Cees vond dat het tijd werd voor een lintje, dus dat werd geregeld

Cees H., hoofdrolspeler in de vastgoedfraudezaak, vond als vicevoorzitter van het Bouwfonds dat hij een koninklijke schouderklop had verdiend. De kabinetschefvan VROM was behulpzaam....

Als enige Alphenaar kreeg Cees H. in 1998 een koninklijke onderscheiding opgespeld door een lid van het kabinet, op het Haagse ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM), door staatssecretaris Dick Tommel zelf. De andere drie inwoners van Alphen aan den Rijn die die dag werden gedecoreerd, troffen in het gemeentehuis ‘slechts’ burgemeester Nico Schoof tegenover zich, maar waren er natuurlijk, samen met hun echtgenotes, niet minder trots om.

Bij Koninklijk Besluit werd Cees H. op 3 april 1998 tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau benoemd, en op 29 april was de uitreiking in Den Haag. H. was op dat moment vicevoorzitter van het Bouwfonds der Nederlandse Gemeenten, de overheidsinstelling die na de oorlog was opgericht om de gewone man aan een huis te helpen, en die nu de hoofdrol speelt in de omvangrijke vastgoedfraudezaak. Maar aan deze functie had H. het binnenhalen van de koninklijke versierselen niet te danken, hoewel er bij het Bouwfonds wel flink op was ingezet.

Twee jaar eerder, in het najaar van 1996, opperde H. bij zijn secretaresse dat het eens tijd werd dat hij een lintje zou krijgen. Bestuursvoorzitter John Simons had de onderscheiding in mei binnengesleept, en H. vond dat hij niet kon achterblijven.

Zijn secretaresse wist dat er een geëffend pad liep van het Bouwfonds naar het ministerie van VROM. De kabinetschef van het ministerie, al bijna twintig jaar actief in die functie, was een deskundige op het gebied van koninklijke onderscheidingen. Hij had er zelfs twee boeken over geschreven. Ook onderhield hij contacten met het Kabinet der Koningin en met leden van het Koninklijk Huis.

Deze man was het Bouwfonds gunstig gezind, wist de secretaresse uit ervaring. De man had zich eerder voor de decoratie van Simons ook ‘voortreffelijk ingezet’, schreef zij in een interne notitie. Bovendien was het bekend dat de man graag buiten het ministerie een vorkje prikte, en er geen problemen mee had dat anderen de rekening oppakten.

Er volgden diverse afspraken met de VROM-ambtenaar. In een sfeer van ouwe-jongens-krentenbrood werd het gezamenlijke belang onderstreept: hoe helpen we Cees aan een lintje? Er moest context komen, liet de ambtenaar weten. Er moest een verhaal worden gebouwd, over Cees. Een lintje kreeg je niet zomaar, klonk het. Maar er was wel het een en ander mogelijk, mede door toedoen van de topambtenaar die op verzoek een pakkend advies zou schrijven.

De ambtenaar, wiens politieke sympathie bij het CDA ligt, de partij waarvoor hij in zijn woonplaats ook gemeenteraadslid was, vond dat hij te weinig verdiende, liet hij doorschemeren. En waardering kreeg hij ook al niet. Integendeel: de toenmalige PvdA-minister van VROM – Jan Pronk – kende geen enkele waarde toe aan de protocollaire aangelegenheden waarvoor de ambtenaar verantwoordelijk was.

De boodschap was duidelijk: de kabinetschef zou graag een vergoeding voor zijn diensten zien, en het Bouwfonds zou dat voor zijn rekening moeten nemen.

De secretaresse stelde vervolgens een pakket van negen pagina’s samen, over Cees. Dat pakket moest worden doorgestuurd naar ‘die enge’ topambtenaar, zo schreef ze in een interne fax van 29 oktober 1996, die door deze krant is ingezien.

Afgekeurd
Een voorstel tot onderscheiding gaat om te beginnen langs de burgemeester van een woonplaats, in dit geval Alphen aan den Rijn. Daarna volgen de commissaris van de koningin en het Kapittel voor de Civiele Orden. Uiteindelijk komt het bij de minister terecht en wordt er een Koninklijk Besluit genomen.

Het verzoek namens H. werd aanvankelijk afgekeurd door de burgemeester van Alphen aan den Rijn, omdat er behalve diens loopbaan in de bouw- en vastgoedwereld te weinig maatschappelijke verdiensten waren te melden. Dat de president-commissaris van het Bouwfonds, Hans Wiegel, het voorstel steunde, deed daar niks aan af. In 1996 was het decoratiesysteem rigoureus aangepast, en in het nieuwe systeem stond ‘bijzondere verdiensten voor de samenleving’ voorop.

Daarom werd een gezamenlijk contact van H. en de topambtenaar ingezet: Rob van der Leij, directeur van Van der Leij Bouwbedrijven. Deze had in 1995 Van der Leij Habitat Foundation opgericht, waar Cees bestuurder was geworden. Deze stichting bekommerde zich om sociale woningbouw in onder meer Zuid-Afrika, en vond in het Bouwfonds een sponsor.

Toen dit goede doel in 2005 onder een andere naam verder ging, Intervolve, werd Cees er adviseur. Hij bleef dat tot eind 2009, twee jaar na zijn aanhouding in 2007 in verband met de grootste fraudezaak in de Nederlandse geschiedenis. Ook de topambtenaar is tot op heden als adviseur verbonden aan deze stichting.

Toen de eerste Bouwfonds-aanvraag mislukte, kwam de Van der Leij Habitat Foundation in beeld. H. zou zijn betrokkenheid bij daklozen in India hebben getoond, net als bij woningprojecten in Zuid-Afrika.

Door toedoen van de ambtenaar werden deze wapenfeiten alsnog aan het verzoek toegevoegd, en hij handelde het verder af met de Van der Leij Habitat Foundation – die ook te boek kwam te staan als de officiële aanvrager. Cees zou zijn lintje krijgen, en D66-staatssecretaris Dick Tommel werd gestrikt om de onderscheiding op niveau op te spelden.

Cees werd Ridder in de Orde van Oranje-Nassau ‘voor zijn maatschappelijke verdiensten in het algemeen en voor zijn bijzondere verdiensten voor de nationale en internationale woningbouw’.

Bij het Bouwfonds wisten ze dat het allemaal doorgestoken kaart was. Daar werd intern niet gesproken over koninklijke versierselen voor de vicevoorzitter; in correspondentie had men het over ‘een Van der Leij strik’.

H. vond zijn onderscheiding niet voldoende, zo bleek al vrij snel. Hij had de overheidsinstelling in 2000 verkocht aan ABN Amro, een deal die later op bedenkelijke manier tot stand bleek te zijn gekomen, en vond dat hij daarvoor nog een koninklijke schouderklop verdiende. Bovendien was hij opgeklommen van vicevoorzitter tot voorzitter, wat hij tot 2001 zou blijven.

Cees liet Van der Leij daarom weten ‘not amused’ te zijn over het lintje dat hij had gekregen. Hij werd Ridder, terwijl de andere (oud-)bestuursvoorzitters van het Bouwfonds allemaal Officier waren geworden.

Opnieuw ging er een verzoek uit, en wederom werd getracht dit samen met de VROM-topambtenaar voor te koken. Het zou lastig worden, zei de topambtenaar deze keer, maar hij wilde er zijn best voor doen en zijn nek voor uitsteken.

Om de kabinetschef goed te stemmen en er zeker van te zijn dat hij wederom zijn gewicht zou doen gelden, werd hem door H. een geheel verzorgd verblijf in Parijs in het vooruitzicht gesteld. In een fax aan Cees op 6 november 2000 sprak hij hiervoor zijn dankbaarheid uit. ‘Gaarne maak ik gebruik van je toezegging voor een meerdaags bezoek’, schreef de ambtenaar. En afsluitend: ‘Zeer veel dank, de tickets en hotelreservering zie ik gaarne tegemoet op m’n huisadres.’

Gestopt
Na het afzwaaien van Cees H. bij het Bouwfonds kwam er snel een einde aan de sponsoring van de Van der Leij-stichting. De bijdragen aan sociale woningbouw in Afrika – een initiatief dat vooral op het conto van Cees werd geschreven – werden afgebouwd, en in 2005 zelfs geheel gestopt. Dat was niet omdat het Bouwfonds niets aan charitas wilde doen, maar had alles te maken met de tegenvallende prestaties van de stichting, zegt een woordvoerder. Er werd te weinig gebouwd, en er ging te veel mis in Afrika – waar bijvoorbeeld op grote schaal bouwmaterialen werden gestolen.

De inmiddels gepensioneerde kabinetschef van VROM, van wie de naam bekend is bij de redactie, zegt in een reactie dat het om ‘een valse brief’ gaat, en dat hij altijd op ‘een reguliere manier’ heeft gewerkt. Ook zegt hij nooit een vergoeding te hebben gekregen voor het schrijven van een advies voor een onderscheiding. Cees H. noch zijn advocaat wil reageren.

Drie keer werd geprobeerd om Cees te laten promoveren: in 2001, 2003 en 2006, zo blijkt uit gegevens van het ministerie van VROM. Het Bouwfonds bemoeide zich na de pensionering van Cees in 2002 niet meer met de decoraties. Alle officiële aanvragen kwamen bij de Van der Leij Habitat Foundation vandaan, maar stuitten steeds op een negatief advies van de burgemeester van Alphen aan den Rijn.

Cees H. kwam er niet voor in aanmerking. Hij had na zijn eerste onderscheiding te weinig aan zijn palmares toegevoegd. Hij verdiende niet nog een kroon op zijn werk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden