Charitatieve sector nog weinig transparant

December is de traditionele charitas-maand. Goede-doelen-organisaties bestoken particulieren met acceptgiro's en bedelbrieven. Eerder deze week bleek echter dat de sector enorme vermogens heeft opgepot....

Het is weer 'charitas-seizoen'. Met Kerstmis en de jaarlijkse goede voornemens op komst, stromen de acceptgiro's en bedelbrieven voor het goede doel de brievenbus weer binnen.

Charitatieve instellingen willen potentiële donateurs zo veel en zo lang mogelijk vastleggen - automatische afschrijvingen, meerjarendonaties - en rekenen creatieve, fiscaal aantrekkelijke opties voor. Zo richt ontwikkelingsorganisatie Novib speciaal voor geïnteresseerde donateurs een fondsje op en neemt daarbij alle notariële rompslomp en kosten uit handen.

Tegelijk, bleek eerder deze week, pot een aantal charitatieve instellingen enorme vermogens op. Hoe weet een consument welk fonds het meest om zijn gift verlegen zit? En hoe kan de fiscus bij schenkingen een handje helpen?

Kenners zijn het erover eens: een sector waarin zoveel geld omgaat - vierhonderd instellingen gaven in 2000 3,6 miljard gulden uit - zou transparanter moeten zijn. Wie wil weten welke van de zeshonderd actieve fondsen zijn geld het hardst nodig heeft, moet nu nog jaarverslagen opvragen en de gegevens stuk voor stuk vergelijken. Een omslachtige manier. En bovendien blijft onduidelijk waarom een fonds een bepaalde (grote) vermogenspositie heeft.

De Vereniging van Fondsenwervende Instellingen (VFI) en het Centraal Bureau Fondsenwerving (CBF) werken aan een oplossing. Over een jaar moet het voor een (potentieel) donateur gemakkelijker zijn de goede-doelenorganisaties op hun financieel profiel te vergelijken. Het CBF werkt plannen uit om de criteria voor het verkrijgen van een keurmerk uit te breiden met verscherpte eisen inzake verslaglegging en controle. Het VFI wil regels opstellen voor de omvang van het vermogen van goede-doelenorganisaties.

'We kijken dan naar de aard van de instelling en de risico's, en vergelijken het vermogen met de jaarlijkse inkomstenstroom', zegt G. Bosma, directeur van de VFI. Dit alles om donateurs meer inzicht te geven in de wijze waarop zijn geld wordt besteed. De jaarlijkse inkomsten van de charitas zijn een verzameling van inkomsten uit kansspelen, overheidssubsidies, collectes, nalatenschappen en opbrengsten uit beleggingen.

Dat de consument even moet wachten op zulke regels vindt Th. Schuyt, bijzonder hoogleraar filantropie en sponsoring aan de Vrije Universiteit, niet vreemd. 'Dit is een sector in wording', legt hij uit. 'Nu Nederlanders steeds meer geld aan goede doelen uitgeven, is het een natuurlijke ontwikkeling dat de sector zich, in reactie daarop, professionaliseert.'

Fondsen die een groot vermogen hebben, zoals de Kankerbestrijding, Vereniging Natuurmonumenten en het Prins Bernard Cultuurfonds, moeten hun beleid en vermogenspositie in brochures naar donateurs toelichten, vindt J. Zwartjes, directeur van het CBF. De grote vermogens - het rijkste fonds, Natuurmonumenten, beheert bijvoorbeeld zo'n 442 miljoen gulden - zijn volgens Zwartjes veelal goed te verdedigen.

Om de donateur te helpen bij een verantwoorde keuze verstrekt het CBF sinds 1995 keurmerken. Om het keurmerk te mogen dragen, moeten charitatieve instellingen tenminste 75 procent van de geworven fondsen aan de organisatiedoelstelling besteden.

Het CBF stelt regels aan de hand waarvan fondsenwervers hun jaarverslag moeten opstellen. Daarnaast dient het bestuur te bestaan uit onafhankelijke personen, die waken voor belangenverstrengeling. Bovendien is een jaarlijks plan vereist waarin het bestuur beleid, activiteiten en bestedingen omschrijft. In de toekomst wil het CBF ook in het verslag kunnen lezen of die planning is gehaald.

Als de donateur zijn keuze voor een fonds heeft gemaakt, zijn er vele manieren om te doneren. De periodieke gift is fiscaal de meest aantrekkelijke optie. Als de gever de schenkingen vastlegt in een notariële akte en minstens vijf jaar achtereen doneert, zijn de bedragen volledig aftrekbaar. De notariskosten, al gauw zo'n 600 gulden, mogen bij het bedrag van de schenking worden opgeteld en zijn zo eveneens aftrekbaar.

Voor een donateur in de hoogste salarisschaal (52 procent belasting) betekent de aftrekbaarheid dat de Belastingdienst meer dan de helft van de gift betaalt. Novib doet in brochures de suggestie dat de gever het op deze manier bespaarde bedrag dan mooi alsnog naar Novib kan overmaken.

Bij een eenmalige gift gelden voor het fiscale voordeel bepaalde drempels en maxima. Om voor aftrek in aanmerking te komen, moet een eenmalige gift minimaal 1 procent van het eigen inkomen plus dat van een eventuele partner bedragen. Giften lager dan 60 euro (132 gulden) zijn niet aftrekbaar, giften boven de 10 procent van het gezamenlijke inkomen evenmin. Wie meer dan 10 procent van zijn inkomen wil schenken en toch in aanmerking wil komen voor belastingaftrek, kan het beste gebruik maken van een lijfrenteschenking. Die is volledig aftrekbaar, mits de verplichting voor minimaal vijf jaar is aangegaan.

Een donateur kan een omvangrijke eenmalige storting ten behoeve van een goed doel het beste doen na zijn dood. De som die belastingvrij mag worden geschonken is na overlijden namelijk een stuk hoger: 17 duizend gulden in plaats van 8500 gulden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden