Cees Veeger kon niet tegen onrecht en wetenschappelijk onderzoek moest deugen

Tegendraads en eigenzinnig: het lijken goede eigenschappen voor wetenschap pers. Maar Cees Veeger lag voortdurend overhoop met de universiteiten.

Beeld RV

Bij Cees Veeger horen termen als recalcitrant, dwars, tegendraads en bijzonder eigenzinnig. 'Hij had twee principes. Hij kon niet tegen onrecht. En hij kon niet tegen onderzoek dat wetenschappelijk niet deugde', zegt zijn zoon Hans Veeger. 'Als hij dat zag, had je een heel kwaaie aan hem.'

Cees Veeger, emeritus hoogleraar biochemie aan de Wageningen Universiteit, overleed op 13 februari. Boven de overlijdensadvertentie stond een foto waarop hij bijna provocerend het lintje in de Orde van de Nederlandse Leeuw droeg.

In de jaren zeventig werd hij een bekendheid in Nederland door wat in de annalen is terechtgekomen als de 'Vasolastinezaak'. In 1976 onderzocht hij het door Enzypharm in Soest gelanceerde Vasolastine, dat pretendeerde dankzij enzymen een werkend geneesmiddel tegen reuma en hart- en vaatziektes te zijn. Veeger stelde vast dat in het middel helemaal geen enzymen zaten en velde een vernietigend oordeel.

Eigenaar Gerrit Hendrik van Leeuwen van Enzypharm legde zich daar niet bij neer. Hij eiste genoegdoening, legde beslag op Veegers huis in Wageningen en dreigde de universiteit met een miljoenenclaim. Veeger liet zich niet intimideren, ook niet nadat de universiteit hem had verzocht het rapport in te trekken. Ook toen er door een buitenstaander zelfs een vergoeding van 600 duizend Zwitserse frank werd geboden, ging hij niet overstag. 'Een poging tot omkoping', zegt zijn zoon. Hij zette door en de rechtbank stelde hem in het gelijk.

Maar daarmee was de kous niet af. Het ziekenfonds bleef Vasolastine vergoeden. Konsumentenman Frits Bom nam het op voor Van Leeuwen en toonde mensen in zijn programma die dankzij Vasolastine waren genezen. Pas in 2007 zou het als geneesmiddel worden verboden, hoewel het nu onder andere naam nog als homeopathisch middel wordt aangeprezen.

Veeger was een geboren Amsterdammer wiens vader op Sumatra werkte voor de Bataafse Petroleum Maatschappij, een van de voorlopers van Shell. In 1958 studeerde hij af als biochemicus aan de Universiteit van Amsterdam. Na zijn promotie in 1961 kreeg hij een leerstoel aan wat toen nog de Landbouwuniversiteit heette.

Hij stond aan de basis van de nieuwe afdeling biochemie. Ook blonk hij uit als onderzoeker. In totaal zou hij 58 promovendi begeleiden. Ofschoon zijn collega's zijn conclusies over Vasolastine deelden, lieten ze hem toch vallen omdat ze in de woorden van zijn zoon 'te schijterig' waren. Het kwam daarna niet meer goed.

Als polemist attaqueerde hij op de publieke bijeenkomsten en in het universiteitsblad continu collega's, zoals de toxicologiehoogleraar Jan Koeman, wiens onderzoeksschool hij opblies. Hij begon avondcolleges te geven tegen de wil van de universiteit. Zelfs na zijn emeritaat bleef hij fulmineren tegen de universiteit. Hij noemde de toenmalig rector Cees Karssen een minkukel. Uiteindelijk werd hij van de universiteit verbannen.

Internationaal bleef hij in hoog aanzien staan. Hij doceerde in Duitsland, België en de VS en zijn publicaties worden nog steeds veelvuldig geciteerd. Dankzij zijn inspanningen voor de vrijheid van Joodse wetenschappers in het Oostblok kreeg hij een eredoctoraat aan de universiteit van Poznan in Polen.

Ondanks de vele aanvaringen met universiteitsbestuurders in het verleden herdacht de huidige rector-magnificus Arthur Mol in een brief aan de familie Cees Veeger als iemand wiens werk 'de internationale naam en faam van onze instelling heeft verstrekt en geschraagd'.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden