Charisma is bij geen der lijsttrekkers in het oog springend

Charisma: het woord doet denken aan religieuze, politieke of militaire leiders. Sinds kort hebben Nederlandse politici die inspirerende bevlogenheid ook - of niet....

Zijn opponent Gerrit Zalm zou het aan die kwaliteiten ontbreken. Hij lacht niet meer zo gul als in zijn glorietijd, trekt soms wat met de mondhoeken, en lijkt - alle beweringen van het tegendeel ten spijt - geen lol te beleven aan het lijsttrekkerschap. Zijn vermeende gebrek aan charisma vindt zijn weerslag in de peilingen.

Het begrip charisma is aan inflatie onderhevig, concludeert de Groningse historicus Henk te Velde, auteur van het vorig jaar verschenen boek Stijlen van leiderschap - Persoon en politiek van Thorbecke tot Den Uyl. Aan publieke personen wordt al snel charisma toegedicht. Louter en alleen vanwege hun zichtbaarheid en de egards waarmee ze worden omringd. 'Maar hun charisma heeft betrekking op hun functie', zegt Te Velde. 'Niet op hun persoon. Als Willem-Alexander geen kroonprins was, had hij mijn jonge broertje kunnen zijn.'

Charisma heeft van oorsprong een veelomvattender betekenis. De socioloog Max Weber (1864-1920) karakteriseerde er een gezagsvorm mee die zich van de 'traditionele' (meestal erfelijke) en 'rationeel-legale' (in wetten verankerde) gezagstypen onderscheidt. De charismatische heerser ontleent zijn gezag aan zichzelf, of aan God voor wie hij als zaakwaarnemer optreedt. Zijn volgelingen, die het charismatisch leiderschap legitimeren, kennen hem messiaanse kwaliteiten toe.

Hij wordt als enige in staat geacht om aan crisis en ontberingen het hoofd te bieden. De diepte van de crisis vormt de opmaat van de eerbied die hem ten deel valt. Vandaar dat hij, bij wijze van klantenbinding, de situatie vaak ernstiger voorstelt dan ze is.

Tot zover Weber. Afgaande op deze kenschets doet het charismatisch leiderschap nogal on-Nederlands aan. Het wekt vooral associaties met religieuze voorgangers, met 20ste-eeuwse dictators die pretenderen het volksbelang te belichamen, en met onverzettelijke oorlogsleiders. Met mensen kortom, voor wie Nederland te klein, en de Nederlandse geschiedenis te kalm is.

In wijlen Pim Fortuyn herkent de Groningse emeritus-hoogleraar Ellemers echter 'een van de zeldzame voorbeelden van zuiver charismatisch gezag'. Hij kwam, in een bijdrage aan het sociologenblad Facta, tot die conclusie na toetsing van 'het verschijnsel Fortuyn' aan de kenmerken die door Weber waren geformuleerd.

Fortuyn mag dan een zuiver voorbeeld zijn geweest van charismatisch leiderschap - inclusief zijn discipelen en hun blinde devotie - hij was niet uniek in de Nederlandse politiek, zegt Te Velde. Hij had wel wat gemeen met Abraham Kuyper, Jelle Troelstra en Ferdinand Domela Nieuwenhuis. Ook zij gingen voor in een opstand tegen de gevestigde orde, deden een beroep op de hartstochten van hun volgelingen, bedienden zich van bijbelse metaforen, en bereikten - als Fortuyn - op het spreekgestoelte de hoogste staat van authenticiteit.

De naoorlogse norm van leiderschap werd bepaald door Drees. Die was bovenal bestuurder, schuwde grote gebaren en maakte zichzelf ondergeschikt aan hogere belangen. Van Agt en Wiegel ontleenden hun attentiewaarde mede aan het feit dat zij zich soms niet hielden aan het script van Drees. Onder Lubbers en Kok waarde diens geest echter weer door het Torentje.

De nieuwe generatie politici worstelt nog met haar identiteit. Enerzijds koestert men zijn authenticiteit: de vorige verkiezingen hebben geleerd dat dit op prijs wordt gesteld. Hiervan kan echter niet onder alle omstandigheden heil worden verwacht, zegt Te Velde. 'Jan Peter Balkenende deed er in mei zijn voordeel mee dat hij niet hip te maken is. Nu zit hij klem tussen de staatsmanpose en zijn oorspronkelijke rol.'

Charisma is bij geen der lijsttrekkers het meest in het oog lopende kenmerk - de behendigheid van Bos ten spijt. Wat ondernemend Nederland betreft, is dat een gemis, zo blijkt uit een enquête van adviesbureau Hay Group onder ruim driehonderd managers. Kwaliteiten waarmee politieke leiders behept horen zijn, zoals charisma en geloofwaardigheid, worden voor hun collega's van minder belang geacht.

Omgekeerd zijn gewaardeerde kenmerken van de manager, zoals visie en daadkracht, in de politiek van ondergeschikt belang, aldus de respondenten. Een goed ondernemer is, met andere woorden, iet per definitie een goed politicus. Misschien vloeit dat inzicht wel voort uit het echec van de LPF-ministers.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden