Charismatisch, ja. Maar virtuoos?

Retrospectief van eigenzinnige René Daniëls roept de vraag op of zijn werk meer is dan het troetelobject van kunstkenners.

Opeens weten ze in Eindhoven wat ze hebben. 'Een virtuoos', schrijft curator Roland Groenenboom. 'Een van de belangrijkste kunstenaars van de tweede helft van de twintigste eeuw', meent Charles Esche, directeur van het Van Abbemuseum. Gelijkwaardig aan Van Gogh en Mondriaan, aldus documentairemaker Jan Thijssen. De schilder in kwestie is René Daniëls. De aanleiding is zijn retrospectief in het Van Abbemuseum.


Sommige kunstenaarscarrières zijn als een huwelijk. Die van Daniëls (Eindhoven, 1950) is meer als een affaire: kort en gepassioneerd, het einde even onverwacht als pijnlijk. Opgegroeid in Eindhoven schoot hij begin jaren tachtig als een komeet naar de top van het kunstbedrijf, tot hij in 1987, op 37-jarige leeftijd, werd getroffen door een hersenbloeding. Daarna trad een windstilte in van twintig jaar. Pas in 2007 trad Daniëls voor het eerst met nieuw werk naar buiten.


Het Van Abbe toont een ruime greep uit dit oeuvre. Te zien zijn de bekende schilderijen, tekeningen, schetsen en droedels, maar er is ook een zaal over de biotoop waaraan Daniëls' werk ontsproot: de Eindhovense punk- en newwavescene: foto's, platenhoezen, muziek van Joy Division en Talking Heads. Ook is er werk - olieverf en viltstift op doek - van na 2007.


Over dat late werk wordt door kunsthistorici een aanhoudend debat gevoerd: moet het wel of niet tot het officiële corpus van Daniëls' oeuvre worden gerekend? Ik vind van niet. De Daniëls van na de hersenbloeding is een dermate andere persoon en het niveauverschil met het vroege werk is zo groot dat je beter van twee onafhankelijke oeuvres kunt spreken. Wat telt, zijn de schilderijen gemaakt tussen 1976 en 1987. Zijn díé de moeite waard?


Daniëls was zeker een eigenzinnige figuur. Hij begon met schilderen in een tijd dat de schilderkunst zo niet was doodverklaard, dan in ieder geval als zwaar amodieus werd beschouwd. En hij deed dat ook nog eens in een hier te lande tamelijk ongebruikelijke traditie: het surrealisme van Picabia en Broodthaers, veel taal, paradoxen en woordgrapjes. Daniëls' werk was iconisch. Zijn doeken - van platen, skateboards, gebouwen, zeepbellen, citaten, diagrammen, strikjes, gangen, portretten van Van Doesburg en Apollinaire, tentoonstellingen in tentoonstellingen in tentoonstellingen - verwar je niet snel met die van een andere schilder. Een Daniëls, goed of slecht, oogt altijd als een Daniëls.


Het herkenbaarst zijn de 'strikjesschilderijen': X-vormige ruimten in felle kleuren - in het Van Abbe hangen er tientallen. Ze lijken op museumzalen of klaslokalen of labyrinten in Nintendospelletjes uit de vroege jaren negentig, op een vergaderzaal, een conferentieruimte, op iets saais en bureaucratisch, een departement van een of ander ministerie in een vergeten land waar de tijd langzaam gaat en de mensen zich traag een weg naar het einde van de dag zwoegen. Een cel, een wachtkamer, de gezelschapsruimte van een crematorium.


Meestal, echter, lijken ze vooral op strikjes.


Vraag een bevlogen museumconservator naar tekst en uitleg bij zo'n doek en hij trakteert je op een doortimmerd kunsttheoretisch verhaal. Hoe Daniëls een ingenieus spel speelt (kunstenaars spelen altijd spellen) met verschillende optische werkelijkheden. Hoe hij ons waarnemingsvermogen uitdaagt door verschillende gezichtspunten te combineren. De onverenigbaarheid van perspectieven! Postmoderne versplintering! Wanneer kunsthistorici over René Daniëls schrijven, klinken ze vaak als schriftgeleerden die de Talmoed bestuderen.


Ik weet het niet. Al die reflectie maakt me iebel. Bovendien kost het moeite om voorbij de ambachtelijke onbenulligheid van de schilderijen te kijken, de duffe kwaststreek, de willekeurige kleurkeuze, de schoolse composities. Dat laatste moet letterlijk worden opgevat. Herinnert u zich die ene tekenles, die waarbij u met een liniaal een horizon moest trekken om vervolgens met vluchtpunten een driedimensionaal gebouw te tekenen? Daniëls is er nooit mee opgehouden. Wat beklijft, is het beeld van een hongerige, charismatische schilder die een paar goede doeken maakte - de zeepbellen, de mosselen, een enkel strikjesschilderij - en wiens reputatie sindsdien stoelt op de lippendienst van een groepje sympathiserende kunsthistorici, tentoonstellingsmakers, collega's en oud-leerlingen. Voorwaar, geen virtuoos. Laat staan een van de belangrijkste kunstenaars van de laatste vijftig jaar.


Van Abbemuseum, Eindhoven. Te zien t/m 23/9/2012.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden