Carry van Bruggen was schrijver – joods of niet, vrouw of niet

Uitgevers denken vaak dat noten een wetenschappelijk boek onverteerbaar maken voor de gewone lezer. Maar die noten kun je overslaan, of er af en toe in kijken....

Historicus Madelon de Keizer, onderzoeker bij het NIOD, wilde met De dochter van een gazan géén biografie schrijven, maar een analyse maken van ‘de betekenis van de joodse identiteit in de moderne Nederlandse cultuur van de eerste drie decennia van de twintigste eeuw’. Daarmee wil ze ‘de beperkte Nederlandse context (*) overschrijden’, de aandacht richten op ‘de betekenis van gender in die tijd’ en ‘nieuwe perspectieven openen op de Nederlandse cultuur’. En dat in krap honderd pagina’s. Het werk van Carry van Bruggen is middel tot dat grootse doel.

Als dat werk mondjesmaat aan de orde komt, blijkt Van Bruggen niet zo geschikt als voorbeeld van vrouwelijke joodse intellectueel in haar tijd. Ze was in alles een uitzondering. Als gescheiden moeder verdiende ze de kost met schrijven. Haar eerste boeken speelden in een joods milieu in de provincie, maar op het ‘joodse’ karakter legde zij niet de nadruk. Van zionisme moest ze, in tegenstelling tot haar broer Jacob Israël de Haan, niets hebben. Als het tijdschrift de Joodsche Wachter in 1916 een enquête houdt onder Nederlandse schrijvers over ‘de joden’ in de literatuur, antwoordt ze gekwetst: ‘Wij zien wat we gelooven.’ Eerder had zij laten weten: ‘En zoo het Jodendom niet helemaal buiten mijne kringen van belangstelling is uitgesloten, bekleedt het er althans een secundaire plaats.’

Van Bruggen schreef literatuur: ‘Het meest realistische realisme is geen bloote weergave van gebeurde feiten’, citeert De Keizer. Toch beschouwt ze deze romans als ‘relatief programmatische geschriften’, waarmee Van Bruggen ‘participeerde in het contemporaine debat over de joodse identiteit’ – precies wat de schrijfster niet wilde.

Carry van Bruggen wilde serieus genomen worden als schrijver, joods of niet, vrouw of niet. En uiteindelijk werd zij dat, vooral na haar dood. Haar meesterwerk Prometheus werd bij verschijning in 1919 vrijwel genegeerd. Maar Ter Braak en Du Perron staken haar als enige uit boven de massa kwebbelende dames die ‘met een breipen romans haakten’.

Wie zich ondanks de stugge stijl door het boekje werkt, komt interessant materiaal tegen, zoals de genoemde enquête, waarbij vooroordelen onbeschroomd gespuid werden. Cornelis Veth bijvoorbeeld meende dat joodse schrijvers ‘minder zuiver proeven dan de Ariër- Hollander’

En: de paar citaten uit het werk van Van Bruggen wekken het verlangen om haar te herlezen.

Aleid Truijens

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden