Carte Blanche

Waarom Tennessee Williams' Tramlijn Begeerte, een schitterend geformuleerd pleidooi voor de verbeelding, een ideaal stuk is om Marcus Azzini's arstistiek-directeurschap van Toneelgroep Oostpool in te luiden. Volgens de regisseur zelf.

'Ik wil geen realisme, ik wil betovering.' In die ene korte frase ligt haar hele wezen besloten. Blanche DuBois, southern belle, verleidster van het eerste uur, actrice pur sang, hoofdpersonage uit A Streetcar Named Desire van Tennessee Williams. Blanche wil de dingen mooier maken dan ze zijn, Blanche wil de verbeelding, Blanche ís de verbeelding. Een mooie jurk is dan onmisbaar. Maria Kraakman rent naar het achtertoneel en rukt een weelderige goudkleurige creatie uit een koffer. Kraakman is Blanche, uit Tramlijn Begeerte bij Toneelgroep Oostpool.


Marcus Azzini zit in de zaal van het Zutphense theater Hanzehof, waar het Arnhemse gezelschap repeteert. Of liever: hij staat energiek aanwijzingen te geven vanachter zijn regietafel. De scène moet een aantal malen over, net zolang tot Blanche de jurk in een vloeiende beweging om het ranke lijf heeft gedrapeerd. De sfeer is opgeruimd, geconcentreerd.


Tramlijn Begeerte is Azzini's eerste regie als artistiek directeur van Oostpool. Eind vorig jaar besloten hij en Erik Whien uit elkaar te gaan; ze hadden er vier jaar op zitten als vaste regisseurs van het gezelschap, onder Rob Klinkenberg als artistiek verantwoordelijke. Na rijp beraad werden ze het eens over de huidige constructie, waarmee er een jaar eerder dan voorzien een eind komt aan de oude.


Nieuwe vertaling

De 'scheiding' is netjes verlopen, 'er is niks gebroken of kapot', zegt Azzini even later in de kleedkamer. Er staan ook gezamenlijke projecten op de rol. En ja, deze Tennessee Williams had hij al eerder gepland natuurlijk; maar omdat ze ook besloten dat hij dit seizoen al meteen als artistiek leider aan de slag ging, komt het nu zo uit dat dit zijn eerste voorstelling in die hoedanigheid wordt.


'Achteraf denk ik: hè, wat een geluk. Het voelt, zoals Maria laatst zei, niet als het eind van een periode maar als een nieuw begin. In plaats van een afscheid. En dat is heel fijn.'


Wie Tennessee Williams zegt, denkt toch al snel: keukentafelnaturalisme. Waar de regies van Azzini vaak iets ongrijpbaars hebben, iets etherisch, beeldends, experimenteels zelfs. Ja, zegt hij peinzend. 'Eens in de zo veel tijd doe ik een repertoirestuk, meestal in samenspraak met de mensen die erin spelen. Hamlet met Sanne den Hartogh, Orlando met Maria - maar inderdaad, iets sprookjes - of droomachtigs hadden ze natuurlijk. Het waren ook bewerkingen van het origineel, de een wat meer dan de ander, maar toch. Bij Tramlijn heb ik gezegd: 'Dit is goed zoals het is. Rob Klinkenberg heeft een nieuwe vertaling gemaakt, toegesneden op de zes spelers. En er is een muzikant, de trompettist.'


In Tramlijn Begeerte komt Blanche DuBois, eigenzinnige dame van goede komaf, langs bij haar zuster Stella. Die verwacht een baby van haar man Stanley, een rouwdouwer die de harde werkelijkheid niet schuwt. Tussen hem en de fantasievolle Blanche komt het in de stomende atmosfeer van een hoogzomers New Orleans tot een harde confrontatie, waarbij meerdere personages kleerscheuren oplopen, en Blanche uiteindelijk zelf het zwaarste slachtoffer blijkt.


'Ik wil geen realisme, ik wil betovering' - voor Azzini is het een kernzin. Williams' stuk uit 1947 is deels geïnspireerd op een levensfase waarin het de auteur niet erg goed ging; als hypergevoelige figuur in een nuchtere omgeving, liet zijn (mentale) gezondheid te wensen over. Azzini: 'Het is zó persoonlijk dat het tijdloos is. Hij schrijft vanuit wat hijzelf meemaakte, hij gebruikt de personages om iets te vertellen over de mens. En niet alleen over de balans tussen man en vrouw, maar over ook de balans tussen realiteit en fantasie.


Kwetsbaarheid

'Blanche zegt: ik maak dingen expres anders. Zoals ik het wil zien, zo creëer ik het, zo geef ik het aan mensen door. Dat doet ze evenzogoed met zichzelf, zij is haar eigen project. Stanley zoekt de hele voorstelling de waarheid. Hij is bezig met rechtvaardigheid, hij voelt zich genaaid, hij wil de feiten. Ze gaan daar allebei te ver in door, trekken elk een lijn en geven geen van beiden op. Er is voor beide iets te zeggen, maar deze mensen kunnen de balans niet vinden.'


'Om die redenen treft het me: de ontmoeting tussen de werkelijkheid en de verbeelding is een voor mij heel belangrijk thema dat telkens in mijn voorstellingen opduikt. In Hamlet, en in Orlando helemaal: het belang van de creativiteit, het belang van kunst, poëzie, muziek. Dat zijn verrijkingen die we niet kunnen missen; de lucht die ons helpt te leven.'


Hij denkt even na, en zegt: 'Williams doet er nog een schepje bovenop, en dat vind ik dan het allermooiste: hij toont de mens op zijn eenzaamst en kwetsbaarst. Wij leven in een tijd waarin dat ver te zoeken is. Je moet sterk zijn, je moet blijven staan, je moet zo veel. Ben je kwetsbaar, word je meteen in een hoek gezet als zwak, laag of gek: hup, pillen erin, label erop, overspannen, burnout. Dit stuk is een pleidooi voor kwetsbaarheid - vanuit het gegeven dat hijzelf een heel fragiel persoontje was.'


'Niemand steekt een helpende hand uit naar Blanche. Ze laten de kaars echt uitgaan. En dat vind ik zo erg. Maar op het moment dat zij ten onder gaat, gaan ze allemaal ten onder. Er is geen winnaar.'


Azzini wilde een nieuwe vertaling. 'Het stuk is zo bekend vanwege z'n emotionele geweld en als je daar niet aan wilt, dan moet je het in de kast laten liggen. Maar het is ook talig, hij schrijft zo mooi! Vaak worden de verschillen tussen de personages op toneel aangegeven in accenten, in Amerika komen ze daarmee weg. Hier kan dat écht niet. Bovendien ligt het verschil ook besloten in hóe ze praten, in hun woordkeuze. Ik las dat in bestaande vertalingen niet terug.'


En hij lacht: er komt wel een keukentafel te staan, ergens. Maar ook in de vormgeving van Theun Mosk is er gezocht naar een balans. 'De verbeelding is er, maar tegelijkertijd ga je het realisme aan. Anders hoef je het stuk echt niet te doen.'


Meerdere collega's kozen recentelijk voor Amerikaanse auteurs. Zo ensceneerde Erik Whien Arthur Millers Van de brug af gezien (in 2010). Hoewel ze elkaar niet direct beïnvloedden in hun keuzes, hebben Whien en Azzini natuurlijk wel gesprekken gevoerd over die auteurs en hun stukken. 'We hebben vier heel mooie jaren gehad. Fantastische tijd', zegt hij. 'Onder Robs leiding konden we groeien en beiden laten zien wie we waren. Maar toen we voor een nieuwe Kunstenplan-aanvraag stonden, en moesten bepalen hoe we samen zouden doorgroeien, kwamen we daar niet uit.'


'We deden alles samen, in evenwicht. Maar op het moment dat de tijd daar is om te praten over je persoonlijke ontwikkeling in het theater, dan moet je in dat proces, in dat nadenken daarover, uit elkaar durven gaan. Enfin, uiteindelijk kwam de zakelijk leider met het voorstel dat ieder een epistel zou schrijven over de eigen wensen en plannen zonder 'aan de ander te denken'. Van een aantal kanten was al gesuggereerd dat het artistiek leiderschap in handen van de regisseur(s) zou komen. En toen is het gebeurd.


'Eigenlijk iets waarvoor Erik de kiem heeft gelegd. Weet je zeker dat jij het niet wilt? Volgens mij kun je dat, zei hij. En ik begon te lachen en die lach heeft iets vrij gemaakt in mijn geest. Ik dacht: ik wil dit. Ik kan dit. Dit is een goed moment in mijn leven. Ik ben veertig, ik heb genoeg ervaring - ik heb genoeg gedaan. Erik heeft op zijn beurt veel nagedacht en gezegd: dan laat ik je los. Hij gunt mij de ruimte en dat vind ik heel nobel.'


Los contract

Inmiddels zijn ze een jaar verder, Suzan Boogaerdt en Bianca van der Schoot - vorig seizoen maakten ze de opzienbarende 'theaterpeepshow' Bimbo - komen per 2013 de boel versterken en ook Joeri Vos (bekend van onder meer Mightysociety8 en Geert Wilders, de Musical) heeft zich als schrijver/regisseur aan het gezelschap verbonden. 'De meiden', zegt Azzini steeds vrolijk als hij het heeft over het mimeduo Boogaerdt/Van der Schoot. 'Ze moeten vooral hun artistieke identiteit behouden en de mogelijkheid hebben die uit te bouwen. Joeri is al een tijdje bezig, heeft al een naam, maar hij is nog jong en wil zich ontwikkelen als schrijver én als regisseur. Wat Rob Klinkenberg voor Erik en mij heeft gedaan, kan ik nu misschien Joeri bieden.'


De acteursploeg zal niet meer vast in dienst zijn. 'Acteurs die hun hele leven bij een gezelschap zitten - dat is naar mijn gevoel voorbij. Ze zijn niet meer van één iemand, maar van zichzelf. Iedereen wil meer dingen proberen. Ik geloof dat acteurs zich moeten verbinden aan de makers en de inhoud. Niet aan een contract. Ik ga heus niet opeens met allemaal andere acteurs werken. Erik ook niet; er staat een coproductie met hem op stapel. Net als met De Warme Winkel waarmee Maria verwantschap heeft en waar nu Erik in hun nieuwste productie Jandergrownd staat.'


'Moeilijk? Nee. De overgang is organisch gegaan. Er is geen breuk maar een verschuiving. Een verdieping misschien. Maar ik heb een energie, joh. Ik mág dit doen! Ik kom helemaal uit Brazilië, uit een dorpje ergens bij Sao Paolo, ik ben in Nederland begonnen met huizen schoonmaken en nu ben ik hier. Ik heb een prachtige zoon en een heel lieve man die mij niet zo lang geleden ten huwelijk vroeg en dan denk ik: een mens krijgt mogelijkheden. Pak ze!'


Tramlijn Begeerte gaat 20 oktober in première in de Schouwburg Arnhem.

Tournee t/m 15 december; oostpool.nl


Waar kunnen we Marcus Azzini van kennen?


Thomas Lanier Williams (1911-1983) werd met name bekend door zijn toneelstukken, maar hij schreef ook romans, gedichten en essays. Zijn eerste grote succes was The Glass Menagerie (Glazen speelgoed, 1945). In dit stuk komt een van zijn hoofdthema's al aan bod: het conflict tussen illusie en realiteit. Met A Streetcar Named Desire (Tramlijn Begeerte, 1947) werd hij een van de belangrijkste naoorlogse Amerikaanse toneelschrijvers. Het werk leverde hem de Pulitzer Prize op en het werd in 1951 verfilmd, met Marlon Brando als Stanley. Ook Cat on a Hot Tin Roof werd verfilmd, met Paul Newman en Elizabeth Taylor in de hoofdrollen. Williams werd meermalen onderscheiden voor zijn werk. De (bij-)naam Tennessee, vanaf 1939 zijn schrijversnaam, zou hij van klasgenoten hebben gekregen vanwege zijn zuidelijke accent.


Hamlet (2010)


Sanne den Hartogh was een alerte Hamlet in een verrassend rijke en tegelijk lichtvoetige Azzini-regie van het stuk van Shakespeare. Met mooi ensemblewerk, waar het speelplezier vanaf spatte, ging het over verbeeldingskracht en, zoals vaak bij Azzini, het acteursvak zelf.


Orlando (2009)


Azzini maakte naam met Orlando, een dartelende, poëtische en originele enscenering, met Maria Kraakman als intrigerend middelpunt. Azzini creëerde evenwicht (en een soepele overgang) tussen de verstilde poëtische stukken en felle, dynamische delen, in een fraaie bewerking van Joeri Vos. Het resultaat was een geschakeerde voorstelling. De rol leverde Kraakman de Theo d'Or op.


Wat het lichaam niet vergeet


(2009)


Azzini's eerste voorstelling bij Oostpool: beeldend, associatief, gemaakt vanuit de fascinatie voor het menselijk lichaam. Fysiek theater, dat verrassend genoeg nergens agressief werd. Het vormde een mooie metafoor voor de kwetsbaarheid van het acteursvak.


Tennessee Williams


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden