Carringtons pastorale taferelen door film en biografie boven water gekomen Excentriek huishouden, naïeve schilderijen

Carrington, tot en met 10 december in de Londense Barbican Art Gallery...

Jane Hill: The art of Dora Carrington. The Herbert Press, £ 13,99.

Michael Holroyd: Lytton Strachey. Vintage, £ 9,99.

Het is allemaal nogal kneuterig en pittoresk getekend en geschilderd, naïef en oubollig. Op de schilderijen van Dora Carrington, die volgens Germaine Greer 'evenzeer bepaald werden door de geur van verse kweeperen-confituur als door het zonlicht op de muren', prijken vaasjes bloemen, vloeit er een honingzoet beekje onder het molenhuis en schaatst een sierlijke zwaan over het gladde en spiegelende water.

Door het grote succes van Christopher Hampton's film Carrington, over het excentrieke huishouden van de schrijver Lytton Strachey en over de Bloomsbury coterie, is nu ook Carrington's werk weer boven water gekomen. Vele jaren is nauwelijks naar haar oeuvre omgekeken. Michael Holroyd, die de biografie van Strachey schreef waarop de film is gebaseerd, kon enkele jaren geleden nog voor vijftien pond een 'Carrington' kopen. Niemand had belangstelling voor haar werk. Het was door de tijd goeddeels weggespoeld, niet omdat het zo kneuterig was, maar omdat - zegt Greer - 'Carrington een vrouw was'.

In The obstacle race beschrijft Greer 'de wedren met hindernissen' van vrouwelijke schilders als Carrington, 'die als de les achter de rug was, wel eens met hem bij het raam mochten zitten en zijn pijp stoppen'. Bij Greer lijkt zij het slachtoffer van zo'n wedren. Carrington, die kort na de dood van Strachey zelfmoord pleegde, was intellectueel volkomen lamgeslagen door de seks-met-het-hoofd van de Bloomsbury Group, de tergende ménages à trois, de uitputtende en onvoorspelbare affaires, theatrale liefdesverklaringen en het cynische commentaar ten huize van Strachey. Wat overblijft, meent Greer, is slechts een literair monument, de brieven en dagboeken van Carrington, 'waaruit duidelijk spreekt dat zij een grote liefde heeft weten te creëren, maar geen grote schilderijen'.

Haar werk is te zien in misschien wel het lelijkste publieke gebouw van Londen, de Barbican Art Gallery - koploper op het lijstje 'afschuwelijke architectuur' van prins Charles: haar schilderijen, haar houtsneden, door haar opgesmukt meubilair, met de hand beschilderd behang en vele tientallen brieven met grappige tekeningetjes. Het hangt, staat en ligt er allemaal ietwat slordig, geprangd tussen de betonnen wanden van het Barbican-karkas, in gereconstrueerde interieurs, gestoffeerd met bibliotheekkasten en stoelen. Het is, zoals ook de film Carrington met zijn fantastische decor van landschappen en buitenhuizen, 'heritage cinema': de expositie is een filmisch panorama van Carrington's leven en van de scabreuze en soms zelfs vileine gesprekken tussen de 'Bloomberries' in de door haar beschilderde en gedecoreerde interieurs.

Dora Carrington (1893-1932) had een iconoclastische natuur. Ze verzette zich tegen haar Victoriaanse burgerlijke milieu. Haar voornaam vond ze ordinair, vulgair en sentimenteel, typisch lower class. Ze was en bleef 'Carrington tout court', ook na haar huwelijk met Ralph Partridge. Voor seks ('sugar', zei ze) had ze weinig belangstelling. Ze was 'met hart en ziel', ook na haar trouwen, aan de door haar zeer bewonderde Strachey verknocht, die haar rol - verzucht Greer - als geliefde accepteerde met dezelfde luchthartige welwillendheid als haar rol als kookster, naaister en huishoudster, 'met gematigde dankbaarheid en discrete uitingen van genegenheid'. Ze wilde altijd Lytton's 'loving Carrington' zijn, en schoot zich wellicht daarom enkele dagen na het overlijden van de schrijver door het hoofd.

Carrington studeerde aan de Slade School of Drawing, in 'the Grand Epoque of the Slade' - in de woorden van de schilder Augustus John, een instituut dat zijn studenten 'vrijliet' zoals in de Parijse Salon des Refusés. Ze maakte er aanvankelijk haast klassieke schilderijen, zeer onder de indruk van grootmeesters als Giotto en Cézanne.

Na haar studie vervaardigde ze houtsneden voor de Hogarth Press, beschilderde uithangborden en porselein en decoreerde de kamers van het molenhuis in Tidmarsh en van Ham Spray House waar zij met Strachey woonde. Ze hield van Engelse naïeve kunst en van zulke typische signboards. Vele van haar taferelen weerspiegelen de pastorale charme van het Engelse landschap of van de genoegens in een country house. Haar schilderij van Tidmarsh Mill is, naast het portret dat ze in 1916 van Strachey maakte, wellicht haar bekendste schilderij: een vrij ingewikkeld geconstrueerd en hyperkinetisch tafereel, geschilderd met hetzelfde kleurenpalet als Strachey's portret en met een uitgesproken John-like sense of paint.

In haar dagboek schreef Virginia Woolf, zeven dagen na Carrington's zelfmoord: 'Talk of Carrington: how long shall we talk of Carrington.' De asse van haar lichaam werd op een onbekende plek uitgestrooid. De tekeningen en schilderijen verdwenen in het kelderdepot of op zolders. Door de inspanningen van Holroyd èn van Noel Carrington (Carrington: Paintings, Drawings and Decorations) is haar werk echter nu weer bij elkaar gebracht, zij het in een enigszins miserabele setting: het Barbican.

Paul Depondt

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden