Chaos in het schemergebied tussen natuur en kunst

De belangstelling voor de maniëristen, de 'voorlopers' van de moderne kunst, groeit. Ook van Giuseppe Arcimboldo, maker van grillige schilderijen, is het stof afgeblazen....

OP EEN DAG in de Povlakte, in het Italiaanse dorpje Longare, dringt NRC Handelsblad-redacteur Roelof van Gelder binnen in een villa met alleen maar lege, witgepleisterde kamers. Er was in het huis, op het radeloze bonzen van een vlieg tegen het keukenraam na, geen geluid. Op de eerste verdieping treft hij een gedeeltelijk opgemaakt bed aan met een koffer erop. 'De koffer heb ik niet geopend, bang om een hartverscheurende afscheidsbrief te vinden of opgezadeld te raken met een onmogelijke verplichting: prego, leg iedere dag verse rozen op mijn graf, of: verzorg alstubieft onze oude hond.'

Het Arcimboldo-effect, waaraan deze smakelijke anekdote is ontleend, is een verzameling 'culturele reportages'. Het zijn eerder in NRC Handelsblad verschenen artikelen. Van Gelder vermeldt in zijn boek hoe voortreffelijk een catalogus is, of hoe het openbare leven in Venetië tijdens de carnavalsdagen is lamgelegd, maar gelukkig nog meer.

Zijn boek is het relaas van 'speurtochten' naar vroege Nederlandse renaissance, naar de weggemoffelde schat van het Franse koningshuis, naar het Italiaanse 'palladianisme', naar het Londen van Inigo Jones - 'de architect met de mooiste voornaam', en naar de wonderbaarlijke werelden van uitzonderlijke types als Hans Jakob Christoph von Grimmelshausen, de gebroeders Joseph en Etienne Montgolfier, Georg Christoph Lichtenberg, Franz Xaver Messerschmidt, èn Giuseppe Arcimboldo.

De titel van het relaas is van Pontus Hulten: The Arcimboldo Effect, de catalogus bij de grote Arcimboldo-expositie in 1987 in het Venetiaanse Palazzo Grassi. Vier eeuwen lang - alleen in 1955 was er een expositie van zijn werk in Rome - is bijna nauwelijks over Arcimboldo geschreven of gesproken. De enkele schilderijen die hij had gemaakt waren niet eens duur en iemand als de surrealist Man Ray was er zelfs trots op in zijn curiosaverzameling een schilderij van hem te bezitten.

Door de groeiende belangstelling voor de maniëristen, de 'voorlopers' van de moderne kunst, is ook Arcimboldo afgelopen jaren vanonder het stof gehaald. Schilderijen van hem waren op exposities in Wenen, Venetië, Essen en Düsseldorf te zien; boeken van Julius Schlosser of Gustav René Hocke, kenners van 'arcimboldeske' rariteitenverzamelingen, werden herdrukt.

Van Gelder speurde in Venetië en in Wenen naar duizelingwekkende maniërisme-collecties, waar 'de vermomming en de disharmonie voorop staan, de onrust en de willekeurige associatie'. Hij beschrijft met verve de buitelingen en de baldadigheden van Arcimboldo, schilder van grillige schilderijen die het oog verwarren en de geest verruimen. Soms zijn de schilderijen 'een dubbele grap', zoals de kok, bestaande uit een gebraden big en een kippetje, die ondersteboven verandert in een stilleven. Het is het fascinerende effect van capricci, scherzi, quadri ghiribizzosi en grilli, 'het schemergebied tussen natuur en kunst, tussen de overgang van de door God geschapen en de door mensen geschapen wereld'.

In Wenen zag Van Gelder, behalve de grote maniërisme-tentoonstelling Zauber der Medusa in het Küstlerhaus, ook Wunderblock, eine Geschichte der modernen Seele en in de Zwölfapostelkeller, een 'mollige, middelbare en gemütliche' dame. Van Gelder beschrijft het gesprek zoals hij die kamer met dat onopgemaakte bed in het Italiaanse dorpje Longare beschreef. In het Stadtpark van Wenen speelt een orkestje de mooie blauwe Donau.

Van Gelder kijkt door een wel heel bijzonder prisma naar kunst. Zijn reportages zijn soms vrolijke vertellingen, reisverslagen van zijn uitstappen naar Sertigdal, het dal van Ernst Ludwig Kirchner, naar Schwerin in het voormalige Oostduitse Mecklenburg-Vorpommern, in 'la reine des villes d'eaux' Vichy of het dorpje Nebel op Amrum.

Afgezien van slordigheden (terrafirma in plaats van terraferma - het Italiaanse vasteland, verwisseling van illustraties bij het Lichtenberg-verhaal en de reportage op het Duitse waddeneiland Amrum) is Het Arcimboldo-effect een lezenswaardige bundel 'culturele' reisverhalen. Maar ik had meer willen lezen over de exposities, over de hernieuwde belangstelling voor het maniërisme of over de grappige tekeningetjes van Lichtenberg.

Het heelal is maar een knikker vergeleken bij de onuitputtelijke mogelijkheden van de kunst. Het 'alles kan' is het voornaamste kenmerk van de moderne kunst. In zijn boek schetst Van Gelder die veelzijdigheid. Tegelijk zijn het portretten van uitzonderlijke figuren. In een gedicht over het portret dat Arcimboldo van zijn mecenas Rudolf II heeft geschilderd, schreef zijn tijdgenoot Gregorio Comanini: 'E pur si vario un solo sono', ('Hoe verscheiden ik me ook toon, ik ben uniek'). Ook al brengt Van Gelder de dichter niet ter sprake, toch is als het ware dat vers het motto van Het Arcimboldo-effect.

'Wir manierieren den Manierismus', schreef Werner Hofmann in de catalogus van Zauber der Medusa, een van de exposities waarover Van Gelder schrijft. Het maniërisme is als kunstbegrip in de mode. Het was, zelfs ondanks de in 1955 door de Raad van Europa in Amsterdam 'gesponsorde' tentoonstelling De triomf van het maniërisme nauwelijks anders dan in negatieve zin gebruikt. 'Wanneer vandaag het maniërisme weer wordt bestudeerd', zegt Hofmann, 'dan heeft dat te maken met de identiteitscrisis van de avantgarde en met het postmodernisme.'

Umberto Eco noemde in het 'naschrift' bij zijn De naam van de roos het postmodernisme 'een geesteshouding'. Volgens Eco kent elke periode zijn postmodernen. 'Elke periode heeft zijn eigen maniëristen. Ik vraag me zelfs af of postmodern niet überhaupt de moderne naam voor maniërisme als meta-historische categorie is.'

Schilderijen van Arcimboldo zijn Rubik-kubussen: ze laten variaties toe. Toen ik Zauber der Medusa in Wenen zag, de expositie die Van Gelder onder de kop 'bizar raffinement' beschrijft, viel mij op dat Hofmann zijn tentoonstelling bijzonder goed gestructureerd had. Van Gelder meent dat Hofmann de rationaliteit van de zestiende eeuw, toen de meest mallotige of buitenissige rariteiten in de Wunderkammer onderzocht en geordend werden, niet ernstig nam. Hofmann deed dat wel: hij bedreef zo'n 'serieuze Spielerei' die Van Gelder in zijn beschouwingen beschrijft.

Toen ik de vierde keer weer door de zalen liep, door het labyrint van Hofmann, ontdekte ik een van zijn spelletjes. De benedenverdieping had een rechtlijnige route, na zaal negen kwam tien, terwijl de bovenverdieping bokkesprongen maakte, van twee naar vier of van vijf naar zeven. Tel je bij het nummer van een zaal op de bovenverdieping het getal zeven, dan kom je te weten met welke zaal beneden deze correspondeerde. Van Gelder is in dat soort 'arcimboldeske' puzzels geïnteresseerd, in het effect van beeldengrappen en bizarrerieën, maar Hofmann's Rubik-achtige vertelling is voor hem een wanordelijke doolhof gebleven.

Het effect dat hij in zijn boek beschrijft, vergt nog een naschrift - zoals dat van Eco. Het Arcimboldo-effect is te veel reportage en te weinig essay. Van Gelder schrijft helder, soms is hij ook amusant. Zijn boek in de serie 'manieren van kijken naar kunst' is nog maar een aanzet tot meer en veel diepergaand speurwerk naar de grillige, fantastische en verwarrende werelden van Arcimboldo, Grimmelshausen, de gebroeders Montgolfier, Lichtenberg, en Messerschmidt, die wereld van rariteiten die Van Gelder eerder in de catalogus Binnen handbereik - een expositie over Amsterdamse verzamelingen van curiosa - op een sublieme manier heeft beschreven.

Paul Depondt

Roelof van Gelder: Het Arcimboldo-effect.

De Prom; ¿ 34,90.

ISBN 90 6801 430 7.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden