Cello-guerrillero

Een Einzelgänger is hij niet meer, cellist Pieter Wispelwey. Nu hij bijna 50 is, heeft hij de sociale kanten van zijn vak ontdekt. En is er de cd met zes suites voor cello solo van Johann Sebastian Bach. Waarom? Puur vanwege de magie.

Als het brein een resetknop zou hebben, had Pieter Wispelwey die allang ingedrukt. Even het muzikantengeheugen wissen - en klaar zou hij zijn voor een frisse onderdompeling in de stukken die hij al dertig jaar kan dromen: de zes suites voor cello solo van Johann Sebastian Bach.


Sinds de componist ze rond 1720 in het Duitse prinsdom Köthen schreef, heeft vermoedelijk geen mens ze zo vaak op de lessenaar gezet als Pieter Wispelwey. Hij streek ze tevoorschijn van Sydney tot Buenos Aires, betrad er een boeddhistisch museum mee in New York, en vulde dichter bij huis menig Bachmarathon in de Amsterdamse Noorderkerk. Hij stoomt al aardig op richting duizend, peinst de cellist op het terras van zijn pastoriewoning in Grootschermer.


Volgende week wordt hij 50. Komend weekeinde viert Pieter Wispelwey alvast feest in de Kleine Zaal van het Amsterdamse Concertgebouw. Bach komt daar niet aan te pas, maar dat wordt ruimschoots goedgemaakt door een nieuwe cd-registratie van de cellosuites.


Het wordt zijn derde versie op plaat. Of eigenlijk zijn zesde, want na de veelgeprezen opnamen één (1990) en twee (1998, honderdduizend exemplaren verkocht) struikelden de pogingen drie, vier en vijf, achtereenvolgens over gemankeerd geluid, hoge koorts en mislukte onderhandelingen met de BBC.


Waarom zou iemand zich voor pakweg de 893ste keer op de Bachsuites willen storten? Dat is gauw verteld, zegt Pieter Wispelwey. 'De magie.'


Die schuilt onder meer in 'de basale lustbeleving van haar op darm' en in 'boventonen die ruisen als riet'. Op de beste momenten, wanneer het kaartenhuis hoger oprijst dan hij ooit voor mogelijk had gehouden, komt het spelen van Bach in de buurt van een openbaring.


In de jaren tachtig kon je hem met z'n cellokist op de rug door Amsterdam zien stuiven. Het had iets aandoenlijks hoe Pieter Wispelwey, de wereldtopper in spe, zijn eigen serietjes bleef organiseren op feeërieke locaties als de Engelse Kerk, of 't Mosterdzaadje in Santpoort, de miniconcertzaal van het dorp waar hij zijn jeugdjaren sleet.


Nu stelt hij vast: 'Helaas heb ik nooit het pad gekozen dat jonge musici vaak volgen. Meedoen aan festivalletjes, elkaar opzoeken in orkesten, zodat je leuke contacten legt voor de rest van je leven. Vanaf het vroegste begin heb ik als eenling geopereerd.'


Nog een geluk dat hij, toen zijn carrière eenmaal ontbrandde, zichzelf geen onaangenaam reisgezelschap vond. Tot in Chili en Tasmanië leerden ze zijn naam foutloos spellen. Mede dankzij Channel Classics, het Betuwse label dat z'n Wispelwey-cd's wereldwijd verkocht. Schumann, Tsjaikovski, Dvorák, Sjostakovitsj: op zijn verklanking van de grote celloconcerten plakte de internationale muziekpers etiketten als virtuosic, thrilling, en addictive.


Maar op Nederlandse podia vorderde zijn loopbaan aanvankelijk stroef. Een tijdlang hoorde je Pieter Wispelwey zelden als solist bij een Nederlands orkest. En tot op de dag van vandaag was 's lands eerste cellist nog nooit te gast bij het Koninklijk Concertgebouworkest.


Het is een publiek geheim dat Anner Bijlsma, Wispelweys conservatoriumleraar, zijn loopbaan nooit overmatig heeft gesteund. Tout Amsterdam maakte na een Bijlsma-optreden in het Concertgebouw mee hoe de gearriveerde meester en de aanstormende solist in de artiestenkamer bijna slaags raakten.


Oude koeien, zegt hij met een zucht. Wispelweys ogen dwalen over de tuin, een meter of 30 diep. Het gazon wordt mollenvrij gehouden door zijn oude buurman. In ruil voor het gras van de achterliggende wei reinigt een andere dorpsgenoot de sloten. 'Vanaf Schiphol kan ik heerlijk om Amsterdam heen tuffen, de dijkjes op, de stilte in.'


Over wat er destijds precies heeft gespeeld, houdt hij de kaken op elkaar. Wel volgt een betoog waarin het woord 'generatiebotsing' oplicht, de observatie zich aandient dat muziek een heftig vak is en Anner Bijlsma voor zijn inspirerende kunstenaarschap alle lof krijgt toegezwaaid.


Wispelwey heeft een temperament, fluistert de een. Is een bevlogen musicus, nuanceert de ander. Dat laatste merkte in 1994 ook Yo-Yo Ma, de celloster die over de Bachsuites een masterclass kwam geven. Het draaide erop uit dat Pieter Wispelwey hém van nuttige tips voorzag.


Paolo Giacometti, de Nederlandse pianist, vormt zijn baken in het niet altijd krasvrij verlopende verkeer tussen muzikale ego's. 'Precaire situaties zullen bij hem nooit ontvlammen', zegt Wispelwey. 'De frase waarvan hij steevast in de lach schiet is: Paolo, wat is wijsheid? Meestal luidt zijn advies: Pieter, mond houden.'


De nouveauté van zijn recente Bachopname is de toonhoogte. Musici die de barokmuziek authentiek spelen, stemmen hun instrument op een a van 415 hertz - een halve toon lager dan de hedendaagse standaard. Pieter Wispelwey duikt daar nog verder onder. In Köthen hanteerde kapelmeester Bach immers een stemtoon van 392 hertz.


Die tamelijk recente wetenschap bereikte Grootschermer via Wispelweys vrouw, de Britse barokhoboïste Alexandra Bellamy. Zij speelt in een ensemble van de pientere Bachspecialist John Butt. Voor Pieter Wispelwey betekent het dat hij de darmsnaren van zijn Rombouts uit 1710 - in bruikleen van het Nationaal Muziekinstrumenten Fonds - minder strak hoeft aan te spannen.


'Die Köthense celloklank heeft iets heel karakteristieks. Het geluid wordt aardser, borsteliger, staat nóg verder af van de moderne cello, waarop Bach algauw glanzend en gladjes klinkt.'


De musicologie helpt wel vaker een handje, blijkt uit de dvd-documentaire die zijn nieuwe cd-box begeleidt. Daarop gaat de cellist met John Butt en een andere Bachgeleerde in conclaaf over de Allemandes, Courantes en andere barokdansen die Bach in zijn suites aaneenrijgt.


'Te vaak hoor je ze gespeeld als een kozakkendans, verend door de knieën, daar heb ik mezelf ook schuldig aan gemaakt. Maar in de Barok danste men juist van de grond af, alsof de kruin met een draadje vastzat aan het plafond. Voortaan ga ik aristocratischer om met zwaartekracht.'


Sommige critici hebben hem op het rooster gelegd vanwege veronderstelde maniertjes. Gebaren, blikken, mimiek: weinig muzikanten stuwen de non-verbale communicatie zo hoog op als Pieter Wispelwey.


'Vervelend als men denkt dat ik niet oprecht ben, ik voel me nu eenmaal hevig betrokken bij de noten die ik speel. Ik denk weleens na over zulke kritiek, maar kom steevast tot de conclusie dat een musicus maar beter zichzelf kan zijn.'


De voormalige Einzelgänger is begonnen aan een inhaalrace. Steeds vaker verkeert Pieter Wispelwey onder jonge muzikanten. Meningen uitwisselen, netwerken, gezelligheid: tegen z'n 50ste ontdekt hij de prettige sociale kanten van het vak.


Met quartet-lab, zijn nieuwe strijkkwartet, wil hij de weerbarstige, late Beethoven veroveren en zich eindelijk begraven in Bartók. Tot zijn companen behoren Pekka Kuusisto, de Fin die naast Sibelius ook volksmuziek fiddelt, en Patricia Kopatchinskaja, de Moldavische zigeunerdochter die blootsvoets musiceert. 'Extreme types, maar ze wassen mijn oren schoon.'


Driekwart jaar jaar geleden liet hij zich in Tokio toch weer verleiden tot een nieuwe Bach. Het moet zijn vierde opname worden, zijn eerste op moderne cello. Een clubje muziekfanaten kreeg hem zo gek om, na een optreden met het Celloconcert van Dvorák, de stad van noordwest naar zuidoost te doorkruisen. In een studio met de meest geavanceerde opnameapparatuur wachtten ze hem op. Om twee uur 's nachts zat hij tot aan zijn enkels in de zes suites.


Of liever: in de Preludes, de voorspelen waarmee elke suite begint. In zijn 'Japanse Bach' veegt Pieter Wispelwey de gelijknamige delen bij elkaar. Na de zes Preludes volgen binnenkort de zes Allemandes, daarna neemt hij de zes Courantes op, en zo gaat het verder tot en met de afsluitende Gigues.


Ziet hij die overbekende muziek toch weer in een nieuwe context. Stiekem droomt hij alvast van nieuwe publieken. 'Het liefst zou ik er guerrilla-cd'tjes van maken. Lijkt me leuk om die in de supermarkt te verstoppen, of stiekem te laten slingeren op straat.'


Weekend met Pieter Wispelwey. Amsterdam, Concertgebouw, Kleine Zaal, 22 en 23/9. De cellosuites van Bach verschijnen op het label Evil Penguin.


CelloSuites


Elke cellist kan er een leven lang mee vooruit: zes suites van elk zes delen, samen tweeënhalf uur muziek. Op plaat is de Hongaarse Amerikaan János Starker recordhouder: hij nam de stukken liefst vijf keer op. Anner Bijlsma wijdde er een boek aan, Yo-Yo Ma een zesdelige documentaire en Rudolf Noerejev een choreografie. Popheld Sting speelde de eerste Prelude op gitaar. De aanname dat Bach ze voor cello heeft gecomponeerd, ligt trouwens onder vuur. De viola da spalla, een uitgestorven reuzenviool die aan een draagband om de schouders hangt, zou eerder een kandidaat zijn. Volgens Pieter Wispelwey is het nog lang geen uitgemaakte zaak: 'Met dat raadsel zijn we nog jaren bezig.'


Pieter Wispelwey (49) studeerde cello bij Dicky Boeke en Anner Bijlsma. In 1985 kreeg hij de Elisabeth Evertsprijs voor uitzonderlijk muzikaal talent. Na vervolgstudies in de Verenigde Staten (Paul Katz) en Groot-Brittannië (William Pleeth) ontving hij in 1992 als eerste cellist de Nederlandse Muziekprijs, de hoogste muzikale onderscheiding van het land. Voor het cd-label Channel Classics nam hij alle grote celloconcerten op, maar ook de suites van Bach en kamermuziek van Beethoven tot Ligeti. Tegenwoordig verschijnen zijn cd's op de labels Onyx en Evil Penguin.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden