Certificeer echte, onafhankelijke journalist

Tv-presentatoren werken wel met journalistieke technieken, maar alleen kritische, onafhankelijke journalistiek verdient beschermde titel, meent Jan Rietman...

Het beeld van de bijklussende journalist, die naast zijn redelijke, maar niet riante salaris er twee modale inkomens bijpakt, past in de tijd. Forse topsalarissen in het bedrijfsleven, bonussen voor al dan niet presteren, ambtenaren die zichzelf en hun collega's bevoordelen, het zijn kennelijk allemaal symptomen van een cultuur waarin veel geld verdienen niet vies is.

Frank van Vree, hoogleraar journalistiek aan de Universiteit van Amsterdam, betoogde dat de journalistieke onafhankelijkheid een publiek belang is (Forum, 2 september). Zijn redenering zal ik niet herhalen, maar ik onderschrijf haar volledig. Het is alleen niet het hele verhaal. Je kunt namelijk wel willen dat de journalistiek onafhankelijk is, maar schept de journalistieke omgeving daar voldoende voorwaarden voor? Daar waar er eerbiedwaardige dagbladen zijn en zichzelf respecterende (publieke) omroepen, is er door middel van redactiestatuten zo op het oog aan de belangrijkste voorwaarden van journalistieke onafhankelijkheid voldaan. Als de daar werkzame journalisten zich niet te buiten gaan aan allerlei verlokkelijke aanbiedingen van overheid en bedrijfsleven dan zou je kunnen zeggen: niets aan de hand. De werkelijkheid, dus ook de journalistieke omgeving, is gecompliceerder.

We leven in een tijd dat het recht-toe-recht-aan vraaggesprek op radio en zeker op televisie niet meer kan. Te veel en te lang talking heads is taboe op televisie. Daarom wordt het NOS Journaal saai gevonden. Het moet allemaal leuk en flitsend.

Ook of misschien wel juist de publieke omroep heeft op prime time en in de vooravond, als het gaat om informatievoorziening, het langere kritische interview of de afgewogen reportage grotendeels afgeschaft. Informatie, discussieonderwerpen, het moet worden verpakt in een aangenaam format voor een breed publiek. Dat leidt onder meer tot showachtige programma's als Het Lagerhuis, waar de dynamiek belangrijker lijkt te zijn dan de inhoud. Schreeuwen en overschreeuwen mag dan ook . . .

Die programma's hebben een grote aantrekkingskracht op managers in het bedrijfsleven en bij de overheid, die een kwestie met hun mensen willen aanpakken. Waar een aantal jaren geleden een aardig hotel op de hei de verpakking was om een taai probleem te bespreken, is het nu een formule als Het Lagerhuis, of De leugen regeert. Bij voorkeur en indien betaalbaar onder leiding van de 'echte' presentator of op zijn minst een bijna net zo beroemde collega. Overheid en bedrijfsleven dragen daarmee bij aan het sterrendom van met name televisiejournalisten. Natuurlijk zouden die wat steviger in hun schoenen moeten staan, maar niets menselijks is deze beroepsgroep vreemd.

Bij kranten, waar het sterrendom nog niet echt heeft toegeslagen, zijn soortgelijke ontwikkelingen gaande. Luchtige bijlagen, al dan niet bedoeld als advertentiefuik, zijn er op bijna alle dagen van de week. Dagbladen maken is een op winst gerichte activiteit die door slechts een paar concerns in Nederland wordt bedreven. Daarmee verkeren ook dagbladjournalisten vaker dan wellicht wenselijk is in een commerci omgeving. Echte courantiers, directeuren die een krant wilden uitgeven omdat er nieuws in staat, bestaan niet meer.

Dat stelt journalisten wel voor een enorme uitdaging om hun werk professioneel en verantwoord te doen. Die uitdaging begint met jezelf vragen te stellen, zoals: werk ik bij een medium dat mij die journalistieke condities van onafhankelijkheid garandeert, zijn er invloeden in mijn netwerk die zodanig op mij kunnen inwerken dat mijn positie een neutrale blijft? Misschien moet er zelfs vraag aan vooraf gaan: ik werk bij een medium, maar is het werk dat ik doe wel journalistiek?

Veel tv-presentatoren kunnen die vraag in mijn ogen met 'nee' beantwoorden. Ze zijn misschien wel als journalist opgeleid, maar hebben zich ontwikkeld tot showmasters in programma's waar het nieuws hooguit aanleiding is, maar waarin menselijke interactie steeds meer de inhoud bepaalt. De vorm heeft nauwelijks relatie met de journalistiek, het proces wordt op gang gebracht met journalistieke technieken en vaardigheden, maar een dergelijke presentator is in mijn ogen geen journalist meer en moet dat ook niet willen zijn. Of hij of zij dan vervolgens zo her en der bijverdient, is dan zijn of haar keuze en een zaak van de betreffende werkgever en de fiscus.

De houding van een journalist kenmerkt zich door twee begrippen: een kritische geest en een onafhankelijke positie. Die worden gewaarborgd door de journalistieke voorwaarden van betrouwbare, verschillende bronnen, het controleren van informatie en hoor en wederhoor. Daarmee kan een journalist zijn verantwoordelijkheid van onder meer controleur van de macht waar maken. Iemand die zich profileert als onafhankelijke verslaggever, anchorman van nieuwsprogramma's of kritische ondervrager zou zich verre moeten houden van commerci klussen, dagvoorzitterschappen ten behoeve van de overheid en bedrijfsleven of mediatrainingen. Op dit punt ligt er in mijn visie zeker een taak voor de Nederlandse Vereniging van Journalisten. De NVJ zou een certificering kunnen overwegen. Alleen een hbo-of universitaire opleiding journalistiek is onvoldoende garantie voor onafhankelijke journalistiek. Certificering bindt aan regels en een beroepscode, compleet met tuchtrecht. Voor journalisten zou een eerste regel van de beroepscode kunnen zijn: gij zult omwille van uw onafhankelijkheid geen andere heren dienen dan uw journalistieke werkgever.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden