Charmeoffensief

President Michail Saakasjvili maakt vrienden op het platteland van Georgië, maar ziet zijn populariteit in de steden snel afnemen. Hij zou de verkiezingsuitslag hebben vervalst en de oorlog met Rusland deed de rest....

‘Pardon. Heeft u de president misschien gezien?’ Een groep westerse journalisten schiet in de lach als de vraag wordt gesteld. Dit méént de chauffeur niet. Ja, de afspraak was vaag: ergens in de middag zouden ze de president van Georgië op een bijeenkomst, ergens in het land, ontmoeten. Maar de bus staat nu stil op een provinciale weg, bijna drie uur buiten de hoofdstad, met wijnvelden links, en wijnvelden rechts. Geen wonder dat de boer die naast zijn koeien loopt met zijn hoofd schudt. Geen idee. Geen president gezien vandaag.

De bus rijdt verder en er glijden nog meer wijngaarden langs. Op de achtergrond donkergroene bergen met een streepje wit in de top. Blauwe lucht. Grijs grindpad. Zwarte gepantserde wagens.

De chauffeur trapt vol op de rem, scheurt achteruit en schiet het grindpad op, waar zomaar, midden in het lieflijke landschap, allemaal mannen staan die draadjes in hun oren hebben. De ramen van de gepantserde wagens gaan naar beneden, en daarin zitten nog meer mannen met van die draadjes in hun oor, stuk voor stuk gehuld in een kogelvrij vest en met een machinegeweer op schoot,. Onze chauffeur kijkt tevreden. De president moet vlakbij zijn.

En ja hoor, daar staat hij. Midden in de wijngaard, omringd door camera’s, zodat de rest van Georgië vanavond op het nieuws kan zien hoe Michail Saakasjvili met de gewone man heeft gepraat. Volkomen ontspannen, alsof hij dagelijks over het platteland wandelt, luistert de president naar de klachten van een handvol boeren. Hij maakt een grap, klopt iemand vriendschappelijk op de schouders en geeft bemoedigende antwoorden. ‘We hebben grote concurrentie uit Australië, Zuid-Afrika en zelfs Turkije. Maar Georgische wijn kan over de hele wereld een succes worden.’

Daar zal hij zich persoonlijk voor inzetten, belooft de president. Er komt subsidie, betere kunstmest, en dankzij speciale opslagtanks zullen de druiven na de oogst langer bewaard kunnen worden. En dit dorp krijgt, nadat er om gevraagd wordt, bovendien een nieuwe tractor.

Dan is de show voorbij, en snelt Saakasjvili naar de zwarte auto die voor hem gereed staat, op een drafje gevolgd door mannen in het zwart. Een paar minuten later is de wijngaard weer als alle andere. Leeg.

Maar het charmeoffensief van de president gaat verder. Eerst in een dorp, een paar kilometer verderop, en daarna, na een korte vlucht met een helikopter, in het schilderachtige Signani. Hier wordt Saakasjvili als een popster ontvangen. Vrouwen staan in de rij om met hem op de foto te mogen, mannen schudden hem enthousiast de hand en de president aait over de bol van een paar verlegen kinderen.

‘Oh ja, dit doe ik vaker’, zegt Saakasjvili later in een restaurant. ‘En het kost me handen vol geld. Mensen vragen om nieuwe wegen, betere voorzieningen, een fontein op het dorpsplein. En dat krijgen ze ook van me – mits het verzoek redelijk is natuurlijk.’

De inwoners van Signagi hebben al veel gekregen. Een paar jaar geleden nog, brokkelde dit stadje langzaam af: de wegen waren hobbelig, de huizen kreunden onder de last van jaren zonder onderhoud, en gezinnen moesten het zonder fatsoenlijke voorzieningen doen. Saakasjvili beloofde dat het beter zou worden, maar de burgers, gewend aan loze beloftes van politici, vertrouwden het niet.

‘Er deden allerlei geruchten de ronde. Dat ik hun land aan buitenlanders wilde verkopen, en dat zij alles kwijt zouden raken’, vertelt de president stralend – alvast genietend van de goede afloop die gaat komen. ‘Dus ze sloten de wegen voor me af, en bekogelden bouwvakkers met stenen. Maar negen maanden later was het lelijke Sovjet-stadje een levend monument geworden, waren de huizen tweehonderd keer meer waard en de bewoners dolgelukkig.’

Een sprookje. Net zoals Michail Saakasjvili er zelf een heeft geleefd. Toen president Edouard Sjevardnadze na de Rozenrevolutie was opgestapt, won Saakasjvili op 36-jarige leeftijd zijn eerste verkiezingen met 96 procent van de stemmen. Stralend stond het wonderkind op het podium, met zijn Nederlandse vrouw Sandra Roelofs. ‘Misja’, zoals hij liefkozend werd genoemd, zou de wereld laten zien dat hij Georgië uit het moeras van armoede, corruptie en misdaad zou trekken.

Maar dat is ruim vijf jaar geleden en al wordt de president in Signagi nog als de redder van de stad omarmd, in de hoofdstad Tbilisi staan ze niet meer in de rij om met hem op de foto te mogen. Begin april begon de oppositie met dagelijkse demonstraties voor het parlementsgebouw, en de hele stad hangt vol met posters waarop Saakasjvil wordt gevraagd op te stappen.

‘Nou en’, zegt hij smalend. ‘Ze gaan hun gang maar met hun demonstraties. Ik blijf zitten waar ik zit.’ En na een slok wijn: ‘Luister. In de hoofdstad heeft de oppositie veel aanhang, maar daar buiten wordt ik nog steeds volop gesteund. Vorig jaar heb ik de verkiezingen op democratische wijze gewonnen, en deze mensen kunnen zich blijkbaar niet neerleggen bij de uitslag.’

Maar het is niet alleen de (volgens hen vervalste) verkiezingsuitslag die Misja’s critici dwars zit. Een deel van de onvrede komt voort uit het verlies van Zuid-Ossetië en Abchazië na een korte, maar hevige oorlog met Rusland. Volgens zijn politieke tegenstanders is deze begonnen toen de heethoofdige Saakasjvili het bevel gaf om separatisten (die door Moskou werden gesteund) in Zuid-Ossetië aan te vallen. ‘Een fatale vergissing’, zegt oud-president Sjevardnadze. ‘Die zet kan niet gerechtvaardigd worden. Iedereen weet dat je een oorlog met Moskou niet kunt winnen, en nu zijn we de twee regio’s kwijt. Bovendien is onze relatie met Rusland verstoord, terwijl we, zowel in politiek als militair opzicht, met hen moeten omgaan. Of we het nu leuk vinden of niet, het blijft ons grootste buurland.’

Niet alleen zijn politieke tegenstanders, maar ook westerse analisten verwijten de president dat hij het conflict heeft laten escaleren – maar als je dat aan hem voorlegt, noemt Saakasjvili de redenatie ‘bullshit’.

‘Ja hoor, het rustige, slapende provinciestadje Tschinvali werd ruw verstoord door de machtswellusteling Saakasjvili? En ik rekende er natuurlijk op dat het Westen voor ons op zou komen?’ Hij snuift misprijzend. ‘We werden al maanden uitgedaagd, en het Westen nam de dreiging niet serieus. Maar er werden burgers aangevallen. Er stonden tienduizenden soldaten klaar. Er stonden tanks aan de grens, en geloof me, tanks kunnen niet vliegen.

‘Het was glashelder dat Rusland ons wilde binnenvallen. Poetin heeft jaren eerder gezegd dat hij van Georgië een tweede Noord-Cyprus zou maken. Hij heeft Sarkozy verteld dat hij me aan mijn ballen wilde ophangen. Wat had ik moeten doen? Me inhouden en afwachten? Vluchten? Toekijken hoe ze ons land met tanks zouden binnenrijden, omdat terugslaan geweld zou uitlokken? Ik voel me er elke dag slecht over, maar de enige andere optie was een Russische vlag te zien wapperen op onze gebouwen in de hoofdstad.’

Maar er is meer dan alleen de oorlog. ‘Dit land bevindt zich in een diepe crisis’, zegt oppositieleidster Nino Boerdzjanadze, ‘en het Westen weigert het te zien. Ze hebben Saakasjvili omarmd als een democraat in een regio van autocraten – maar zelf is hij niet anders.’

Ruim twee maanden geleden kondigde de oppositie massale demonstraties aan die zouden doorgaan tot Saakasjvili opstapte. Maar de president blijft, en de demonstraties bloeden dood. Saakasjvili heeft aangegeven met de oppositie te willen praten om tot een compromis te komen en stelt regionale verkiezingen in het vooruitzicht. Maar de oppositie wil geen compromis. De president moet vertrekken, anders gaat het land ten onder, zo luidt hun boodschap.

Boerdzjanadze: ‘We zijn niet tegen een dialoog, maar dan moet die wel inhoud hebben. Beloftes moeten worden nagekomen, en dat heeft deze regering nog nooit gedaan. Dus wat is een dialoog waard, als die alleen maar voor de vorm is?’ Dat geluid wordt herhaald door Sozar Soebari, de nationale ombudsman van Georgië. ‘Vroeger was ik bevriend met Misja, geloofde ik in hem, steunde hem. Hij ging de strijd aan met de corruptie en zou vechten voor de mensenrechten. Maar we kregen steeds meer aanvaringen. De media worden beknot, demonstranten in elkaar geslagen, de rechtspraak is politiek en er ligt veel te veel macht bij een kleine vriendengroep rond de president.’

Saakasjvili is zichtbaar geïrriteerd bij deze geluiden, en in alles wat hij zegt, klinkt oprechte frustratie door: Hij wil alles geven aan dit land, maar heeft tijd nodig. Je kunt het hem en zijn regering niet verwijten dat nog niet alles op de rails staat. En tegenspraak gaat het proces niet versnellen.

‘Toen ik aantrad, was dit land tot op het bot corrupt en werd elke vorm van initiatief de nek omgedraaid. Het onderwijs, de zorg, het zakenleven, alles stond stil. Tbilisi was grijs; grijze mensen, grijze huizen. En nu? Er is kleur, licht en leven. In 2004 leefde 52 procent van de mensen onder de armoedegrens, nu is dat 24 procent, en ik hoop dat we het binnen vier jaar weten terug te brengen tot 10. We hebben 50 duizend mensen ontslagen om de bureaucratie af te slanken, we hebben keurige cijfers van de corruptiewaakhond Transparancy International, de bevolking is niet bang meer voor de politie, maar vertrouwt hen, de maffia is verdwenen.’

Hij knikt tevreden, trots op wat hij in luttele jaren heeft bereikt, en maakt ruimte op tafel, zodat de obers de gerechten kwijt kunnen. Vervolgens schept hij het bord van de journaliste naast zich vol, en moedigt haar aan zo veel mogelijk te eten. Aan een andere vrouw legt hij uit hoe ze een bepaald gerecht moet eten. ‘Pak het beet met je handen, bijt het deegpakket aan de bovenkant open en zuig het sap er uit, voordat het eruit stroomt. Kijk. Zo.’ Hij lacht als het mislukt, biedt zijn servet aan, en richt zich weer tot de rest van de tafel.

Maar buiten het restaurant heerst de desillusie. ‘Er zijn gewoon twee Georgië’s’, zegt politicoloog Soso Tsiskarasjvili. ‘Een gelukkig Georgië en een ontevreden Georgië. En die laatste groep wordt niet gehoord door de regering – die wíl de regering niet horen.’

‘En soms gebruikt de regering te gemakkelijk geweld om het ontevreden deel van het land de mond te snoeren’, vult Zoerab Abasjidze, oud-ambassadeur voor Georgië bij de EU, de NAVO en in Moskou, aan. ‘Maar ook de oppositie gedraagt zich onverantwoordelijk. Als er geen dialoog komt tussen de twee Georgië’s, zal het land steeds verder verzwakken, en is Rusland de lachende derde.’

Wat betreft Saakasjvili moeten ze gewoon even geduld hebben – iets wat hij zelf overigens moeilijk op kan brengen. ‘Wat me misschien verweten kan worden, is dat ik te snel wil gaan. Ik vecht tegen de oude Sovjet-mentaliteit, en wil dit land vooruit stuwen. Ik wil een project binnen een week van de grond krijgen, en binnen een maand resultaat zien. Soms doet het pijn, maar we moeten wel. En je kunt in de haast beter een fout maken, dan helemaal niet verder komen.’ En hij heft het glas.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden