CDA weer partij voor verandering

Het CDA-programma onttrok zich aan het links-rechts sjabloon en kreeg weinig aandacht. Na de nederlaag is er geen reden tot verandering van strategie en betekent het bestaan van zwevende kiezers niet dat er behoefte is aan zwevende programma's, meent Ernst Hirsch Ballin....

WAT is er aan de hand nu het CDA bij de verkiezingen van vorige week niet als de grootste of een na grootste, maar als de derde partij in de Tweede Kamer kwam? Ingrijpende gebeurtenissen worden vrij snel uitgelegd als keerpunten in de geschiedenis van de wereld, een land of een organisatie. De oliecrisis van 1973 is destijds aangezien voor het einde van de groei-economie. Toen de Berlijnse Muur viel, meenden velen dat het definitieve einde van ondemocratische staten was gekomen.

En om ook een voorbeeld te noemen uit de Nederlandse politieke geschiedenis: toen D66 terugging van 17 zetels bij de Tweede-Kamerverkiezingen van 1981 naar zes zetels in 1982, dienden doodgravers zich reeds aan.

Het zou even voorbarig zijn, grote betekenis toe te kennen aan een verkiezingsuitslag waarvan velen het gevoel hebben dat ze voor het CDA onder iets andere omstandigheden florissanter had kunnen zijn. Daarvoor is de positie van traditionele politieke partijen juist veel te onvast geworden, niet alleen in Nederland, maar ook in de landen om ons heen.

Uit alle analyses blijkt dat een veel kleiner deel van de kiezers dan vroeger zich op de lange termijn identificeert met het gedachtegoed van een bepaalde partij. Een vrij groot deel van de bevolking ervaart verkiezingen kennelijk als een gelegenheid al dan niet zijn vertrouwen uit te spreken in personen die politieke verantwoordelijkheid aanvaarden.

Mijn overwegingen over de positie van het CDA zijn dan ook geen verklaring van het feit dat het CDA vijf zetels heeft verloren. Daarvoor is nog uitgebreid kiezersonderzoek nodig. Evenmin is het mijn bedoeling voorspellingen te doen. Maar wat nu wél kan en moet worden gedaan, is de vraag aan de orde stellen waar het CDA staat en welke perspectieven dat biedt.

Toen het CDA voor het eerst in zijn geschiedenis niet met regeringsverantwoordelijkheid werd belast, is het begonnen aan een grondig proces van partijvernieuwing. Zo'n proces heeft een interne en een externe dimensie. Intern ging het om een strategische heroriëntatie (Nieuwe wegen, vaste waarden), uitgewerkt in het verkiezingsprogramma Samenleven doe je niet alleen.

Extern gaat het erom kiezers te bereiken die de idealen van het CDA delen, maar als gevolg van beeldvorming uit het verleden of misvattingen over het karakter van de partij toch niet hun stem aan deze partij geven. De schakel tussen de interne en de externe dimensie van deze partijvernieuwing zijn de personen die het gezicht en gezag van de partij bepalen.

Jaap de Hoop Scheffer heeft in de partij brede steun omdat hij terzake, met humor en in goede stijl het christen-democratische gedachtegoed uitdraagt. Hierbij was echter een aanzienlijk nadeel dat hij in vergelijking met de andere lijsttrekkers maar een heel korte periode had om in deze nieuwe rol een nieuw type programma uit te dragen.

Om verschillende redenen maakt het uit dat het CDA aan de verkiezingen moest deelnemen terwijl het proces van partijvernieuwing nog gaande is. Het was al jaren duidelijk dat het CDA veel minder dan vroeger op ondersteuning door een stabiele aanhang kan rekenen, maar per keer de steun van de kiezers moet verwerven.

Nu hoeft in een democratie niet iedereen aan de verkiezingen deel te nemen om het beleid te veranderen. Het kan ook zijn dat mensen zich juist goed voelen bij het gevoerde regeringsbeleid en aan bestendiging steun willen geven - een soort stem voor het algemeen belang. In de Nederlandse politiek komt dit verlangen naar bestendiging vooral tot uitdrukking in de waardering voor vertrouwde politieke persoonlijkheden.

Tussen de partijen werkt dit als een soort electorale wisselbeker. De leider van een politieke partij weet zich tegelijkertijd als een leidende figuur in de politiek als geheel. In de jaren '30 vervulde Colijn zo'n rol, in de jaren '50 Willem Drees, en van 1982 tot 1994 Ruud Lubbers. Tegen veler verwachting in heeft Wim Kok een soortgelijke positie weten op te bouwen.

De partij van degene die op deze manier naar voren treedt, legt dit meestal geen windeieren. De PvdA werd in de talloze malen uitgezonden radiospots, die eindigden met 'kies Kok', in het geheel niet genoemd, maar dat betekent niet dat er nu 45 Kokken in de Kamer zijn gekozen.

Na lange tijd gaat het CDA er niet meer van uit dat zijn politiek leider als vanzelf een spilfunctie in de Nederlandse politiek zal vervullen. Daaraan consequenties te verbinden, is een belangrijk kenmerk van de hervorming die zich in het CDA voltrekt. De christen-democratische politieke beweging manifesteert zich daardoor - net als in haar beginjaren rond 1890 - weer als een beweging voor verandering.

Niet echter een verandering van bovenaf, waarbij de staat ingrijpt, maar van binnenuit. Noch de hand van een sterke overheid, noch de 'onzichtbare hand' van de markt leidt tot de gewenste verandering in de samenleving, maar een scherpere aandacht voor mensen en hun leefsituaties.

Er zijn legio voorbeelden te geven van de positieve krachten die in de samenleving kunnen loskomen: de wederzijdse steun in een wijk of buurt, eigen initiatieven voor scholen, waardering voor mensen om wat ze kunnen, al kunnen ze niet alles. Helaas past dit slecht in politieke sjablonen. De gebruikelijke politieke discussie gaat over algemene beleidslijnen, soms in minieme nuances, maar niet over concrete projecten die de kwaliteit van de relaties tussen mensen bepalen. Een discussie over een spoortunnel krijgt meer aandacht dan de mogelijkheden om met gerichte begeleiding jeugdige drop-outs op het rechte spoor te brengen.

Het programma van het CDA ging dan ook uit van een andere politieke vraagstelling dan de gebruikelijke. De vraag is niet wat de overheid moet doen en wat aan de markt kan worden overgelaten, maar hoe een veelvormige samenleving kan functioneren. Het programma stond in de sleutel van een reële respons op maatschappelijke problemen.

Opheffen van de wachtlijsten in de gezondheidszorg en politiezorg van hoge kwaliteit verdienen - ook volgens de meeste kiezers - een hogere prioriteit dan een algemene lastenverlichting. Redenerend in de gedachtengang 'overheid of markt' werd van deze benadering een karikatuur gemaakt als 'te links'.

Helaas werd daarbij voorbijgaan aan de solide financiële grondslag van het programma (geen 'inverdieneffecten' meerekenen, zoals trouwens het CPB vroeger als eis stelde) en aan de keuze om naast lastenverlichting bij meer dan 2 procent groei ook het financieringstekort extra terug te dringen.

Dat het CDA-programma deze eigenwijze invalshoek had, kwam blijkbaar niet ten goede aan de aandacht in debatten die het simpele links/rechts-schema volgden. Bovendien laten discussies over politieke personages en hun ambities voor politieke ambten zich nu eenmaal beter in beeld brengen dan discussies over denkrichtingen.

Op het laatst leek de discussie er alleen nog maar over te gaan wie de beste manier heeft om zichzelf over het voetlicht te brengen. Te vrezen valt dat de toch al wijd verbreide achterdocht over de motieven van politici nog eens extra wordt gevoed, als de pr-deskundigen de ultieme evaluatie van de lijsttrekkers geven.

Er is nog één ander opzicht waarin het CDA-programma moeilijk is in te passen in de politieke discussie van alle dag. Die discussie concentreert zich op de problemen die nu zichtbaar zijn. Verondersteld wordt dat daarvoor beslissend is wat politici kort te voren hebben gedaan of in de nabije toekomst gaan doen.

Maar of het nu gaat om belangrijke wetgeving, vermindering van het financieringstekort, beperking van de milieuschade, of bouw van voldoende justitiële inrichtingen - het komt aan op consequent lange-termijn-beleid. De resultaten - positief en negatief - daarvan blijken vaak pas lang na het einde van een kabinetsperiode.

Kiezers lijken echter in een cultuur van politiek zappen geen lange-termijn-bindingen met een partij meer te willen aangaan. Een economische situatie die onmiddellijke consumptie van welvaart mogelijk maakt, werkt daarvoor ook niet bevorderlijk.

Een belangrijke taak bij de hervorming van het CDA tot een op de toekomst gerichte beweging is dan ook, de tijdshorizon voor politieke idealen te verruimen. Dat vergt een ander type communicatie, op een manier die levenssituaties van mensen in beeld brengt. Sommige ideële doel-organisaties (van Mensen in Nood tot de Stichting Basisagenda) geven daarvan goede voorbeelden. Een publicatie als 'Fixing Broken Windows' laat zien dat ook de maatschappelijke vragen rond rechtshandhaving wel degelijk aanschouwelijk kunnen worden gemaakt.

Waar dit proces qua kiezerssteun toe leidt, zal moeten blijken. Er is in elk geval geen reden om aan te nemen dat ondanks dit proces de electorale steun alleen maar kan teruglopen. Het CDA heeft gekozen voor een 'diepte-investering' die maar weinig gehoor kreeg in het up-hill fight tegen aan elkaar gehechte coalitiepartners.

Dat is geen reden om van strategie te veranderen. Dat er veel zwevende kiezers zijn betekent niet dat zij van zwevende partijprogramma's zullen houden. Eerder zou ik de veronderstelling willen wagen dat een partij die de moed heeft zich grondig op de eigen identiteit te bezinnen, op den duur een voorsprong zal blijken te hebben.

Ernst Hirsch Ballin is lid van de CDA-fractie in de Eerste Kamer en hoogleraar aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Katholieke Universiteit Brabant.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden