Carole King etc

Jazz


***


Chamber Tones Trio


The Ninth Planet C-stringrecords


Het was een van de mooiste jazzplaten van de afgelopen jaren. Net voor Kerstmis 2010 presenteerde gitarist Jesse van Ruller Chamber Tones, een haardvuurwarm album dat fraai paste in de decembermaand. Verrassend ook was de kamermuziek van zijn trio, met klarinettist Joris Roelofs en contrabassist Clemens van der Feen. Zijn scheur­gitaar van de laatste tijd had plaatsgemaakt voor donzen klanken en intense improvisaties met de ogen dicht.


Het verrassingseffect is met de tweede cd van Chamber Tones Trio, zoals ze nu heten, minder. Ze gaan op dezelfde lijn door. Maar de kwaliteit is nog steeds van een hoog niveau.


Wat je hoort is de liefde voor de klank. Niet alleen in de drie sonore instrumentkleuren, maar vooral in het ensemble. Met fantasierijke composities wikkelen zij zich om elkaar in een eigen gecreëerde wereld die voelt als een warme deken. Soms klinkt het opgewekt, vaker sereen in sfeervolle improvisaties, zoals Hippocampus, waarin Van Ruller een speeldoos bespeelt.


De ronde tonen krijgen nog meer diepte dankzij de opnamelocatie: een monumentale kerk in het West-Friese Aartswoud.


****


Benjamin Britten: War Requiem. Radio Filharmonisch Orkest, Groot Omroepkoor, Nationaal Kinderkoor o.l.v. Jaap van Zweden en Reinbert de Leeuw. Challenge Classics.


Met het van Benjamin Britten heeft het Groot Omroepkoor een historische band. Bij de Nederlandse première in 1964 volgden de zangers immers het stokje van Bernard Haitink, die in het Concertgebouw voor elkaar kreeg wat de componist zelf twee jaar tevoren bij de primeur in Coventry niet was gelukt: het verenigen van de gedroomde solisten Galina Visjnevskaja, Dietrich Fischer-Dieskau en Peter Pears.


In mei 2010 liet het Groot Omroepkoor zich met het Radio Filharmonisch Orkest en het Nationaal Kinderkoor op sleeptouw nemen door Jaap van Zweden. Van machteloos prevelen tot apocalyptisch gebulder: de live-opname biedt de emotionele voedingsbodem waarop het genre gedijt.


Anthony Dean Griffey (tenor) en Mark Stone (bariton) bevoelen de teksten van Wilfred Owen verrassend intiem. De sopraan Evelina Dobratsjeva houdt haar vibrato gelukkig binnen de perken. Eén twijfel krijgt Jaap van Zweden niet weggewerkt: of dit anti-oorlogsstuk inderdaad behoort tot het beste wat Britten heeft geschreven.


Guido van Oorschot


****


Johannes Brahms: Ein deutsches Requiem. Orchestre Révolutionnaire et Romantique o.l.v. John Eliot Gardiner. Soli Deo Gloria.


Goed idee van dirigent John Eliot Gardiner om van Johannes Brahms in te leiden met twee motetten van de 17de-eeuwer Heinrich Schütz. De bijbelteksten overlappen, maar de geste doet vooral recht aan een onderbelicht trekje in Brahms: dat hij als koordirigent behoorde tot de vroegste herontdekkers van muziek uit preromantische tijden.


Schütz' sobere noten liggen het Monteverdi Choir niet geheel soepel in de keel. De koorzangers lijken zich pas senang te voelen in het requiem, omhuld door het velours van Gardiners met historische instrumenten bezette orkest.


Van de solisten bereikt de bariton Matthew Brook het stadium van de persoonlijke geloofsbelijdenis die Brahms voor ogen moet hebben gehad. Helaas schuurt de sopraan van Katharine Fuge, een stem van beslagen goud, bij herhaling aan tegen de toon.


GvO


****


John Adams: Harmonielehre. San Francisco Symphony o.l.v. Michael Tilson Thomas. SFS Media.


In 1985, bezig aan zijn laatste seizoen als chef-dirigent in San Francisco, bracht Edo de Waart een belangrijk opdrachtwerk in première: van John Adams, de Amerikaan die toen zijn grote bekendheid nog moest krijgen. Het stuk hield stand, en dat ze de noten in San Francisco inmiddels kunnen dromen blijkt uit een krachtige nieuwe opname onder de huidige chef, Michael Tilson Thomas.


Zoals meer door het serialisme ontregelde componisten leed Adams destijds aan Mahlermelancholie en Wagnerwee. Hij doopte romantiek in minimal music en schreef een partituur die de vergetelheid al bijna dertig jaar trotseert. Ook de toegift, , klinkt stuwender dan ooit.


GvO


DAnce


*****


actress


R.I.P. Honest Jon's/Konkurrent


Met zijn vorige album Splazsh haalde Actress (Darren Cunningham) in 2010 de jaarlijstjes; een wat groezelige smeltpot van Detroit techno, funk en dubstep met een aantrekkelijke ongepolijstheid. Met opvolger R.I.P. evenaart de Britse producer zichzelf. Actress zet zijn kenmerkende hak-op-de-tak-stijl voort in nummers zonder kop en staart, die weliswaar op R.I.P. wat leger en minder hectisch zijn, maar wel weer heel eigenwijs in botsende stijlen. Met een knappe vanzelfsprekendheid laat Cunningham op een zoet sprankelend wiegeliedje eerst een harde demonische dansvloertrack volgen waarin alles kapot lijkt te moeten gaan en daarna rustige beatloze ambient.


Actress' schetsmatige stijl valt op R.I.P. helemaal op zijn plaats. En heeft een versterkend effect op het prettige niet-van-deze-wereldgevoel dat wordt versterkt door rusteloze dissonanten: een a-typisch ritme, een terugkerend gekraak of een weggemoffelde beat. Grove geluiden die haaks staan op de prachtige esoterische melodieën. Alles bij elkaar is R.I.P. als een collage van vage droomflarden waarbij het onvoorspelbare en associatieve karakter tegelijkertijd bevreemdt en betovert.


Sasja Kooistra


Pop


***


Santigold


Master Of My Make-Believe Warner


In de vier jaar die liggen tussen Santogold, het debuutalbum van de inmiddels 36-jarige Santi White, en de opvolger Master Of My Make-Believe heeft ze, behalve haar naam, vrij weinig veranderd.


Santigold heeft het geluid, waarbinnen aan hiphop, elektro, dubstep en house ontleende beats elkaar knap afwisselen, vooral verfijnd. Ze is ook zelfverzekerder gaan zingen, wat de sterke single Disparate Youth ten goede komt.


Master Of My Make-Believe is een completer album geworden, maar ontbeert toch een paar echte uitschieters als L.E.S. Artistes of Say Aha, die haar debuut indertijd boven de middelmaat deden uitstijgen.


Echt erg is dat niet, want er gebeurt genoeg op Master Of My Make-Believe, die een prettige toon en sfeer heeft, herinnerend aan de opgewekte pop van de B-52's. Zonnig, opgewekt en altijd voorzien van een beat die net iets frisser, oorspronkelijker en verzorgder is dan gebruikelijk.


Maar de zangeres die zo vaak gevraagd wordt door artiesten van de Beastie Boys tot Amadou & Mariam, heeft helaas net niet die hit paraat die je na een jaar zou mogen verwachten.Gijsbert Kamer


Pop


**


Norah Jones


Little Broken Hearts Blue Note/EMI


Na haar bijdrage aan het album ­Rome van Danger Mouse met Daniele Lupi, vorig jaar, zou je toch mogen verwachten dat producer Danger Mouse alleen met Jones ook tot iets moois kan komen.


Maar Little Broken Hearts, het vijfde solo-album van Norah Jones, is een teleurstellend vlakke plaat geworden. Dat ze meer dan tien jaar na haar nog immer goed beklijvende miljoenensucces Come Away With Me af wil van de wat zoete jazzpop waarmee haar naam nog altijd verbonden is, is te begrijpen. Op tussenliggende albums heeft ze ook al aangetoond goed met het wat meer country-achtig werk uit de voeten te kunnen. Dat pakte aardig uit omdat Jones altijd die warme, zacht fluwelen stem heeft, die vreemd genoeg nooit te zoetjes klinkt.


Maar op Little Broken Hearts, heeft ze zich er wel heel gemakkelijk vanaf gemaakt. De liedjes zouden zijn ingegeven door eigen liefdesverdriet, maar elke emotie ontbreekt. Geen liedje springt eruit, en je vraagt je af wat Danger Mouse eigenlijk achter de knoppen bezield heeft, want ook de sound is anoniem en vooral duf. Aan het slot in All A Dream lijkt hij even een David Lynch-achtige mysterieuze sfeer neer te zetten, maar dat is het dan ook.


GK


Pop


****


Carole King


The Legendary Demos Universal


Al dan niet samen met Gerry Goffin schreef Carole King al tal van popklassiekers voordat ze in 1971 geschiedenis maakte met het prachtige album Tapestry. Ze was in de jaren zestig verbonden aan de liedjes-fabriek Aldon Music en als ze een nummer als Pleasant Valley Sunday of Crying In The Rain klaar had, zong ze daar zelf een demo van in, die vervolgens werd rondgestuurd.


The Monkees en de Everly Brothers maakten deze liedjes onsterfelijk , maar wat een genot is het om deze door King zelf gezongen demo's eens te horen. Het hoogtepunt is haar eerste versie van (You Make Me Feel Like) A Natural Woman dat in 1967 door Aretha Franklin beroemd zou worden gemaakt, en net als meer liedjes op deze cd door King zelf op Tapestry zou worden vereeuwigd. Jammer dat het bij dertien liedjes blijft. GK


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden