ReportageDen Bosch

Carnaval in Oeteldonk gaat volgens strikte regels. ‘Een banaan staat binnen een minuut weer buiten’

Carnaval in de Korte Putstraat in Oeteldonk (Den Bosch).Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Wie carnaval viert in Oeteldonk (Den Bosch) kan zich beter eerst inlezen in ‘het protocol’. Iedereen is welkom, maar pas ‘oe eige’ dan wel een beetje aan.

Daal de roltrappen af van Oeteldonk Centraol en volg de rood-wit-gele banieren naar de binnenstad. Langs banketbakker Jan de Groot, bekend van de Bossche bollen. Over de Wilhelminabrug, waar een bronzen plaquette herinnert aan de eerste aankomst op 4 februari 1882 van Peer vaan den Muggenheuvel tot den Bobberd, de Burgervaojer die tijdens carnaval de ambtsketting draagt. Daarvoor een stenen regenboogbankje met de tekst: ‘Hier is plaats voor iedereen.’

Is dat zo? Iedereen is welkom, zeggen Bosschenaren eensgezind, maar als u hier carnaval (met de klemtoon op de laatste lettergreep alstublieft) wilt vieren, pas oe eige dan wel een beetje aan hè. Want het gaat hier heel anders dan in andere steden in Brabant en Limburg. In Den Bosch zul je, als het goed is, geen groepen verkleed zien als de bankoververvallers uit La Casa de Papel, een volledig uitgerust Swat-team of de familie Flintstone.

Omdat veel bezoekers niet op de hoogte zijn van de gebruiken, zette de Oeteldonksche Club van 1882, het officiële orgaan, in februari een uitlegfilmpje op YouTube: 11 dingen die je echt moet weten als je komt carnavallen in Oeteldonk. Carnaval is het feest van de omgekeerde wereld, zegt de voice-over: de boeren nemen voor een paar dagen de macht over van de adel. Vandaar dat je niet in bananenpak loopt, maar in boerenkiel of jacquet, vol met emblemen van de stad en de kroegen, liefst afgetopt met dikgebreide sjaal in rood-wit-geel, de stadskleuren.

Dat komt door het verschil tussen het Rijnlandse carnaval, stammend uit Keulen en Venetië, zoals ze dat in Limburg en het oosten van Brabant vieren, en het Bourgondische carnaval dat je tegenkomt in Den Bosch, maar ook in Bergen op Zoom (Krabbegat), waar ze een kostuum maken van gordijnen, zakdoeken en oude spullen, bijvoorbeeld een hoed van een lampenkap. Het idee: je mag er geen geld aan uitgeven, waardoor iedereen gelijk is.

Wat er gebeurt als je wél als banaan naar Oeteldonk komt, merkte Ronald van Lieshout in 2018. De 42-jarige Eindhovenaar wist wel dat het er anders aan toe ging dan in zijn Lampegat, maar toch kocht hij ‘impulsief’ een bananenpak. Overal waar hij die dag kwam, viel hij op. Bij meerdere cafés werd ‘Band Zonder Banaan’ gedraaid zodra hij binnenkwam. Velen spraken hem aan, soms corrigerend, maar men had volgens Van Lieshout snel door dat ze met ‘een Lampegatse banaan te maken hadden, bij wie het al in december begint te kriebelen richting carnaval’.

Intentie

Het gaat om de intentie, zeggen velen hem na. Niets mis met ‘import’, maar je moet niet denken dat carnaval een vrijbrief is om je klem te zuipen met blikken supermarktpils die je in je rugzak meeneemt, om vervolgens lomp te staan hossen en vrouwen op hun kont te slaan. Het is hier geen skihut, begrijpt u? Of, zoals Bosschenaar Roy Heerkens zegt: ‘Op Koningsdag ergeren Amsterdammers zich ook aan al dat volk uit de provincie dat in de gracht staat te pissen. Dat doe je niet.’

Dat niet iedereen, ook in Oeteldonk zelf, gediend is van de strenge voorschriften en nauwe bandbreedte, is te zien aan de reacties op het filmpje. ‘Iedereen is gelijk?’, reageert Hellen op YouTube. ‘Aan me hoela, alleen als je in dat hopeloos saaie rood-wit-geel loopt! Anders kom je niet eens de kroeg in! Zo triest en star. Er zijn ook Brabanders en zélfs Bosschenaren die zich graag verkleden.’

‘Ik koester het protocol’, zegt Bosschenaar Eric op Facebook. ‘De laatste jaren is er echter erg veel aandacht voor de kleding, waarbij kiel en sjaal zo ongeveer als enig geaccepteerd kledingstuk gepropageerd worden. Missen we daardoor niet heel veel leut? Zijn niet die ludieke, vaak heel persoonlijke, acts juist wat ook Oeteldonk maakt?’

Wie een embleem draagt van de kroeg, mag als eerste naar binnen.Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Een ander, schertsend: ‘Spotje van Forum voor OetelKratie?’

Zijn de Oeteldonkers strenger geworden in de eigen leer? Zijn ze bang voor het carnavaleske equivalent van omvolking? Nee hoor, zegt Rinske van Kasteren, minister van Pers, Publiciteit en Communicatie van de Oeteldonksche Club. ‘We koesteren de tradities al heel lang even sterk. Maar we merken dat het elk jaar drukker wordt in ons mooie durrup, met name op zaterdagavond. Grote groepen komen met de trein uit het noorden en stappen op het eerste het beste station uit, Den Bosch dus. Ze hebben vaak geen idee hoe wij carnaval vieren.’

Die onwetendheid is niet alleen irritant voor de Oeteldonkers, maar ook voor de bezoekers zelf. Van Kasteren: ‘Veel kroegen weigeren mensen die geen Oeteldonksche kledij dragen. Er hangen zelfs bordjes bij de ingang die daarvoor waarschuwen.’ Kunnen mensen die graag willen hossen in verkleedpak beter doorreizen naar andere steden? ‘Ja. We willen niemand uitsluiten, maar als je het niet op onze manier wil doen, is de trein naar Eindhoven of Maastricht misschien een slimmere optie.’

Aanzuigende werking

De drukte in Den Bosch heeft, naast de trek van boven de rivieren, ook te maken met de aanzuigende werking die de stad heeft op de omringende dorpen. In krimpdorpen is de animo voor carnaval tanende. Verenigingen worstelen om genoeg vrijwilligers en leden te werven. In sommige dorpen is de jaarlijkse optocht al geschrapt. ‘Veel mensen uit die dorpen komen op ons feest af’, zegt Van Kasteren. ‘Ze genieten enorm van de sterk protocollaire aard van ons spel.’

Dat protocol komt onder meer tot uiting in de rolverdeling. Burgervaojer Peer is de gastheer voor Prins Amadeiro, die in tegenstelling tot het volk protestants is en niet uit Den Bosch komt (hij spreekt ook geen Oeteldonks maar ABN). Amadeiro is een anagram van ‘omdraaie’, omdat alles wordt omgekeerd. Dan is er nog boer Knillis, de oprichter van Oeteldonk, in de vorm van een gigantische pop. Knillis is een soort godheid. Als hij op carnavalszondag wordt onthuld, staan duizenden mensen te huilen van geluk. Dinsdag wordt hij weer begraven, als afsluiting van het carnaval – wederom voor het vochtige oog van duizenden toeschouwers.

Veel kroegen in Oeteldonk hebben kledingvoorschriften.Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Desireé Theuns krijgt al kippenvel als ze eraan denkt. ‘Kijk’, zegt ze, en ze stroopt haar mouw op om de rechtopstaande donshaartjes op haar arm te laten zien. Theuns is de eigenaar van eetcafé 7evenden Hemel in de Korte Putstraat, door intimi liefkozend afgekort als de Korte Put. In deze smalle steeg staat het de komende dagen bomvol. ‘Een unieke straat in Nederland’, zegt Theuns. ‘Elk pand is horeca.’ Op haar telefoon laat ze een filmpje zien van de menigte, vorig jaar van boven gefilmd. Brabant van Guus Meeuwis klinkt luid, iedereen zingt mee. ‘Als je hier geen kippenvel van krijgt, heb je geen gevoel.’

De 7evenden Hemel is een van de echte Bossche kroegen met elk jaar een eigen embleem. Omdat het thema dit jaar Binnenstebuiten is, heeft Theuns een embleem gemaakt met een kikker (het symbool van Oeteldonk) in een wasmachine van het merk ‘Den Bosch’. Die emblemen kun je zien als een soort voorrangskaarten, zegt Leo Martens, vriend van de kroeg. ‘Stel, er staan vijftig man voor de deur en er is nog maar plaats voor vijf. Dan kiezen we de mensen uit met het embleem van de kroeg. Zo simpel is het.’

Herkenning

Carnaval is een feest van patronen, van herkenning. Bij 7evenden Hemel kunnen ze nu al ‘precies uittekenen wie morgen in die hoek aan de tap staat’. Ze kennen alle bestellingen van de vaste gasten uit het hoofd. Theuns: ‘Dan roept iemand: ‘Eén bessen-7up minder vandaag’.’

Martens: ‘En dan vragen wij: ‘Is-ie dood?’’

Ze zien het de laatste jaren steeds drukker worden in de Korte Put. Martens: ‘Er staan hele studentenverenigingen uit Amsterdam en Utrecht.’ Zet een bekakte stem op: ‘Oberrrr, mag ik twee bierrrr?’

Maar er zijn ook mensen van boven de rivieren die de emblemen op hun kiel dragen en de Oeteldonksche liedjes kunnen meezingen. Theuns: ‘Dat zijn superleuke clubs die elk jaar terugkomen. Die snappen het wél.’

En is een banaan ook welkom? Martens, lachend: ‘Dan is de schil eraf zodra hij binnenkomt.’

Theuns: ‘Een banaan staat binnen een minuut weer buiten. Wij zeggen altijd: als de fruitschalen met bussen arriveren, moet je oppassen.’

Bosschenaren die een kiel of een sjaal willen kopen, maar ook alle mensen die een gek verkleedpak zoeken, weten dat ze bij P.W. Hoofs terechtkunnen, een begrip in de stad, de verkleedwinkel heeft een oppervlakte van 3.000 vierkante meter. Op de woensdagmiddag voor carnaval staan er lange rijen voor alle vijf de kassa’s. Voor twee tientjes koop je al een kiel, een ‘opgepimpt jasje’ met de emblemen er vast op genaaid kost 139 euro.

Een boerenkiel, sjaal en emblemen, zo kom je carnaval in de stad het best door.Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Tim Laheij en Rick Aarts, beiden Bosschenaar en net 18, hebben zojuist ieder een eerste eigen jasje aangeschaft, plus wat emblemen. Een flinke investering, maar dan kun je ook jaren vooruit. De een heeft 130 euro uitgegeven, de ander 110. Aarts: ‘Als kind ging ik vaak verkleed, bijvoorbeeld als Super Mario. Maar nu vond ik het tijd voor de traditionele kleding.’ 

Erbij horen

Veel mensen komen naar Hoofs om te horen hoe het precies moet. ‘De meesten willen er toch bij horen’, zegt Jos Hoofs, zoon van de eigenaar. ‘Maar als je wat anders wil aandoen, is dat ook hartstikke leuk. Dat mag ook.’ Hij schat dat 80 procent van zijn winkel bestaat uit niet-Oeteldonksche kleding. ‘Zolang je je goed gedraagt, is er sowieso niets aan de hand, wat je ook aan hebt.’

Toch lijkt de voorkeur voor boerenkiel, sjaal en emblemen behoorlijk sterk. ‘Steeds meer mensen houden zich aan de traditionele kleding’, zegt Lianne de Jong terwijl ze een rondleiding geeft door het Oeteldonks Gemintemuzejum. ‘Je ziet het aan de mensen die elk jaar terugkomen. Die bouwen per jaar hun kostuum verder uit.’

De eerste keer dat ze haar schoonzoon, geen Bosschenaar, tegenkwam op carnaval in de stad, had hij een kippenpak aan. ‘Wat een verschrikking, zei ik tegen hem.’ Met een lach: ‘Daarna deed hij nooit meer zo’n pak aan.’

Feestende mensen in de Korte Putstraat.Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Het zich afzetten tegen de mensen die er niets van snappen, lijkt ook een deel van de lol te zijn, een deel van het jaarlijks terugkerende ritueel. Dit jaar is er, net als eerder, ophef over een verkeerde reclameposter. In Bossche bushokjes hangt een abri van Jägermeister met Gullie erop, een bekende carnavalszanger die verdacht veel op een jonge Ruud Gullit lijkt. ‘Alaaf’, staat ernaast. Terwijl iedereen in Oeteldonk weet: wij zeggen geen alaaf.

‘Ik heb de reclamemakers nog gewaarschuwd toen ik de poster zag’, zegt Quinten Montroos, zoals Gullie echt heet. ‘Da moette nie doen. Geen alaaf in Oeteldonk.’ Niemand luisterde dus. Misschien hoopte Jägermeister wel op de negatieve publiciteit, zeggen sceptische Bosschenaren. Omroep Brabant maakte er een item van, zelfs bij Jinek kwam de fout ter sprake. Opzet? Montroos: ‘Da wee’k nie.’

Montroos is ook Bosschenaar, maar door zijn optredens viert hij carnaval overal. Van hem mag iedereen aantrekken wat-ie wil. ‘Als klein menneke was ik een keer als Batman en als tiener had ik een kiel aan, tegenwoordig doe ik mijn Gullie-pekske aan. Misschien kom je dan niet overal binnen. Maar als je geweigerd wordt bij de ene kroeg, dan ga je gewoon naar de volgende, toch? Gezellig is het toch overal.’ 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden