Castro's revolutie heeft een nieuwe held

HET EINDE van Eliáns odyssee komt in zicht. Maar of het zesjarige mannetje nu bij zijn familie in Miami blijft of bij zijn vader, stiefmoeder en stiefbroertje in Cuba gaat wonen, de trauma's zullen nog lang in het hoofd van het bekendste kind ter wereld blijven spoken....

Of terugkeren naar Cuba het beste voor hem is? Het ligt er maar aan hoe je het bekijkt. Tweederde van de Amerikaanse bevolking en het Witte Huis vinden van wel, hoewel Cubaanse kinderen in Cuba weinig perspectief en vrijheid hebben zolang Fidel Castro (72), met zijn perfide Stasi-controleapparaat en indoctrinatie, zijn totalitaire eenpartijstaat handhaaft.

Een van de vele cynische moppen over de uitzichtloosheid in Cuba gaat over kinderen. 'Weet je wat een Cubaantje antwoordt als je hem vraagt wat hij later wil worden? Buitenlander!' En een recent voorbeeld van de indoctrinatie: volgens Fides, het persbureau van het Vaticaan, krijgen schoolkinderen van de juf te horen dat alles wat Elián overkomt de schuld van God is.

Als Elián González Brotons terugkeert naar Cuba, zal hij als een held worden ontvangen. Zijn engelachtige hoofdje staat al op muurschilderingen in Havana afgebeeld met de twee voornaamste helden van de revolutie, José Martí en Ernesto Che Guevara. Vele tienduizenden Cubanen zijn de laatste maanden de straat op gegaan voor Eliáncito, de kleine Elián, zoals de Cubanen hem liefkozend noemen. De opkomst is overal indrukwekkend, niet in de laatste plaats omdat elke demonstrant een T-shirt krijgt. Bovendien weet elke Cubaan dat de Comités voor de Verdediging van de Revolutie iedereen aangeven die weigert zijn anti-imperialistische en revolutionaire plicht te doen.

Op de Cubaanse staatstelevisie en in de partijkranten wordt de nationale gekte verder aangewakkerd. 'Elián moet worden gered uit de klauwen van zijn maffia-ontvoerders in Miami', murmelde Fidel Castro vorige week op de tv. 'Als onze Elián niet wordt bevrijd, zullen wij de Verenigde Staten daarvoor straffen', dreigde hij, alsof hij bereid was zijn MiGs naar Miami te sturen om het kantoor van de grootste ballingenorganisatie te bombarderen.

Castro en de rechtse ballingen in Miami beschouwen Elián als het symbool van de al 41 jaar durende vete tussen Cuba en de VS. De door haat verblinde fanatici in Miami zeggen serieus: 'We zouden toch ook geen joden naar nazi-Duitsland hebben teruggestuurd?'

Wegens de onvrijheid en het gebrek is het geen pretje om in Cuba te wonen, maar een hel is het zeker niet. De gezondheidszorg, huisvesting en onderwijsvoorzieningen zijn sinds de implosie van het Oostblok ernstig verslechterd, maar Cuba is nog niet Dante's Inferno, zoals Nicaragua of Haïti.

Wat staat Elián thuis in Cárdenas, twee uur rijden ten oosten van Havana, te wachten? Onverharde straten en open riolen. Zijn vader woont beter dan de meeste andere inwoners. Hij zit achter een kassa in een groot complex waar buitenlanders studeren. Met andere woorden: hij behoort tot de gegoede middenklasse die toegang heeft tot het dollarcircuit. Elián zal dus minder tekortkomen dan de kinderen die geen vader met dollars hebben. Elián heeft zelfs een eigen kamer, een Mickey Mouse-dekbedovertrek en een Power Ranger op zijn nachtkastje. Als held van de revolutie zal 'het systeem' hem vertroetelen.

Elián kan beter terug naar Cuba, tenzij zijn vader pedofiel is of anderszins niet deugt. Of Juan Miguel het waard is Elián te mogen opvoeden, is niet vast te stellen. Gabriel García Márquez' eenzijdige 'Elián strandde na aankomst in Amerika' (de Volkskrant, 31 maart) leek wel een artikel uit de partijkrant Granma: Eliáns vader is een modelpa, zou moeten blijken uit de ongenuanceerde en oncontroleerbare prietpraat. De staatspropaganda-achtige conclusie dat Elián 'pas echt strandde nadat hij voet op Amerikaanse bodem had gezet' was op niets gebaseerd.

De winnaar van de Nobelprijs voor Literatuur zou zich moeten schamen. Fidel Castro zal blij zijn geweest met het artikel van zijn Colombiaanse vriend, voor wie in Havana altijd de staats-Mercedessen en een luxueuze privé-villa klaarstaan. Fidel legt de weinige bekende buitenlandse vrienden die hij nog heeft in de watten, terwijl hij de elf miljoen Cubanen zelf laat verpauperen.

Toch kan het stakkertje beter terug naar Cuba, ongeacht het politieke geblaat van de zeloten in Miami. Een zoon die zijn moeder heeft zien verdrinken, moet bij zijn bloedeigen vader leven. Als het kan in een vrij, democratisch land. Als het niet anders kan, dan maar in Cuba. Fidel Castro heeft niet het eeuwige leven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.