'Charlotte Mutsaers is ondemocratisch'

Jaarlijks worden in Den Haag de literatuurprijzen van de Jan Campert-stichting uitgereikt. Volgens een goede traditie verschijnt bij deze plechtigheid in december een boekje met een korte bio- en een uitvoerige bibliografie van de winnaars, alsmede per auteur een essay....

In de jongste editie, Jan Campert-prijzen 2000 (onder redactie van Harry Bekkering en Ad Zuiderent; fl 19,90), wordt de lof gezongen van Charlotte Mutsaers (Constantijn Huygens-prijs), K. Michel (Jan Campert-prijs), Peter Verhelst (F. Bordewijk-prijs) en Martin Reints (J. Greshoff-prijs). Hoewel, lof: de bijdrage van Marc Reugebrink over Charlotte Mutsaers verraadt ook behoorlijk veel weerstand die het werk van de eigenzinnige schrijfster (en voormalig beeldend kunstenaar) blijkbaar kan opwekken. Hij wordt vrolijk van haar vrolijkheid, maar koppig van haar koppigheid.

Mutsaers is dwingend, ondemocratisch, non-conformistisch, waarbij haar literaire voorkeur 'veelal rijmt met het smulgoed van de high brow en aldus zorgt voor sociale distinctie'. Achter deze typering schuilt een verwijt waarvan het de vraag is of dat houtsnijdt. Immers, wat kan Mutsaers eraan doen dat haar geliefde auteurs als Ponge, Hanlo en Charms niet massaal gelezen worden. Je kunt net zo goed beweren dat haar enthousiasmerende stukken juist een poging zijn die sociale distinctie te doorbreken. Reugebrink ziet ook een parallel tussen Mutsaers en Gerard Reve in 'het bijeenbrengen van ogenschijnlijk Zinloze Feiten in een magisch verband'. Nou, het aparte van Charlotte Mutsaers is veeleer dat zij zo'n verband als zonneklaar en volkomen logisch presenteert. Dat niemand dit ziet, lijkt ze dikwijls uit te roepen.

Zo bevat elk essay prikkelende opmerkingen die aanleiding geven het besproken werk erbij te pakken - en dat is altijd een goed teken. Patrick Peeters opent zijn beschouwing over Peter Verhelst met de stelling dat 'hij al vlug canonieke status heeft gekregen', wat wel erg kort door de bocht is als het gaat om een schrijver die tot dusver met één roman (Tongkat) een groter publiek heeft bereikt. 'Het is belangrijk hem in de juiste context te lezen, en dat is die van het esthetisch postmodernisme. Op dat gebied is hij een meester.' Als slotzin klinkt dat als een nogal zuinige aanprijzing, die de onvoorbereide lezer eerder huiveringwekkend dan lokkend zal voorkomen.

Voorbeeldiger is het stuk over K. Michel van Hans Groenewegen, die laat zien hoe de dichter in zijn laatste bundel, Waterstudies, behoedzaam aftast of onder zijn ironie een religieus stroom pje kabbelt. Tot slot geeft Rob Schouten de dichter en essayist Martin Reints terecht een pluim voor diens kalme en nuchtere zinnen. Schouten proeft 'een nauwelijks merkbare ironie in sommige van zijn stukken', maar het voorbeeld dat hij geeft (uit Reints' bekroonde boek Nacht- en dagwerk) spreekt duidelijke taal: 'Ik was in Utrecht en ik ging weer naar huis.' Ronduit leuk, en dat heeft de jury van de Greshoff-prijs gelukkig onderkend.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden