Charlie's Angels gaan niet dood

Weigering van het laatste lied Charlie's Angels zijn terug - niet ouder, wel volwassen. De generatie die indertijd de televisieserie volgde, neemt geen genoegen met een einde dat ze niet zelf heeft gekozen....

VORIGE week was Farrah Fawcett te gast bij David Letterman. Althans, er zat een wassen beeld dat verbazend veel weg had van de blonde heldin uit het eerste jaar van Charlie's Angels. En het beeld kon praten. Het lachte om haar eigen grapjes en schudde koket met die nog altijd wereldberoemde krullen. Misschien zat de huid om haar bovenarmen iets losser dan vroeger, maar dat was dan ook het enige verschil.

Echte engelen worden niet ouder en ze gaan niet dood. Farrah Fawcett zelf zit onaangetast op televisie. Haar serie is terug, omdat de generatie die ermee opgroeide niet zou weten waarom iets wat vroeger zo leuk was voorgoed voorbij zou moeten zijn. En de Angels zelf! Die zijn in de uitgelaten voortjakkerende bioscoopversie volmaakt onkwetsbaar. Uit alle beschietingen, vechtpartijen en explosies komen ze ongedeerd en stralend te voorschijn.

Vroeger overleefde de held in spektakelfilms zulke situaties dankzij geluk en toeval. Als welwillende kijker nam je dat voor lief. Sinds die tijd is de overlevingskunst, dankzij de voortschrijdende techniek, langzaam maar zeker een eigenschap van de hoofdpersoon zelf geworden. Tom Cruise in Mission: Impossible II, Russell Crowe in The Gladiator, Jennifer Lopez in The Cell, hun gedigitaliseerde personages kunnen nu zelf wat ze vroeger aan stuntmannen en de Voorzienigheid moesten overlaten. Tegenwoordig zijn het de Angels zelf, en niet Charlie, die bepalen hoe het verhaal afloopt.

De Angels zijn niet ouder geworden, maar wel volwassen. Net als de generatie van hun kijkers. Het is een generatie die geen genoegen meer neemt met een einde dat zij niet zelf heeft gekozen. Een generatie die zelf wil bepalen wanneer het mooi is geweest. Als ze haar favoriete tv-serie terugwil, dan maakt ze hem opnieuw. En als ze nog niet dood wil, dan gaat ze ook niet dood.

Charlie's Angels zijn niet de enige heldinnen van de massacultuur die de dood trotseren. Neem Madonna, vorige maand in Stockholm onderscheiden met de MTV Europe Award voor de beste vrouwelijke artiest. Ze is 42, net hersteld van een allesbehalve onbevlekte ontvangenis, en nog steeds de icoon van de popmuziek. Of Björk, de kleine misthoorn uit IJsland, die schittert in Dancer in the Dark, zojuist uitgeroepen tot Europese film van het jaar. Allebei halen ze ernstige grappen uit met de sterfelijkheid.

Beide vrouwen zijn diep in de archieven gedoken. Ze zijn allebei meesters in de kunst van het recyclen. Ze samplen hele genres tegelijk. Hun werk bestaat volledig en uitsluitend binnen het referentiekader van de populaire muziek.

Madonna noemt haar cd Music. Niet meer en niet minder. En de ondertitel van het laatste nummer van die cd is 'The Day the Music Died'. Kortom: einde cd, einde muziek. Zou je zeggen. Maar zo simpel is het niet. Met dezelfde beweging waarmee ze de muziek dood verklaart, zet ze hem in de eindeloze herhaalstand.

Het origineel, 'American Pie' van Don McLean, was een grote hit in 1973. Het ging over Buddy Holly, de onschuldige pionier van de rock 'n' roll. Buddy Holly kwam om bij een vliegtuigongeluk, en Don McLean bezorgde hem met dit liedje een leven na de dood. En nu komt Madonna, zelf allesbehalve onschuldig, met haar versie. Ze heeft er een luchtig wondertje van een melodie van gemaakt, dat deint en blijft deinen. Het is tijdloos geworden. 'Music can save your mortal soul', zingt ze, met op de achtergrond een mannenstem die klinkt alsof hij van gene zijde meezingt. Als het eenmaal zijn ritme gevonden heeft, hoop je maar dat het nooit zal ophouden. Zelfs wanneer het tenslotte toch zover komt, na lange en gelukkige herhalingen van het refrein, is het met de woorden: 'we started singing. . .' Het is gewoon niet gemaakt om op te houden. En in deze versie is het klaar voor eindeloze reproductie. Als achtergrondmuziek voor televisieprogramma's, voor vliegvelden en winkelcentra, als een makkelijke prooi voor de panfluiten van de muzak. Hetzelfde liedje dat de muziek voor dood verklaarde heeft het eeuwige leven gekregen.

Lars von Trier en Björk grijpen op hun beurt naar het strikt gecodeerde genre van de musical: zo'n film waarin mensen beginnen te zingen en dansen op de meest aangrijpende of intieme momenten van hun leven.

Björk speelt een fabrieksmeisje dat langzaam blind wordt. Ze wil haar zoontje van tien hetzelfde, erfelijke lot besparen en zet daarom stilletjes geld opzij voor de operatie. De buurman, een vriendelijke politieman die als enige haar geheim kent, heeft het geld nodig, steelt het en dwingt haar om hem dood te schieten als ze erachter komt. Hij kan niet met de schande leven.

Het fabrieksmeisje is verslingerd aan musicals. Zelfs als ze praktisch niets meer kan zien gaat ze nog steeds naar de bioscoop voor de zang- en dansklassiekers die ze uit haar hoofd kent. Er is maar één ding dat ze haat in musicals, en dat is het slotlied. Want dat verbreekt de betovering. Daarom verlaat ze de bioscoop altijd vlak ervoor, zodat ze kan blijven geloven dat er geen einde komt aan het verhaal.

Het is in Von Triers spiegelpaleis geen toeval dat de plaat waar de politieman naar zit te luisteren op het moment dat Björk binnenkomt om haar geld op te eisen blijft hangen in de groef vóór het laatste nummer. De naald kraakt hoorbaar op het vinyl tijdens de gruwelijke, eindeloze minuten dat Björk, hulpeloos schokkend van het huilen, haar buurman doodschiet. Ze heeft geen kracht meer in haar armen. De meeste kogels eindigen dof in de vloerbedekking. En vanuit het lichte kraken stijgt het onwaarschijnlijk mooie lied op dat ze zingt als het voorbij is.

Zoals ze ook aan het einde van de film nog zingt, met de strop al om haar nek. 'This is not the last song,' siddert ze, haar ogen wijdopen maar nu volledig blind.

De een wordt opgehangen, de ander rouwt om de dag dat de muziek doodging, maar Björk en Madonna zingen allebei gewoon verder. Het is de muziek van deze tijd, waarin mensen niet willen dat iets ophoudt tot ze er nadrukkelijk om vragen.

Kunst heeft zich natuurlijk altijd tegen de dood verzet. Maar nog nooit met zoveel kans op succes. De overwinning op de dood ligt binnen handbereik, in het rijke Westen althans, en geldt er al bijna als iets waar mensen recht op hebben. De weigering om genoegen te nemen met een werkelijkheid die er een einde aan maakt op momenten die je zelf nooit zou kiezen, de weigering van het laatste lied, raakt diep verankerd in de cultuur die ons omringt.

De voorbeelden zijn legio, van alledaags tot fundamenteel. Nergens mag zomaar een einde aan komen. Het is nooit genoeg. Dat is de dwingende eis van de westerse massacultuur in het tijdperk van nieuwe technologie. Ik bedoel: wanneer kocht u voor het laatst een cd zonder een verborgen bonus-track die seconden of zelfs minuten na het laatste nummer nog eens verder gaat? Bestsellers hebben hun sequel al in de maak nog voor het eerste deel iedereen heeft bereikt. Dvd's bieden je de hele film nog eens, maar ook de beelden die sneuvelden in de montage en het alternatieve einde dat je in de bioscoop niet te zien kreeg. Het avondje voor de buis is niet meer rond middernacht voorbij, als on-line televisie het je straks mogelijk maakt om helemaal je eigen programmering samen te stellen. En ook het leven zelf staat op het punt zijn laatste grens te overschrijden, als onze samenleving bereid is de consequenties van nieuwe wetenschappelijke doorbraken te aanvaarden.

J

OHN Retallack, een Engelse regisseur, sprak vorige week tijdens een discussie over het toneelbestel in het Theaterinstituut zijn verbazing uit over de Nederlanders. 'Jullie voeren een publiek debat over euthanasie, zoals het nergens ter wereld plaatsvindt, maar als ik naar jullie theaterlandschap kijk, zie ik bij niemand het vermogen er op het juiste moment een einde aan te maken.' Hij zou willen dat theatermakers inzien wanneer hun professionele bestaan zijn waarde verloren heeft en er dan uit zichzelf mee stoppen.

Zo ver is het in Nederland nog niet. Eerst moet het gevecht tegen de inmenging van buitenaf nog gewonnen worden. De oude senator Brongersma wilde niet dat de staat bepaalde wanneer zijn leven het niet meer waard was geleefd te worden. En de theatermakers willen niet dat de Raad voor Cultuur voor hen beslist wanneer hun werk ten einde is. Het zijn allebei, hoe verschillend ook, vormen van verzet tegen het einde op een niet zelfgekozen moment. Dat hebben ze gemeen met Charlie's Angels, Björk en Madonna, en met de maatschappij waarin ze leven.

Want dit verzet kan alleen ontstaan in een welvarende en gedigitaliseerde cultuur als de onze. De welvaart biedt ons continu niet alleen de belofte, maar zelfs het bewijs dat de vergankelijkheid zijn langste tijd heeft gehad. Facelift en plastische chirurgie verlengen de schoonheid van het lichaam; proeven met DNA laten zien dat we geboorte en dood onder controle hebben, als we dat willen. Met zoveel onkwetsbare mensen om zich heen gaan mensen geloven dat ze zelf ook onkwetsbaar zijn.

En de digitalisering draagt bij aan het uitbannen van de sterfelijkheid. Langzaam vervagen, uitdoven of wegkwijnen is er niet meer bij.

Samen zorgen de welvaart en de digitalisering ervoor dat we een heel bijzonder moment naderen: het moment dat de grens tussen verleden en toekomst, tussen alles wat voorgoed voorbij is en het eeuwige leven, wordt opgeheven - en daarmee het onwelkome moment dat we gewend zijn de dood te noemen.

De generatie die opgroeide met televisie en popmuziek is nu volwassen en in de kracht van zijn leven. Ze is rijk, ze is geen tegenspraak gewend en accepteert dus geen onmogelijkheden. En ze beschikt over de digitale techniek die twee dingen tegelijk ontsluit: het collectieve geheugen en de onbegrensde vermenigvuldiging. Neem Drew Barrymore, de kleine blonde actrice die zo ongeveer in de studio opgroeide. Ze duikt al jaren op in films waar haar eigenzinnigheid wel opvalt maar toch nooit helemaal tot bloei komt. Dit jaar grijpt ze haar kans. Ze koopt de rechten om haar favoriete serie van vroeger te verfilmen, geeft zichzelf een hoofdrol, neemt de productie op zich en zorgt ervoor dat Charlie's Angels een nieuw leven krijgen, een leven dat volgend jaar al een sequel krijgt en waarin ze dus eindeloos veel langer de dans kan ontspringen dan Farrah Fawcett ooit voor mogelijk had gehouden.

Zij behoort tot de eerste generatie die zoiets kan doen: mooie herinneringen, die voorgoed in het verleden leken te zijn achtergebleven, opdiepen en er een nieuwe, onbeperkt reproduceerbare toekomst aan geven. Ze recyclen hun geheugen om over de dood heen te springen.

Recyclen is, als het goed wordt gedaan, een manier om je de geschiedenis toe te eigenen door er je eigen verhaal van te maken en daarmee een teken van emancipatie. Zie de hiphop: zwarte rappers veroveren hun plek terug op de witte muziekindustrie door oude hits te samplen en er een ritme, een energie en een verhaal aan te geven die het origineel doen verbleken. De intro van 'Staying Alive' is al bijna een embleem geworden van zwarte trots; de BeeGees zelf blijven achter als lachwekkende fossielen van een dode tijd. Net zo hebben Björk, Madonna en Drew Barrymore zich hoogtepunten uit het collectieve geheugen van de populaire cultuur toegeëigend en er voor de komende generaties hun eigen naam op gezet.

Op de open dagen van de Rijksacademie voor Beeldende Kunsten stond twee weken geleden, ergens in een van de talloze studio's, een kleine video-installatie die Afsluitdijk heette. Op het beeldscherm zag je inderdaad een dijk. Aan de ene kant rimpelden de letters 'yesterday' op de kabbelende golven; aan de andere kant 'tomorrow'. Toen ik er even naar bleek kijken, zag ik hoe het water aan beide kanten van de dijk langzaam steeg.

Wat gebeurt er straks, als het water blijft stijgen, net zolang tot de binnenzee van het geheugen over de hele linie overloopt in de buitenzee van de toekomst? Dat is het moment waar deze samenleving naartoe werkt. Terwijl de welvaart geen genoegen meer neemt met het voorgeschreven einde en overal aan de grenzen van het leven knabbelt, maken nieuwe technieken het mogelijk het archief van onze cultuur te digitaliseren. Overal, van lokale bibliotheken tot het Rijksmuseum, zijn instituten bezig de kennis die ze hebben digitaal op te slaan. Daarmee wordt aan de ene kant de kennis beschikbaar die aan de andere kant tot in het oneindige kan worden toegepast.

Twee vormen van verzet tegen de sterfelijkheid, het omzien in herinnering en het reproduceren van het leven, grijpen in elkaar. We leven in de luxe die dat mogelijk maakt. Dat er iets in de weg staat accepteren we niet meer. De dood drukken we langzaam uit de samenleving weg. Net zo lang totdat we zelf besluiten dat het tijd is om hem opnieuw uit te vinden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.