Catalanen: vraag ex-Joegoslaven vandaag de dag eens hoeveel 'moois' die eigen staten hun gebracht hebben

Mochten de Catalanen hun felbegeerde eigen staat krijgen, dan is de kans op ontgoocheling groot, waarschuwt Olaf Tempelman, oud-correspondent in het voormalige Joegoslavië.

Beeld Rhonald Blommestijn

Het woord panacee komt van de Griekse godin Panacea. Een van de doosjes waarin zij haar middel slijt heeft 'Eigen Staat' op het etiket staan. Als u eenmaal uw eigen staat bezit, bent u verlost van al uw kwalen, belooft Panacea in de bijsluiter. Mochten Catalanen het genoegen van een eigen staat gaan smaken en daarna toch problemen ervaren, dan heb ik nog een oud adres voor ze van een Kroatische psycholoog. Die behandelde landgenoten die hevig naar een eigen staat hadden verlangd. Helaas, toen ze die eenmaal hadden, vonden ze dat ze voor de gek waren gehouden.

In juli 2002 zat ik in de trein van de Servische hoofdstad Belgrado naar de Kroatische hoofdstad Zagreb. Tot het voorjaar van 1991 duurde die reis een paar uur. Daarna verklaarden Kroatië en Slovenië zich onafhankelijk van de Federale Republiek Joegoslavië, daarna was het oorlog, daarna kon je voor dezelfde reis een dagje uittrekken. Het traject werd nu behalve door flink wat kapotgeschoten gebouwen ook onderbroken door een grens waar de trein ettelijke uren stilstond. Ten minste vijf geüniformeerde kerels kwamen langs om in paspoorten te gluren en te stempelen. Servische en Kroatische passagiers ergerden zich daar in ongeveer gelijke mate aan: de meesten hadden familie 'aan de verkeerde kant' van de nieuwe grens, ooit was familiebezoek een fluitje van een cent geweest.

Ik was onderhand gewend aan het wachten bij grenzen die nog niet bestonden toen ik hier voor het eerst in de trein zat als scholier met een interrailkaart. Destijds heette het hier Joegoslavië. In 2002 was ik correspondent in 'het voormalige Joegoslavië' en eenmalig blij dat de reis niet opschoot. Ik deelde namelijk een coupé met een Kroatische psycholoog. Als de trein niet zo lang had stilgestaan, had die mij nooit verteld over een categorie patiënten van wie ik het bestaan niet kende, namelijk mensen die kampen met 'de psychische kater' van onafhankelijkheidsstreven. Het idee van een eigen staat had hen jarenlang in vuur en vlam gezet. Al die tijd hadden ze geanticipeerd op een mooier en beter leven, dat nooit was aangebroken. Dat ze niet rijker maar armer waren geworden, konden ze nog wel accepteren. Erger was dat ze kampten met een gevoel dat ze noch van zichzelf, noch van het Kroatische regime mochten hebben, namelijk een verlangen naar het oude Joegoslavië.

Er is weinig wat mensen zo kan begeesteren als de strijd voor een eigen staat en weinig wat ze daarna zo kan teleurstellen, leerde ik van deze hulpverlener. De Kroatische nationalistische leider Franjo Tudjman hanteerde na de onafhankelijkheid jarenlang de slogan 'We hebben Kroatië!' In andere woorden: het allerbelangrijkste is bereikt, alle moeilijkheden die u nog ervaart zijn bijzaken. De psycholoog in de trein vatte het probleem van zijn patiënten samen als: 'We hebben Kroatië - en dan?'

Psychologen in Catalonië, Schotland, Wales, Zuid-Tirol en Baskenland kunnen nu al een nuttige vraag stellen om inwoners voor het lot van deze Kroaten te behoeden: 'Wat verwacht u precies als u straks die eigen staat hebt?'

Laten we de strijd voor een eigen staat niet verwarren met de strijd tégen repressieve regimes en bezettingsmachten. De Baltische staten verklaarden zich in 1991 onafhankelijk na een halve eeuw te zijn ingelijfd door de Sovjet-Unie. In dezelfde tijd zagen Slovenen, Kroaten, Bosniakken en Kosovaren zich in de Socialistische Federale Republiek Joegoslavië geconfronteerd met agressief Servisch centralisme uit de koker van de nieuwe 'sterke man' Slobodan Milosevic. Aanvankelijk protesteerden ze daartegen zonder onafhankelijkheid te eisen. Maar in een mum van tijd werden de protesten overgenomen door nationalistische hardliners. Begin 1990 vormden zij nog schimmige gezelschapjes in achterafzaaltjes, anderhalf jaar later leidden ze massabewegingen. Geen groter geschenk voor afscheidingsbewegingen dan een onbehouwen centralistisch regime. Gebruikt zo'n regime geweld, dan is er al snel geen weg meer terug. Als er binnenkort Spaanse tanks door de straten van Barcelona rollen, kun je er donder op zeggen dat een onafhankelijk Catalonië nabij is.

De Spaanse premier Rajoy kan van wijlen Milosevic leren dat als je wilt voorkómen dat je land uit elkaar valt, je je handen en je tanks thuis moeten houden en subtiel en terughoudend moet opereren. Catalanen kunnen van inwoners van voormalige Joegoslavische deelrepublieken leren dat het visioen van een eigen staat dermate krachtig kan zijn dat het al je rationele vermogens kan tenietdoen, en dat je dat later kunt betreuren. Vraag ex-Joegoslaven vandaag de dag maar eens hoeveel moois die eigen staten hun gebracht hebben.

Het is een goede tijd om dat te doen. Tegenwoordig praat men in voormalig Joegoslavië veel opener over de keerzijde van wat jarenlang 'heilig' en 'boven elke discussie' was verheven, namelijk de eigen staten. In de nasleep van de oorlogen van de jaren negentig trok slechts een handjevol schrijvers en zonderlingen de historische noodzaak van die eigen staten in twijfel. Op straat werden zij uitgescholden voor verraders. Ook als de zon scheen moesten ze regenjassen aan. De Kroatische filosoof Zarko Puhovski had de klodders speeksel nog op zijn jas zitten toen hij midden jaren negentig 'vanwege de mensen op straat' te laat op onze afspraak arriveerde. Kroatië en andere oude Joegoslavische republieken waren in die tijd volop in de greep van wat de 'nationalistische consensus' heette. We hebben Kroatië, wees geen verrader!

Tien jaar later was de stemming al anders. In 2006 was ik te gast bij de familie van de Kroatische student Darko, woonachtig in een flat uit Joegoslavische tijden in een buitenwijk van Zagreb. Darko's ouders waren kinderen van het oude Joegoslavië. Ze hadden het uiteenvallen aanvankelijk met lede ogen aangezien. Maar toen Milosevic tanks van het Joegoslavische leger naar Kroatië stuurde, waren ook zij voorstanders van onafhankelijkheid geworden. In de jaren 1990-1991 raakten veel aanvankelijk gematigde Kroaten in een mum van tijd overtuigd van de noodzaak van een eigen staat. In dat proces kregen mensen die aanvankelijk bezwaren hadden gehad tegen Servisch centralisme 'visioenen van een beter leven'. Marx vond godsdienst 'opium van het volk', nationalisme is een soort cocaïne. Van een eigen staat gaat een belofte uit die zich lastig laat omschrijven, maar die buitengewoon krachtig is. Darko's vader noemde het 'voetbal in het kwadraat'. Je speelt de WK-finale tegen de staat waarvan je je wilt afscheiden. Als je die wint, wacht je geen wereldbeker, maar iets groters.

Beeld Rhonald Blommestijn

Ik luisterde in 2006 verrast naar hem. Aan de eettafel van deze gewone Kroatische familie hoorde ik dingen die tien jaar daarvoor alleen werden gezegd door Zarko Puhovski of de gevluchte auteur Dubravka Ugresic: Joegoslavië had niet uit elkaar hoeven vallen, Kroatische nationalisten van laag allooi trokken profijt van Milosevic' schurkenstreken om hun persoonlijke agenda te realiseren. Weer tien jaar later was de sfeer helemaal veranderd. Als je tegenwoordig in Kroatië of Slovenië nog mensen wilt vinden met fanatieke nationalistische standpunten, kom je terecht in hetzelfde soort schimmige zaaltjes waar de nationalistische hardliners in 1990 vertoefden, voordat ze de massa achter zich kregen.

Er zijn twee generaties opgegroeid die het oude Joegoslavië niet meer hebben meegemaakt. Van menig oudere kun je vandaag de dag horen dat ze betreuren dat Milosevic hun met zijn tanks geen keuze liet: ze konden niet anders dan vertrekken uit een federale staat die door een centralistisch regime kapot werd gemaakt.

Onder zulk centralisme lijdt Catalonië geenszins, hoe graag Catalaanse nationalisten die suggestie ook wekken en Rajoy met Milosevic vergelijken. Net als Kroatische en Sloveense collega's van dertig jaar terug beloven ze Catalonië te bevrijden uit de klauwen van het centrale gezag. Ze beloven ook rijkdom, want geld dat in Catalonië wordt verdiend zal na de onafhankelijkheid niet meer worden opgeslurpt door het arme, corrupte Spaanse zuiden. Exact hetzelfde beloofden nationalisten in Slovenië en Kroatië, destijds de noordelijkste en rijkste Joegoslavische deelrepublieken. Als we onafhankelijk worden, hoeven we niet meer op te draaien voor de zuidelijke armoedzaaiers en is al ons geld voor ons.

Catalaanse kiezers die gevoelig zijn voor 'het financiële argument' kunnen in de oude Joegoslavische noordpunt ontnuchterende statistieken opvragen. Van onafhankelijkheid wordt een regio in eerste instantie vooral armer, zelfs als die zich in de meest rimpelloze omstandigheden voltrekt. Zulke rimpelloze afscheidingen zijn zeldzaam. In Joegoslavië kwam het tot oorlogen in Kroatië, Bosnië en Kosovo, waar aanzienlijke groepen Serviërs woonden.

In Slovenië, de noordelijkste en rijkste deelrepubliek, woonden nauwelijks Serviërs en bleef bloedvergieten uit. Good fences make good neighbours, was een kreet die in die jaren vaak van stal werd gehaald. Maar het was uitgerekend in het rijke Slovenië dat ik voor het eerst een variatie daarop hoorde: good fences make poor neighbors. Wat een rijke regio na afscheiding wint doordat ze niet meer hoeft te betalen voor armere regio's, verliest ze ruimschoots door kostbaar oponthoud bij nieuwe grenzen, importheffingen, nieuwe bureaucratische formaliteiten, het verdwijnen van afzetmarkten en wat al niet meer.

Ironisch genoeg begon de Sloveense economie weer aan te trekken toen de oorlogen in andere Joegoslavische republieken voorbij waren, grenscontroles werden versoepeld en oude klanten terugkwamen. Uit de mond van een filiaalhouder van de Sloveense winkelketen Mercator tekende ik de uitspraak op: 'We worden weer rijk, maar we weten niet hoeveel rijker we hadden kunnen zijn.'

Het enige goede aan het uiteenvallen van Joegoslavië was dat er zo'n afschrikkende werking van uitging dat het separatisten in Spanje en Italië de wind uit de zeilen nam, kon je in de jaren negentig regelmatig horen. Twintig jaar later heeft de vergetelheid alweer volop haar werk gedaan. Qua regionale verschillen, noord-zuid-tegenstellingen en separatistische clubjes doen Spanje en Italië nauwelijks onder voor het oude Joegoslavië. Ze onderscheiden zich slechts door iets anders: Joegoslavië was een socialistische federale republiek. Spanje en Italië zijn, hoe onvolkomen vaak ook, democratieën en rechtsstaten. Autonome regio's beschikken er over vergaande vrijheden. In zulke omstandigheden is het voor nationalistische partijen niet makkelijk grote groepen kiezers achter zich te krijgen - zolang de centrale autoriteiten afzien van geweld.

Het visioen van een eigen staat is een machtig wapen in handen van doortrapte regionale politici met een persoonlijke agenda, maar dit visioen appelleert slechts aan een minderheid van de kiezers zolang die zich niet bedreigd en onderdrukt voelen door het staatsverband waarvan hun regio deel uitmaakt. Uit de recente Europese geschiedenis leren we dat gebruik van geweld zo'n minderheid in een mum van tijd in een meerderheid verandert. Als de Britse autoriteiten Schotland onafhankelijk willen maken, moeten ze bij het eerstvolgende referendum een grote politiemacht naar Edinburgh sturen.

Beeld Rhonald Blommestijn

Het lijdt geen twijfel dat de Spaanse autoriteiten afgelopen zondag in Catalonië een ernstige fout hebben gemaakt. Fluwelen handschoenen, terughoudendheid, concessies en tegemoetkomingen zijn niet alleen in het belang van veruit de meeste inwoners van Spanje, maar ook in dat van veruit de meeste inwoners van Catalonië. Sommige situaties kennen louter winnaars, in een land dat uit elkaar valt wonen vooral verliezers, aan beide kanten van de nieuwe grens. Winnen doet een handjevol nationalistische politici.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden