CDA worstelt al sinds de oprichting met moslims

Nog maar een decennium terug vormden moslims de gedroomde electorale groeimarkt voor het CDA. Inmiddels lopen ze massaal weg.

Van onze verslaggever Ron Meerhof

Het CDA vindt moslims niet meer belangrijk, moppert Alaattin Erdal, voormalig raadslid in Rotterdam. ‘In 1998 haalde het CDA 55 procent van de Turkse stemmen in Rotterdam. Bij mijn vertrek in 2006 was dat 3 procent. Het kan het CDA niks schelen.’

Erdal, zelf van Turkse afkomst, zegt dat meer partijgenoten met een moslimachtergrond teleurgesteld zijn in het CDA. ‘Ze ronselen in de grote steden tegenwoordig liever in de migrantenkerken. Die zijn tenminste christelijk.’

De analyse van CDA-senator Hillen, die zich zaterdag in de Volkskrant content toonde met de apathie van zijn partij in het integratiedebat, wordt niet door alle christen-democraten gedeeld. Veel CDA’ers vinden het onderwerp ongemakkelijk, al drie decennia lang.

Piet Bukman, de eerste partijvoorzitter van het CDA, kreeg in de jaren tachtig de vraag of moslims wel lid konden worden. ‘Dat raakte me’, zegt Bukman nu. ‘Alsof partijen leden balloteren, in plaats van omgekeerd. We zijn een politieke partij, geen golfclub!’

Bukman ijverde voor meer moslims in de partij. Nu het gelukt was ARP, CHU en KVP te laten samengaan, dan kon dit toch de volgende stap zijn? ‘Die fusie was mogelijk geworden door een sfeer waarin we elkaar niet de maat namen. Die koers wilden we doorzetten. Dus speurden we naar allochtoon talent, óók moslims.’

Coskun Cörüz, de enige moslim in de huidige CDA-Kamerfractie, werd rond 1990 binnengehaald in het CDA. Ook hij ondervond de scepsis aan den lijve. ‘Stond ik in een Fries dorp, werd me verweten dat ik een valse godsdienst had. Werd ik niet vrolijk van.’

In de loop van de jaren negentig werd de partij steeds multicultureler. Er kwam discussie of de ‘C’ in CDA niet beter voor ‘confessioneel’ kon komen te staan. Konden mooi ook alle kiezers van andere gezindten aanschuiven.

Hoogtepunt in die ontwikkeling was het voorzitterschap van Marnix van Rij. Die richtte zelfs een Centrum voor Politiek, Religie en Zingeving op en begon een ‘interreligieuze dialoog’.

‘Na een halve eeuw secularisering kregen we in Europa te maken met miljoenen moslims voor wie het geloof in het publieke domein hoorde’, aldus van Rij. ‘Ik zei: Betrek ze, benadruk niet de angst-factor.’

Het CDA had ‘ontzettend veel moeite’ met de islam. ‘Maar het lukte wel. In 1998 hadden we een grote aanhang, in de grote steden in de Randstad, maar ook in veel middelgrote steden als Groningen, Deventer, Arnhem. De zalen zaten stampvol. Dat had alles te maken met ons beleid’, zegt Van Rij. ‘Maar op al die plaatsen is het CDA veel positie verloren. Nu zijn we volstrekt gemarginaliseerd.’

De grote ommekeer was 11 september 2001. ‘De dag ervoor zat ik nog op televisie een pleidooi te houden om moslims meer bij de politiek te betrekken. Twee weken later was het crisis in het CDA. Ik trad af, De Hoop Scheffer vertrok als partijleider.’

Vier maanden later verklaarde de kersverse CDA-leider Balkenende: ‘Voor mij is de multiculturele samenleving niet iets om naar te streven.’ Van Rij: ‘In de strijd met Fortuyn koos het CDA voor een niet te scherp profiel. Balkenende schoof op richting Fortuyn. In Balkenende II, met Verdonk, raakte alles gepolariseerd.’

‘Na de moord op Van Gogh in 2004, nadat islamitische scholen in brand waren gestoken, zei Balkenende voor het eerst dat het zo niet verder kon. Er moesten bruggen worden geslagen. Toen herkende ik op dat punt weer de christen-democraat in hem.’

Het enthousiasme uit de jaren negentig is nooit teruggekomen. ‘Dat is maar goed ook’, zegt voorzitter Jeroen van Velzen van jongerenafdeling CDJA. ‘Het integratievraagstuk is moeilijk. Ik heb me verbaasd hoe gemakkelijk het CDA daar in de jaren negentig over dacht. De islam is toch wezenlijk anders dan protestantisme of katholicisme.’

Kamerlid Cörüz heeft niet het gevoel dat moslims minder welkom zijn. Wel is volgens hem bij alle betrokkenen meer nuchterheid binnen geslopen. ‘Destijds zaten alle partijen achter die paar veelbelovende allochtonen aan. Nu krijg je als allochtone kandidaat niet meer automatisch applaus, je moet eerst de punten slijpen. Lijkt me heel goed.’

Het gewezen raadslid Erdal denkt er anders over. ‘Die fractie is bang voor de kiezers en daarom distantiëren ze zich van moslims. Die hebben ze, vooral in de grote steden, van zich vervreemd.’

Dat brengt nog een bijkomend risico mee, zegt Van Rij. ‘Het CDA heeft vers talent nodig, liefst wethouders uit de grote steden. Maar daar zitten we nauwelijks nog in colleges. Dus wie stroomt door, waar is nou dat nieuwe talent voor 2011? Ik zie ze nauwelijks.’

(ANP) Beeld
(ANP)

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden