Chanson wordt zelden nog gehoord

De één had vrijdag een advertentie gezien in De Telegraaf en de ander was dezelfde dag die markante kop tegegekomen op een billboard in de stad: ondoorgrondelijke blik en vastberaden baard....

De één dacht: goh, leeft-ie nog? De ander dacht: goh, treedt-ie nog opt Ze waren zaterdagavond naar het Amsterdamse Carré gekomen om zich daarvan te vergewissen.

Het 'eenmalig exclusief concert' was pas op het laatste moment gearrangeerd en er kon dus niet zoveel ruchtbaarheid aan worden gegeven. De organisatie had nog wel alle negentien Alliances Françaises aangeschreven en zo waren er toch nog ruim duizend liefhebbers van het franstalige lied naar Carré gekomen.

Ze zijn er dus nog. Behoren niet meer tot de jongsten. Zien er nog goed uit. Dragen nog verrassend veel corduroy. En het mannelijk deel heeft het haar nog iets over het oor. Nog altijd een beetje vrijzinnig. Ze zijn er dus nog en vanavond in Carré: les compagnons de la chanson, gedreven door nostalgie en in de bittere wetenschap dat het chanson zo zelden meer wordt gehoord.

Volgens Esther van Loenen, medewerkster van Alliance Française, is het chanson folklore geworden. Wanneer de Ronde van Frankrijk wordt verreden, trekken ze in Hilversum een la Franse muziek en wat komt altijd te voorschijn? Voici, les clés van Gérard Lenorman en soortgelijke. 'Een eigentijds chanson hoor je nooit.'

Volgens Philip Freriks, oud-correspondent te Parijs en tegenwoordig nieuwslezer, gebeurt er genoeg in het Franse muziekleven om meer aandacht te rechtvaardigen. 'In Parijs heb je zeker dertig FM-stations waarop alleen Franse muziek is te horen.'

Ook het klassieke chanson is in eigen land nog springlevend. 'Buiten de mainstream bestaan ze nog steeds, de echte chansonniers.' Tot die groep behoort ook Dick Annegarn, een Nederlander notabene. Freriks: 'Heeft een van de mooiste liedjes over Brussel geschreven.'

Waarom het chanson in Nederland alle terrein heeft verloren, is eenvoudig verklaarbaar. 'Je wordt doodgegooid met Engels en Amerikaans', zei Ernst van Altena acht jaar geleden al in de Volkskrant. Van Altena, die als vertaler veel chansons heeft ontsloten, is in 1999 overleden en kon het dus nog van kwaad tot erger zien worden. De Franse taal telt niet meer mee in Nederland, daarop komt het in één zin neer.

'Hardop denkend' komt Freriks tot een mogelijk oorzaak: 'Het Nederlandstalige lied heeft natuurlijk een geweldige opgang gemaakt en daarin wordt toch ook wel werk gemaakt van de teksten. Misschien heeft dat wel de plaats van het chanson ingenomen.'

Samen met Tonny Eyk en Liesbeth List vormt Freriks de jury van het concours de la chanson dat Alliance Française jaarlijks organiseert en dat de bedoeling heeft om de belangstelling engszins levend te houden. Vorig jaar won Wende Snijders, studente aan de Kleinkunstacademie en de Alliance kan zich geen warmer pleitbezorgster van het chanson wensen.

Onlangs trad de 23-jarige Snijders, die in Guinee-Bissau een tijdje op een Franse school zat, op met een Frans liedjesprogramma. Ze had zelf een melodie gemaakt bij Je suis comme je suis van Jacques Prevert om na afloop te horen dat die al bestond en als zodanig vertolkt was door Juliette Gréco. Jammer, maar niet erg.

'Ik probeer het toch naar deze tijd te vertalen, want die muziek is toch een beetje oubollig. Maar ik houd van het theatratale in Franse teksten. In het Frans kan dat op een of andere manier, zonder dat het meteen pathetisch wordt.'

Kees Meerman, dit jaar winnaar van het concours, had vrijkaarten voor Moustaki gewonnen, maar heeft er geen gebruik van gemaakt. Meerman is een cabaretier voor wie het concours eigenlijk alleen een opstapje was. Eerlijk gezegd loopt hij niet zo warm voor het chanson en al helemaal niet voor 'een knakker' van wie hij nog nooit heeft gehoord.

Georges Moustaki is een 67-jarige troubadour, een van de laatsten van zijn generatie, en min of meer vergelijkbaar met Georges Brassens. Freriks: 'Maar Moustaki is wat volkser. Brassens was veel literairder.' Freriks heeft toch al moeite met zo'n verzamelnaam als chanson. Jacques Brel en Gilbert Bécaud staan volgens hem tot elkaar als Boudewijn de Groot en Marco Borsato.

Moustaki treedt voor het eerst sinds negentien jaar weer op in Nederland en is een breekbare grijsaard geworden. Net als zijn vier musici is hij in smetteloos wit gekleed en de snelle nummers sluit hij af met een hupje, alsof er nog iets van jeugdigheid moet worden bewezen. Zijn sonore stem leent zich het best voor de zingzegnummers, maar is weinig toonvast in de uithalen.

De eerste zes nummers laat hij zonder onderbreking op elkaar volgen. Pas daarna richt Moustaki zich aarzelend, tot zijn publiek. 'Ik weet niet of u het wel kunt verstaan', vraagt hij zich af. Bien sûr, klinkt het verontwaardigd vanaf een paar stoelen.

Na de pauze is Moustaki beter op dreef. Op zijn reis door tijd en ruimte zoals hij het zelf noemt, wordt er halt gehouden bij zijn bekendste nummers: Le métèque, in 1969 zijn doorbraak en Ma Solitude. Bij het laatste nummer fluisteren de fans het refrein hartstochtelijk mee. Non, je ne suis jamais seule avec ma solitude.

Het klinkt als een bezwering.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden