Nieuws Al Qaida

Chauffeur Osama Bin Laden opgepakt in Libië

Soldaten van het Libische Nationale leger van kolonel Khalifa Haftar hebben zaterdag Al Qaida-kopstuk Abu Sufian bin Qumu gevangengenomen. Hij was de chauffeur van Osama bin Laden en is een van de leiders van de Libische terreurorganisatie Ansar al-Sharia.

Kolonel Khalifa Haftar afgelopen mei tijdens de militaire parade voorafgaand aan het offensief om Derna te heroveren. Beeld AFP

De 59-jarige Bin Qumu werd gevangen genomen nadat troepen van Haftar de stad Derna na een belegering van een jaar hebben ingenomen. De stad was in handen van verschillende Islamitisch-extremistische groepen waaronder die van Bin Qumu. De Saudische staatszender Al Arabiya meldt op gezag van een militaire bron dat Bin Qumu gepakt kon worden toen zijn strijders door hun munitie heen waren.

Bin Qumu die in Derna werd geboren, verhuisde in de jaren tachtig naar Afghanistan en vocht daar tegen de Sovjet-Unie. Later sloot hij zich aan bij al-Qaeda. Hij was de chauffeur van Bin Laden toen die in Sudan woonde. In 2002 kregen Amerikaanse soldaten hem te pakken en Bin Qumu werd opgesloten in het detentiekamp Guantanamo Bay. In 2007 werd hij uitgeleverd aan Libië, waar hij in 2011 na de val van kolonel Muammar Khadafi wist te ontsnappen.

Met de verovering van Derna heeft het leger van Haftar zijn positie in het oosten van het land verder versterkt. De 75-jarige Haftar, die diende onder Khadafi voordat hij zich in de jaren negentig tegen hem keerde, vormt vanuit Benghazi de belangrijkste rivaal voor de door het westen gesteunde eenheidsregering van Fayez al-Serraj die in Tripoli zetelt.

Aanvankelijk werd Haftar door de internationale gemeenschap buiten spel gezet maar onlangs schoof hij in Parijs aan bij onderhandelingen over de eerste vrije verkiezingen sinds 2011 die voorzien zijn voor eind van dit jaar. Haftar die wordt gesteund door Egypte, Saudi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten, wist de rust in het oosten van het land enigszins te herstellen door talloze rivaliserende milities uit te schakelen.

Maar afgelopen week bestormden extremistische troepen twee belangrijke olieraffinaderijen bij de havens van Ras Lanuf en Es Sider, waarop de terminals moesten worden gesloten. De olieterminals waren sinds 2016 onder controle van het Libische Nationale  Leger van Haftar gebracht om de productie weer op gang te brengen. De Libische Nationale Oliecorporatie (NOC) riep de milities zaterdag op zich terug te trekken om de economie niet verder te schaden. Momenteel produceren de terminals 240 duizend vaten per dag, de blokkade voor 2016 heeft Libië miljarden aan gederfde olie-export gekost.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden