Catwalk Arnhem

DE MODE-ACADEMIE IN ARNHEM BESTAAT VIJFTIG JAAR, En DUS ORGANISEERT DE STAD HAAR EERSTE MODEBIËNNALE. MAAR WAAR KOOP JE DE KLEREN DIE UIT ARNHEM VOORTKOMEN?...

Laatst organiseerde mode-merk The People Of The Labyrinths een modeshow in Moskou. En de website van het merk rept van een presen-tatie van het People-parfum Luctor et Emergo in een chic warenhuis in Dubai.

Dat is de mondiale schaal waar-op het oer-Arnhemse merk (ontwerpers Hans Demoed en Geert de Rooij, afgestudeerd in 1983) opereert. De kleren van The People Of The Labyrinths hangen in winkels in St. Tropez en skioord Zermatt. Actrice Liz Taylor draagt The People, en er is een ruim bemeten flagshipstore aan de Amsterdamse Van Baerlestraat, een A-locatie voor een modemerk, om de hoek van de P. C. Hooftstraat.

Ook een buitenlands succesverhaal is de carrière van Lucas Ossendrijver. Hij studeerde in 1993 in Arnhem af met een ingetogen mannenmodecollectie. Het leek de nu 35-jarige Ossendrijver 'veel gedoe' een eigen merk op te rich-ten, en dus ging hij in Parijs werken, onder andere bij Kenzo. De afgelopen vier jaar ontwierp hij voor het invloedrijke Dior Homme, en volgende maand begint hij als hoofdontwerper menswear bij Lanvin, een legendarisch en ultra-chic Frans merk waarvan de mannenlijn zo te zien wel een verjongingskuur kan gebruiken.

Ossendrijver hoorde ten tijde van zijn studie in Arnhem bij een groepje van zes ontwerpers dat zich als Le Cri Néerlandais aan de buitenwereld presenteerde. Van hen braken Viktor & Rolf grootschalig door, Saskia van Drimmelen werd redelijk bekend, en Marcel Verheijen werd ontwerper van het Max Havelaar-achtige Nederllandse jeansmerk Kuyichi. Verder op de lijst van goed verkopende oud-Arnhem-studenten: Alexander van Slobbe voor Puma, Hans Ubbink, en Jan Aarntzen, die de showjurken voor Karin Bloemen maakt. Duo Oscar Suleyman ontwierp onlangs een collectie voor confectieketen Miss Etam.

Maar waarschijnlijk is geen ont-werper beter verkrijgbaar dan Wilbert Das. Das studeerde in 1988 af en werkt sinds twaalf jaar bij Diesel, waar hij inmiddels creatief directeur is, alias hoofdontwerper. Diesel mag op papier dan Italiaans zijn, Das heeft van de ontwerpafdeling een tamelijk Nederlands bastion gemaakt.

Vrijdagavond, een week geleden. In de Amsterdamse P. C. Hooft-straat wordt de nieuwe winkel van Diesel feestelijk geopend. Das is er zelf niet bij, want hij is 'ter inspiratie op reis'. Het is er desalniettemin een gezellig trefpunt van Nederlandse modemensen.

Aan de provisorische champagnebar op straat staat Jan Taminiau, een van Hollands aanstormende jonge ontwerpers. Taminiau gruwt van de oubollige titel 'couturier', maar het beschrijft toch wel wat hij doet. Zijn mooie romantisch-barokke jurken maakt hij alleen op bestelling en ze zijn, zoals het couture betaamt, niet goedkoop. Zijn voornaamste bron van inkomsten is nu het maken van bruidsjurken; gemiddeld één per maand.

Taminiau haalde in 2001 zijn di-ploma in Arnhem. 'De meeste van mijn oud-klasgenoten hebben goeie banen gevonden', zegt Taminiau. Hijzelf heeft de 'zware route' gekozen. 'Ik heb me op school nooit afgevraagd hoe ik het best zou kunnen verkopen. Ik vind dat de school een creatief laboratorium moet zijn. En als ik naar de adviezen van docenten had geluisterd, had ik ongetwijfeld gehoord dat mijn dromen idioot en veel te arbeidsintensief waren.'

Ooit moet 'Jan Taminiau' wel een merk worden dat in de winkels hangt. De ontwerper verdiept zich momenteel actief in de geheimen van de massaproductie. 'Het is spotgoedkoop om kleren in Polen of zelfs China te laten maken, maar je moet wel meteen enorme hoeveelheden afnemen', zegt hij. 'Ooit gaat me dat wel lukken.'

Nog een aanstormend ontwerper, met eveneens nog geen kleren in de winkels, is Daryl van Wouw, die goeie funky kleren maakt. Van Wouw studeerde in 2003 af in Arnhem. Hij werkt in Amsterdam maar spreekt vandaag vanuit Parijs, waar hij in het kader van de modepromotiecampagne Dutch Touch aan een tentoonstelling meedeed. 'Veel goeie reacties gehad', zegt hij. 'Ik kijk nu naar de mogelijkheden om te produceren en te verkopen.'

Banken zijn voor de financiering daarvan amper te porren; een terugkerend probleem voor jonge Nederlandse ontwerpers. 'Ik ben nu bezig met privéfinanciers, en ik leen geld van familie', zegt Van Wo u w .

'Ik denk dat er wel iets veranderd is op de Arnhemse academie', zegt Jan Schrijver, ontwerper en een van de oprichters van streetwearlabel G-SUS. 'Toen ik op school zat, leerde je helemaal niets over zakendoen. Geen wonder dat ik na een paar jaar freelancen al met een belastingschuld zat. Ik had nog nooit van BTW gehoord. Ik ben van nature ook helemaal niet zakelijk. Ik glij snel uit over cijfers en kan van een gulden geen riks maken.'

Het is aardig te weten waar Schrijver zit als hij dat zegt: in Wageningen, naast de zwemvijver in de enorme tuin rond zijn villa, met panoramisch uitzicht over de Betuwe. Het nu twaalf jaar oude GSUS is een succes.

Schrijver studeerde tot 1985 in Arnhem. Hij werkte als trendwatcher in Los Angeles, en voor het Parijse bureau van Lidewij Edelkoort, ook een Arnhemse oud-student. Schrijver had een fascinatie voor het kleedgedrag van subculturen; het ontwerpen van een specifiek kledingstuk boeide hem minder. 'Het interesseerde me niet als docenten zeiden dat een kraag groter moest, of het stiksel breder.'

Hij zag om zich heen medestudenten 'waarvan ik het idee had dat ze geen kleren maar kunst wilden ontwerpen; ze leken het bijna jammer te vinden als iemand hun ontwerpen aantrok'. Zo niet Schrijver, die na jarenlang freelancen met twee collega's G-SUS oprichtte, vanuit een winkeltje in Arnhem. 'We wilden graag een winkel als basis hebben, om contact met onze klant te houden.'

Die winkel (Heavens Playground) werd een hangplek voor skaters, en inmiddels heeft G-SUS, naast honderden verkooppunten, ook winkels in Apeldoorn en Amsterdam, in Spanje, en binnenkort ook in Antwerpen. De Arnhemse winkel bestaat ook nog, maar een 'modestad' zou Schrijver Arnhem toch niet willen noemen. 'Niks lijkt er een voet aan de grond te krijgen. Muziek niet, mode niet... Het is een soort niks-stad.'

Misschien kan Judith ter Haar daar iets aan veranderen. Ze is eigenares van de Arnhemse modewinkel Jones, waar ze merken als Yamamoto, Marithé + François Girbaud en The People Of The Labyrinths verkoopt, en ze werpt zich steeds meer op als pleitbezorger van Arnhems ontwerp.

Ze verkoopt sinds een paar jaar de Collectie Arnhem, een jaarlijks terugkerend project van de derde klas van de kunstacademie om een 'commerciële' collectie te maken. 'Dat gaat erg goed', zegt ze.

Tijdens de Modebiënnale, deze maand in Arnhem, richt Ter Haar op het biënnaleterrein een speciale winkel in, met werk van Nederlandse modeontwerpers: unica van Hans Ubbink, de fraaie ontwerpen van de zusjes Spijkers & Spijkers, poppen en tassen van Bas Kosters, de nachtcollectie van Marlies Dekkers, en ook spijkerbroeken van het nieuwe Nederlandse jeansmerk Blue Blood.

Leuk voor de bezoekers van de biënnale, maar Ter Haar ziet de winkel ook als een try-out, want liefst zou ze het hele jaar door een verzamelplek van Nederlandse modeontwerpers zijn. 'Zoiets als de winkel van Walter van Beirendonck in Antwerpen, waar veel jonge Belgische ontwerpers hangen.'

Haar zakelijk instinct zegt dat het mogelijk moet zijn, hoewel Nederland volgens Ter Haar nog steeds geen echt modeland is. 'Maar we gaan de goeie kant op.'

De winkel hoeft niet per definitie in Amsterdam te staan, vindt Ter Haar. 'Hier zou zo'n winkel wel eens extra opvallend en specifiek kunnen zijn. Dan wordt Arnhem misschien toch echt de modehoofdstad van Nederland.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.