Centraal-Europa politiek nog niet rijp voor EU

Gebrek aan respect voor etnische minderheden belemmert een snelle integratie van Centraal-Europa in de Europese Unie, concluderen Frits Bolkestein en Geert Wilders na een rondreis in Midden-Europa....

VRIJHANDEL is de zekerste weg tot Europese integratie. De Europese Unie heeft vanaf begin jaren negentig met een aantal Centraal-Europese landen 'Europa-akkoorden' gesloten waardoor vrijhandelszones tussen de EU en de betrokken staten ontstonden. Maar ook de onderlinge vrijhandel groeide met de invoering in 1993 van de Central European Free Trade Association (CEFTA).

Onlangs hebben deze landen -(Tsjechië, Slowakije, Polen, Hongarije en Slovenië) besloten de onderlinge handelsliberalisatie te intensiveren. De economische ontwikkeling van de CEFTA-landen is bemoedigend. Na een korte terugval begin jaren negentig tekent zich nu een zeker economisch herstel af.

Vorig jaar varieerde de economische groei van twee (Hongarije) tot zeven (Slowakije) procent. Volgens het rapport Stabiliteit en veiligheid in Europa van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbereid van juni 1995 zou een land als Tsjechië bij een toetsing aan de convergentiecriteria voor de derde EMU-fase, in vergelijking tot landen als Portugal, Griekenland en zelfs Italië, geen slecht figuur slaan.

Elke Europese staat kan verzoeken lid te worden van de Unie, aldus het Verdrag van Rome. In beginsel zouden dus alle Centraal-Europese landen zich voor een EU-lidmaatschap kunnen kwalificeren. Maar een uitbreiding van de EU is niet vrijblijvend: voor de EU noch voor de toetreders.

Zo zal een uitbreiding van de EU geen verhoging van de structuur- en cohesiefondsen tot gevolg mogen hebben. Dezelfde koek zal dus door meer landen moeten worden gedeeld. Ook het Europese landbouwbeleid zal aanpassing behoeven. De verbrede EU zal zich tot haar kerntaken moeten beperken. Zo valt er aan beide zijden veel te winnen. De winst van verbreding zit in de schaalvergroting van de EU.

Ook kunnen handelsbeperkende belemmeringen worden weggenomen, waardoor vrijhandel ruim baan krijgt. Bovendien kunnen grensoverschrijdende problemen zoals criminaliteitsbestrijding beter worden aangepakt. Zo zal de stabiliteit in Oost Europa toenemen.

Nieuwe lidstaten zullen moeten voldoen aan de verplichtingen van de EU, het zogenaamde acquis communautaire. Maar ook andere factoren zullen een rol spelen bij het antwoord op de vraag of een land zich kwalificeert. Zo zal de mate van democratisering een rol spelen, de onderlinge verhoudingen en last but not least de criteria zoals door de EU in 1993 te Kopenhagen geformuleerd: 'stabiele instellingen die de democratische rechtsorde, de mensenrechten en het respect van en de bescherming van minderheden garanderen'.

Een recent bezoek aan enkele Centraal Europese landen leerde dat de Kopenhagen-criteria een EU-lidmaatschap van sommige landen in de weg kunnen staan. Zo heeft Slowakije op zijn minst een ernstig imago-probleem. Op centralistische wijze worden administratieve regio's opnieuw ingedeeld, met nadelige gevolgen voor de Hongaarse minderheid. Het presidentiële budget is om politieke redenen gekort en een eveneens voor de Hongaarse minderheid nadelige Taalwet is ingevoerd.

De kritiek op Slowakije is dan ook ongezouten. In november 1995 veroordeelde het Executieve Comité van de Liberale Internationale de Slowaakse taalwet. Het afgelopen half jaar is Slowakije bekritiseerd door de Duitse Bondskanselier Helmut Kohl, de Amerikaanse VN-ambassadeur Madeleine Albright, de EU en onlangs nog de Amerikaanse ambassadeur in Slowakije Ralph Johnson die de hiervoor genoemde Slowaakse wetgeving betitelde als 'niet in overeenstemming met de algemeen aanvaarde opvatting van een democratische samenleving'.

Tekenend was de uitspraak van de in onmin met de Slowaakse minister-president Meciar levende Slowaakse president Kovac. Deze zei ons dat indien Slowakije de komende jaren op deze weg voortging 'Europa zijn eigen conclusies moest trekken'. Indien het Nederlandse parlement nu over de Slowaakse toetreding tot de EU zou stemmen, zou het voorstel waarschijnlijk worden verworpen. Het is te hopen dat Slowakije de komende tijd zijn beleid zal bijstellen en de democratisering meer ter harte zal nemen.

De wijze waarop de rechten en de bescherming van minderheden in Centraal-Europese landen worden geregeld, is een van de toetredingscriteria. Het betreft hier zowel de positie van de zigeuners in Hongarije, Roemenie, Tsjechië en Slowakije als die van de Hongaren in Slowakije, Roemenie, Oekraïne en Vojvodina (Servië). Dit is in Centraal-Europa wellicht het meest gevoelige thema dat niet zelden tot spanningen tussen de verschillende staten heeft geleid.

Na het etnische échec in het voormalige Joegoslavië is het van groot belang dat er etnische stabiliteit in de rest van die regio heerst. Europa moet ervoor waken niet het paard van Troje binnen te halen. Daarom heeft de EU in het kader van het Stabiliteitspact, waarvoor de toenmalige Franse premier Edouard Balladur in april 1993 het initiatief nam, bevorderd dat bilaterale verdragen tussen Centraal-Europese staten zijn gesloten, die niet in de laatste plaats de positie van de minderheden en erkenning van de grenzen betreffen.

Dergelijke verdragen zijn natuurlijk toe te juichen. Maar wat uiteindelijk telt, is niet wat op papier staat maar wat daadwerkelijk gebeurt. Feitelijke implementatie van deze verdragen en een verbetering van de positie van de minderheden is wat moet worden bereikt. Dat is een Europees belang.

Op welke wijze zou dit kunnen worden bewerkstelligd? Territoriale autonomie op etnische basis wordt gezien als een vorm van separatisme die in de huidige verhoudingen slechts destabiliserend kan werken (hoewel dit beleid inzake Catalonië en Vlaanderen wel wordt aanvaard). Decentralisatie van bevoegdheden en vormen van lokaal zelfbestuur zijn dus te verkiezen. Het congres van de Liberale Internationale in 1991 te Luzern heeft verklaard dat een liberaal minderhedenbeleid kan bestaan uit decentralisatie van macht en dat ook lokaal zelfbestuur een belangrijke rol kan spelen waar territoriale autonomie niet van toepassing is.

Hoewel in een aantal Centraal-Europese landen de voormalige communistische nomenklatoera opnieuw de scepter zwaait, wint het liberalisme terrein. Zo is een aantal Slowaakse en Hongaarse partijen lid van de Liberale Internationale. In Hongarije lijkt het liberale gedachtengoed het sterkst vertegenwoordigd, met een leidende oppositiepartij (FIDESZ) en een partij die aan de regering deelneemt (SzDSz), beide lid van de LI. Het onlangs in Hongarije aan het licht gekomen schandaal over financiële malversaties bij privatiseringen heeft glashelder aangetoond dat invloed en praktijken van de oud-communistische nomenklatoera nog steeds aanwezig zijn. Maar zij lijken niet langer door de bevolking te worden getolereerd. Het groeiende liberale gedachtengoed kan een politieke en maatschappelijke brugfunctie naar het Westen vervullen.

Na de Intergoevermentele Conferentie (IGC), waar een betere besluitvormingsprocedure voor een verbrede EU aan de orde komt, zal de EU begin 1998 onderhandelingen met een eerste groep kandidaat-lidstaten beginnen. Net als met Spanje en Portugal zal een aanzienlijke overgangstermijn op weg naar volwaardig EU-lidmaatschap nodig zijn. Spanje en Portugal vroegen EU-lidmaatschap in 1977 aan en na hun toetreding in 1986 werden nog overgangsregelingen van vijf tot zeven jaar getroffen. Tussen aanvraag en volwaardig lidmaatschap zat zo'n zestien jaar.

Onlangs bezocht de Poolse premier Cimoszewicz ons land. Bij die gelegenheid waarschuwde minister-president Wim Kok voor een 'tijdrovend proces' van toetreding tot de EU. Maar hij weigerde over data te spreken. Men moet 'realistisch' tegen vergroting van de Unie aankijken. Het was dan ook onvoorzichtig van de Franse president Jacques Chirac om in Warschau te beweren dat Polen in het jaar 2000 lid van de Unie zou zijn.

De wenselijkheid van een verbreding van de Europese Unie met de Centraal-Europese landen staat buiten kijf. Het IJzeren Gordijn mag niet plaats maken voor een sluier van onverschilligheid, zoals president Clinton onlangs zei.

Niettemin zullen kandidaat-lidstaten aan de gestelde eisen moeten voldoen. Het terugdraaien van een eenmaal toegekend lidmaatschap is immers fictie.

Afhankelijk van de economische prestaties, institutionele hervormingen, democratisering en het mensenrechtenbeleid zal de EU-integratie voor het ene Centraal-Europese land sneller gaan dan voor het andere. Tsjechië, Polen, Hongarije en misschien Slovenië lijken zich het eerst te kwalificeren. Het is aan de EU-lidstaten om hierover te oordelen. Zij zullen iedere uitbreiding moeten ratificeren. Maar de Centraal-Europese landen hebben zelf de grootste troef in handen. Die is het vergroten van de regionale stabiliteit en het op voortvarende wijze aanpakken van de factoren die deze thans nog belemmeren.

Frits Bolkestein is voorzitter van de Tweede-Kamerfractie van de VVD, Geert Wilders is beleidsmedewerker Tweede-Kamerfractie VVD.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden