Cees Buddingh' heeft mijn leven gered

Als 17-jarige werd ik gered door een schrijver, die precies dichtte zoals het was.

Ik ben niet opgevoed door mijn ouders maar door een schrijver. Hij heet Cees Buddingh'. Zeg maar gerust: hij heeft mij gered. Ik kocht in 1977 zijn bundel Gedichten 1938-1970. Bij boekhandel Venstra in Amstelveen.

De eigenaar van de winkel hield mij scherp in de gaten. Een 17-jarige jongen die met zijn hoofd schuin langs de romans liep, daar kon alleen maar rottigheid van komen. In het kastje 'poëzie' stond een boek met een geel omslag. Ik voelde aan de rug van het boek. Ongeveer wat mijn vader een maand eerder bij ons in de keuken op de vloer had gelijmd. Plastic met een beetje structuur.

Ik sloeg het boek open en las de volgende tekst.

ook vandaag weer

ook vandaag weer
passeerden vele auto's elkaar
op de rijksweg wassenaar - den haag

Er gebeurde veel daar in de boekenkelder. Ik las het gedicht nog eens. Alleen dat al: het was een gedicht. Dat moest wel, want het stond op de voorkant. Ik las het gedicht nog een keer en ik denk dat dat precies het moment was dat ik besloot nooit volwassen te worden. Want zo was het, ja. Zoals het hier stond.

Al die mensen, in hun auto, nog niet afbetaald, maar dat kwam nog wel, hoe ze iedere dag langs Wassenaar moesten rijden, waar mensen woonden die nooit geld hoefden te lenen, en dan heel even het oogcontact met de tegenliggers, die uit Den Haag kwamen en dat ze dan dachten: zoals die ene man in die Ford Taunus, zo ga ik mijn haar ook dragen. Met een slag. En dan het thuiskomen. Trots zijn hoe je moeiteloos je auto tegen je huurhuis aan parkeert en daarna de avond, altijd de avond die voorafgaat aan weer een nieuwe dag, de volgende dag, een dag waarop vele auto's elkaar zullen passeren op de rijksweg Wassenaar-Den Haag.

Dat snapte ik opeens allemaal, door een gedicht van Cees Buddingh'. Dat gerommel van ons. Niets weten en dan maar heen weer gaan rijden tussen steden. Ik snapte, door een paar regels van Cees Buddingh', hoe dat leven van ons in elkaar zit. Het troostte mij enorm dat een volwassen man met een rond brilletje op zijn neus, als Don Quichot, met slechts een paar geschreven regels als wapen, vol mededogen aanviel op de ijzeren regelmaat, de eindeloze verveling.

Thuis, op mijn kamertje, las ik zijn gedichten. Daarna wist ik waarom een winterpeen lelijk is, waarom lege kooitjes de mooiste kooitjes zijn, waarom elastiekjes en schaartjes op elkaar kunnen lijken en waarom minigolf een uitstekende training is voor een dichter.

Een van de gedichten ben ik mijn hele leven blijven herlezen. Het heet Luchtverkeer. Tijdens een voetbalwedstrijd zweeft opeens een enorme zeppelin boven het veld. Alles komt tot stilstand. De jongens voetballen niet, maar kijken naar boven. Cees Buddingh' schrijft over de stilte die dan valt. En hoe daarna alles weer doorgaat. Alsof er niets is gebeurd.

Nog steeds als ik het gedicht lees, voel ik mijn keel. Het staat er zo duidelijk. Dat wanhopige geleef van ons, met bewegingen erbij en gelach, steeds maar vooruit, al weten we niet waar naartoe, en hoe dat alleen even tot stilstand komt als we iets zien wat we niet begrijpen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.