Cecilia, bravissima!

La Bartoli heeft Norma op de sopranen heroverd. De luisteraar rest niets anders dan te capituleren.

Klassiek


Vincenzo Bellini: Norma. Cecilia Bartoli (mezzosopraan), Sumi Jo (sopraan), John Osborne (tenor) e.a., La Scintilla o.l.v. Giovanni Antonini


Decca


Haal een streep door Maria Callas. Vertel Cristina Deutekom dat ze al die tijd verkeerd zat. En zeg tegen Eva-Maria Westbroek dat ze haar formidabele sopraan in het vervolg reserveert voor een andere rol.


Want Norma, de heldin die haar naam schonk aan Bellini's befaamde opera, de Gallische priesteres die worstelt met haar ambt, de liefde en de Romeinen, de vrouw wier hartstocht generaties sopranen heeft aangejaagd - Norma is niet langer van de sopranen.


Dat beweert tenminste 's werelds beroemdste mezzosopraan, Cecilia Bartoli. In de toelichting bij haar nieuwe cd, vanaf vrijdag in de winkel, wijst ze fijntjes op de eerste titelrolvertolksters. Bij de première in 1831 was dat Giuditta Pasta; iets later kwam Maria Malibran. Bartoli vlooide het repertoire van deze dames door, en wat bleek? Op de notenbalk liggen hun rollen voornamelijk onder sopraanniveau, in het bereik van de hedendaagse mezzo.


Drie jaar geleden nam Bartoli in Dortmund de proef op de som. Na een concertante Norma, begeleid door historische instrumenten, baadde de Italiaanse een kwartier in applaus. Bellini's vocaal-emotionele roetsjbaan leverde haar bovendien de zegen op van de muziekpers. Het belcanto van Bartoli maakt elke zielstrilling hoorbaar, schreef de Frankfurter Allgemeine. Een nieuw Norma-tijdperk breekt aan, noteerde Ruhr-Nachrichten.


Zelfs al was dat niet het geval, dan vormt Bartoli's project toch de markante verdienste van een eigenwijs mens. Noem haar de moeder Teresa van de klassieke muziek: al jaren ontfermt ze zich over vergeten musici en verguisde componisten. Nu herovert ze Norma op de sopranen; eerder beklom ze de barricaden voor haar ondergewaardeerde vakzuster Maria Malibran. Zelfs naar de uitgestorven stem van de castraat ging Bartoli graven.


Het zijn steevast expedities die uitmonden in een smeuïg verhaal. Met fonkelende ogen doet de zangeres het uit de doeken. Ik dook in de archieven en kijk eens wat ik vond! Onbekende Vivaldi. Meesterwerkjes van Salieri. Aria's waarop de banvloek rustte van het Vaticaan.


Overigens gaat de roddel dat de mezzo het stofhappen vooral overlaat aan musicologen. Het doet niets af aan de heisa die losbarst rond elke nieuwe Bartoli. Journalisten drommen af op een tête-à-tête met de diva. Of ze trekt zelf eropuit, zoals de keer dat ze met een tot museum vertimmerde truck door Europa toerde. Altijd weer een verrassing: voor haar vorige cd, rond de geheimzinnige componist-diplomaat-spion Agostino Steffani, sloeg ze de handen ineen met de populaire thrillerschrijfster Donna Leon. En krijgt een marketinggenie de ingeving dat ze met een kale kop op de cover moet? Cecilia Bartoli geneert zich niet.


Allemaal windhandel, menen sceptici. Beroepsluisteraars plaatsen al jaren kanttekeningen bij haar compacte, kelige geluid, dat in het ergste geval zou ontaarden in gemekker. En toegegeven, het vernieuwende van menig Bartoliproject vindt z'n bron niet zelden in de pr-machine van haar platenmaatschappij Decca.


Zo zou Norma een 'revolutionaire terugkeer' betekenen naar de wortels. Maar eerlijk is eerlijk: de revolutie van een authentieke Norma heeft barokdirigent Fabio Biondi al in 2001 ontketend. En leverden wetenschappers aan Bartoli een new critical edition van de partituur, met een aangepast terzet en gewijzigde tempo's en instrumentaties? Het was ze geraden. De kladversies en gumsessies van Bellini zijn berucht.


Toch roepen we brava! wanneer La Bartoli opmerkt dat de hedendaagse operapraktijk Bellini's klankwereld perverteert met gillend geluid, buitensporig volume, snikkende noten en een vibrato zonder end. En bravissima!, Cecilia, dat je Norma terugpikt van de sopranen. Wat een malligheid ook, het korset waarin stemboekhouders haar plegen te steken, streng trekkend aan veters als 'jugendlich-dramatische sopraan' en 'dramatische coloratuursopraan'.


Haal er de historische instrumenten van het ensemble La Scintilla bij, en zo'n opera klinkt opeens stukken losser. Dirigent Giovanni Antonini zoomt in op prachtige details, zoals schemerende darmsnaren en een fluit zo zacht als mos. Zelfs aan orkestexplosies ontbreekt het beton waarop de eigentijdse keel zich stuk zingt.


Het bevordert de finesse bij Norma's minnaar Pollione (tenor John Osborne) en haar jeugdige rivale Adalgisa (sopraan Sumi Jo). Al vertonen die twee, voor zo'n revolutionaire terugkeer naar de wortels, nog aardig wat gewoonten van de verfoeide operapraktijk, zoals een aangesnoerde heldenstem en geautomatiseerd vibrato.


En Bartoli blijft natuurlijk Bartoli, ten goede en ten kwade. Op haar best laat ze tonen ketsen als vuurstenen. In de smeekaria Casta diva gloeien ze zelfs intens. Ergerniswekkend zijn dan weer Bartolimaniertjes als een cirkelzagende 'rrrrrr'.


Maar toch, wie de exuberante artieste dit pinksterweekeinde of komende zomer op het Salzburgse operatoneel live in de huid ziet kruipen van de fenomenale Norma, rest vermoedelijk slechts één ding: totale capitulatie.


Cecilia Bartoli heeft zich ontpopt tot de moeder Teresa van de klassieke muziek. Eerder ontfermde ze zich over vergeten musici en verguisde componisten, nu redt ze Norma.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden