Chemische tijdbommen

Zwaar vervuilend oud landbouwgif wordt in de Derde Wereld en Oost-Europa vaak zomaar gedumpt. Gifjager Jan Betlem mag het opsporen....

Geloof het of niet, zegt ing. Jan Betlem, maar in Kameroen wordt nog steeds gevist met landbouwgif dat vissen bedwelmt waardoor ze vanzelf aan de oppervlakte komen drijven. Diezelfde vissen worden bestrooid met DDT-poeder om ze vers te houden op weg naar de markt. In veel ontwikkelingslanden laat het milieubewustzijn, om het voorzichtig te zeggen, nog sterk te wensen over.

'Maar het besef dat zoiets niet deugt, groeit. Er ontstaan kleine nestjes van onrust. Daar moet ik het van hebben.'

Betlem, opgeleid als bosbouwer, is namelijk gifjager van beroep. Hij speurt oude, ongebruikte of verboden voorraden landbouwgif op en zorgt dat ze worden vernietigd of verantwoord opgeslagen. Hij woonde achttien jaar in Afrika en raakte tien jaar geleden verzeild in de wondere wereld van obsolete pesticides, zoals de oude gifvoorraden meestal worden genoemd.

In dienst van het ministerie van Buitenlandse Zaken (en Ontwikkelingssamenwerking) werkte hij aan het gifvrij maken van Zanzibar en het inventariseren van gif in de rest van Tanzania. Dat was in het midden van de jaren negentig, toen milieubeleid nog een belangrijk onderdeel was van ontwikkelingsbeleid. Maar net als in Nederland zelf is milieu daar enigszins uit de mode geraakt. 'Helaas moet ik zeggen dat Nederland het op dit gebied nu volledig laat afweten.'

Alleen al in Afrika ligt vermoedelijk 120 duizend ton verouderde pesticiden in verroeste vaten of gescheurde zakken te wachten tot ze in het milieu terechtkomen. Ruwweg een kwart bestaat uit niet afbreekbare stoffen als DDT en oude pesticiden met zware metalen, die uiteindelijk via het grondwater in zee zullen komen. Dus ook in vis en ijsberen, zegt Betlem. Overigens past Europeanen bescheidenheid. Het overboord slaan van 630 honderd-litervaten pesticide in de Waddenzee getuigt evenmin van zorgvuldige omgang met landbouwgif.

In Tanzania moest Betlem zich door dorpsoudsten laten aanwijzen waar twintig jaar geleden de opslagplaatsen landbouwgif waren neergezet. De vaten stonden er nog, maar vraag niet hoe. 'Ze waren deels overgroeid en je moest een weg door het oerwoud kappen om er te komen. Dan stond je voor een ingezakt gebouw waar het bruine en zwarte poeder naar buiten stroomde.'

In Senegal zag hij jongetjes voetballen naast een open opslagplaats van oud landbouwgif. In Mauritanioest met grondradar worden achterhaald waar de oude, strategische voorraden gif tegen sprinkhanenplagen waren leeggekieperd. Dat gebeurde wanneer de bevolking de gifvaten leegmaakte om ze open te knippen en te gebruiken als dakbedekking.

In Senegal kent Betlem een plek net buiten de hoofdstad, waar grote hoebij.veelheden vloeibaar bestrijdingsmiddel in de bodem terecht zijn gekomen. Het ondiepe grondwater is sterk verontreinigd, maar de bevolking gebruikt het om groentetuinen te besproeien. De groenten worden al tientallen jaren verkocht in de stad. Bij bevolkingsonderzoek zal zeker blijken dat de gezondheid van die mensen is aangetast, zegt hij. 'Maar een oplossing gaat veel geld kosten dus is er nog niets gebeurd. Dat is schrijnend en diep triest.'

En zo zou hij uren door kunnen gaan, want in elk van de tientallen landen die hij bezocht, is wel iets vreemds of bijzonders aan de hand. Rode draad is dat op ontelbare plaatsen ter wereld chemische tijdbommen tikken, en dat daar in het opgeruimde en welvarende westen opmerkelijk weinig aandacht voor bestaat.

Dat begon in Afrika, maar speelt nu ook volop in Oost-Europa. 'Alleen al in Polen liggen waarschijnlijk m oude pesticiden dan in alle Afrikaanse landen samen. Maar de Europese Unie vindt het interessanter om de aanleg van wegen te subsidin dan om een erfenis uit het verleden weg te werken. Net als de lokale politici, overigens. Die boeken ook liever succes op korte termijn dan een oud probleem op te lossen.'

Daar staat tegenover dat dit jaar het Africa Stockpiles Programme van start zal gaan, een project opgezet door een aantal internationale organisaties geleid door de FAO. Vijftien Afrikaanse landen hebben zich gekwalificeerd om voor milieuhulp in aanmerking te komen. Zij hebben hun voorraden overtollig gif ruwweg in kaart gebracht en kunnen aannemelijk maken dat tegenwoordig verstandiger met bestrijdingsmiddelen wordt omgegaan.

Anderen kwalificeerden zich niet. 'Het heeft geen zin om bijvoorbeeld een land als Nigeria te gaan schoonmaken. Over vier jaar ligt diezelfde prut er weer. Daar moet eerst meer aan bewustwording en betere wetgeving worden gedaan'.

Voldoende geld om het FAO-programma uit te voeren is er overigens niet. Het fonds wordt deels gevuld door het Global Environment Facility (GEF) van de Verenigde Naties. Ook de Europese Unie heeft geld toegezegd en de chemische industrie draagt eveneens

Japan, Belgin Canada steunen bilaterale opruimprojecten in Afrika. Maar veel Afrikaanse landen kregen hun pesticiden uit China, dat zich er nu niet meer verantwoordelijk voor voelt. En in Nederland is na het vertrek van Jan Pronk op Ontwikkelingssamenwerking de belangstelling grotendeels verdwenen, constateert Betlem.

Daar is het ministerie het overigens niet mee eens. Nederland steunt het Afrikaans opruimprogramma met een bescheiden bedrag via de Verenigde Naties, zegt de woordvoerster. Maar projecten zoals in Tanzania waren bij nader inzien vooral symptoombestrijding. 'We hebben het gedaan, maar zijn er terughoudend in geworden. Ze lossen de structurele problemen niet op.'

Dat is allemaal best, reageert Betlem, maar het gif moet er wweg. Dat hij zijn speurtocht aupt kan voortzetten, is te danken aan zijn huidige werkgever, het Deventer ingenieursbureau Tauw. Dat betaalt zijn salaris zonder daar vooralsnog opdrachten voor terug te zien. Reis-en verblijfkosten sprokkelt hij bij elkaar met incidentele steun van charitatieve organisaties.

Onlangs heeft de gifjager het IKONfonds Wilde Ganzen aangeschreven voor een project in Oost-Europa. De Postcodeloterij heeft al 270 duizend euro toegezegd voor een opruimactie in Oekrai¿ne. Soms is het bedrijfsleven geinteresseerd. In Tanzania steunt een Engelse vuilverbrander de training van lokaal personeel voor het herpakken van doorgeroeste gifvaten. 'Dat bedrijf heeft overcapaciteit en denkt: misschien mogen we dat afval in de toekomst verbranden, en dan levert het wat op.'

Ondanks tien jaar speurwerk in Afrika is hij niet keer gestuit op een bewuste dumping van chemisch afval uit Europa of Amerika, hoewel daarvoor geregeld plannen zijn ontwikkeld. Soms zat het er wel dicht tegenaan.

'Zanzibar kreeg enkele jaren geleden een aanbod van een Arabische Golfstaat om het energieprobleem van het land op te lossen. Er zouden elektriciteitscentrales worden gebouwd en zelfs de brandstof zou worden geleverd. Dat bleek in werkelijkheid een chemische vuilverbrandingsinstallatie te zijn. Nadat Zanzibar eiste dat deze aan de uitstootnormen van de EU zou voldoen, was men niet meer gei¿nteresseerd.'

Elders in Tanzania ligt nog steeds tweehonderd ton DDT, weet hij, gedoneerd door Griekenland. Die donatie geschiedde toen het omstreden middel in Europa was verboden en lag al op de kade voordat het Afrikaanse land het had kunnen weigeren. 'Hoog tijd dat iemand het weghaalt.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden