama 'ja' zegt, de relatie met China grondig verpest.

De romanschrijver moet kiezen welke rol hij de Amerikaanse diplomaten geeft. Hetzij sukkels, die oprecht meenden een betrouwbare deal te hebben met een overheid onder wier verantwoordelijkheid nog altijd mensen verdwijnen. Hetzij Realpolitikers die de kwestie-blinde-dissident rap wilden wegpoetsen en dachten dat de geknevelde media het nakomen van toezeggingen aan Chen toch niet zouden kunnen controleren.

Nu de filmrechten nog.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden