Celbioloog hinkstapt in zandbak tweemaal naar een uniek record

'Doe ik iets dat de moeite waard is? Wat de artsen in Rwanda doen maakt verschil. Ik spring in een zandbak, wie heeft daar baat bij?' Het waren gedachten die Jonathan Edwards vorig jaar kwelden....

Van onze verslaggever

Hans van Wissen

GÖTEBORG

Edwards lag tijdens de Europese titelstrijd van Helsinki, waar hij door een sluimerend virus slechts zesde was geworden, in bed en overwoog dat hele nutteloze springen overboord te zetten. Het was zijn eerste jaar als prof, hij was het reizen beu en verlangde naar zijn vrouw en twee kinderen in Heaton, Noord-Engeland. Zijn eega had het al eens spottend gevraagd: 'Wat doe je toch telkens in dat malle zand.' Hij wist het antwoord niet.

Zinvoller leek het hem naar zijn oude beroep terug te keren. Edwards deed tot 1993 als celbioloog genetisch onderzoek in het Royal Victoria ziekenhuis in Newcastle maar besloot zich volledig op de atletiek te richten, nadat hij als derde was geëindigd bij de WK van Stuttgart. 1994 werd echter een verloren jaar, het virus bleek pas tegen de winter verdwenen.

Begin januari toog hij toch weer aan het trainen, zonder veel fiducie. Maar een wonderlijk zomerseizoen volgde, het wonderlijkste misschien dat zich ooit in een atletiekloopbaan heeft voorgedaan. Tijdens de Europa Cup-wedstrijden in Lille schokte hij de concurrentie met sprongen van 18.43 en 18.39. Beide kwamen echter tot stand met te veel rugwind (slechts 0,4 m/s trouwens) en omdat de enige reguliere poging uitliep op 17.49 werd hij nog niet terstond beschouwd als de opvolger van Willie Banks, Joao d'Oliveira, Viktor Sanejev en al die andere groten uit de geschiedenis van de triple jump.

Maar op 18 juli volgde een gala in Salamanca waar Edwards opnieuw in een formidabele vorm bleek te steken. Met één centimeter overtrof hij het tien jaar oude wereldrecord (17.95) van Willie Banks. Het bleek gisteren nog maar een bescheiden begin. Tot zijn eigen ongeloof werd hij ook de eerste hinkstapper die in twee achtereenvolgende pogingen het wereldrecord verbeterde.

Een verklaring voor zijn extreme prestaties kon Edwards ook gisteravond niet geven. 'Een gestage ontwikkeling is het geweest, ik heb geen mysterie,' verontschuldigde hij zich bijna. Toch was er iets geheimzinnigs aan zijn springen, iets bedaards of rustgevends zelfs. Hij stond zich niet woest op te laden zoals de anderen, er was geen spoor van overdrijving.

Toen Bob Beamon in 1968 een vergelijkbare historische daad stelde bij het verspringen (8.90) werd de Amerikaan als door de bliksem getroffen, hij begon als een dolleman rond te rennen en kleedde zich de volgende dag in een gewaad van aaneenplakte kranteknipsels. Het kwam jarenlang niet meer goed met hem. Bij Edwards is dat uitgesloten. Hij begroette zijn records natuurlijk met grote vreugde, maar had ook iets bescheidens en jongensachtigs. Na zijn tweede record haalde hij de schouders op alsof hij wilde zeggen: 'Ik kan er ook niets aan doen' en na zijn derde stak hij achter de Britse vlag olijk de tong uit naar de tribunes, waarschijnlijk naar zijn coach Carlton Johnston.

Wat Edwards vooral uitstraalde was een enorme innerlijke rust. Die zonder twijfel verband houdt met zijn geloof in God en gezin. Bij diverse gelegenheden bezwoer hij onmiddellijk van de zandbak weg te blijven als hij zijn vrouw en kinderen daarmee nadeel zou berokkenen. Dat laatste deed hij gisteren bepaald niet.

De nu 29-jarige Edwards weigerde voor 1993 op zondag te springen, niet omdat de kerk dat voorschreef maar omdat hij zo was opgevoed en één dag in de week voor God wilde reserveren. Hij liet om die reden het WK van 1991 aan zich voorbij gaan. Pas nadat hij besloten had fullprof te worden zwoer hij die gewoonte af, omdat het nu tenslotte zijn baan was.

De domineeszoon Edwards heeft niet dat eigenaardige geloof van zo veel Amerikaanse atleten die hun overwinning van God zelf afkomstig achten en die hun lichaam als een door God gestuurd instrument zien, voor de Edwards brengt het geloof gemoedsrust. Het is de waarde van zijn leven: 'Of ik bovennatuurlijke kracht heb gekregen of niet, het geloof zelf is fundamenteel. Ik heb mijn leven aan God opgedragen. Er is voor mij dus altijd iets belangrijkers dan springen.'

Maar het leek inderdaad op bovennatuurlijke kracht waarover die uiterst correcte en beschaafde Brit gisteravond beschikte. En het was vooral ook de ongekende schoonheid van springen die zo'n overrompelende indruk maakte. Doorgaans ziet de trihopp er nogal harkerig en schokkerig uit. Omdat de atleet nu eenmaal drie maal opnieuw moet afzetten. Dat is zwaar en ziet er zwaar uit. Maar niet bij Edwards die zijn enorme aanloop-snelheid (10,5 meter per seconde) bijna volledig kan behouden door zijn lichtvoetigheid. Het is niet telkens opnieuw afzetten met een betrekkelijke lange afwikkeling van de voet maar Edwards kaatst met korte touchés over de baan en heeft ook nog eens een perfecte landing. Hij hoefde de balk niet eens op de uiterste rand te treffen om toch zijn miraculeuze afstanden te halen. En evenmin bereikte de meewind haar ideale limiet.

Niet Willie Banks was zijn voorbeeld, maar een andere Amerikaan, Mike Conley. Deze alleskunner (karateka, taekwondo-leraar, deputy-sherrif, basketballer, makelaar) was gisteren ook present maar raakte volledig van slag door de erupties van Edwards die immers de wereldrecords al in de eerste pogingen verwezenlijkte. Van Conley nam Edwards vooral de armtechniek over. Een andere belangrijke wijziging die hij in de loop van zijn bescheiden carrière aanbracht was het wisselen van springbeen.

Edwards begon de driesprong in de jaren tachtig met het rechterbeen en schakelde pas twee jaar geleden over, toen hij trainerssteun kreeg vanuit de Engelse bond. Om diens steun was verzocht door Jonathans vader, die van jongsafaan de waarde van sport had benadrukt. Maar hoe lang duurde het niet voordat Edwards werkelijk iets van waarde ging presteren. Hij wist zich noch voor Seoul noch voor Barcelona te kwalificeren. In 1994 dreigde een afscheid, vier maanden stond hij zelfs volledig op non-actief, maar de ommekeer was des te glorieuzer. Edwards, werd inderdaad een halfgod. Al zou hij dat zelf als blasfemie aanmerken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden