Cappellini: godfather voor jong designtalent

EEN MUSEUM dat aandacht besteedt aan een producent, dat is niet vaak vertoond, en de conservator van het Museum für Angewandte Kunst in Keulen, put zich dan ook uit in verontschuldigingen en verklaringen....

JAAP HUISMAN

Cappellini heeft zich immers in korte tijd ontwikkeld tot 'highlight' in de internationale designwereld. Giulio Cappellini, die in 1979 in de voetsporen van zijn vader trad, blijkt een neus te hebben voor jong talent, dat zich ironisch genoeg vooral buiten Italië manifesteert. Een oud Italiaans familiebedrijf dat goede sier maakt met Britse, Franse, Japanse of Australische ontwerpers, dat is op zichzelf al het signaleren waard. Als er één land is dat zijn eigen ontwerpers heeft gekoesterd, is het wel Italië.

Maar afgezien van de Memphis-eruptie in de vroege jaren tachtig, is er weinig beweging te melden aan de andere kant van de Alpen, en dat heeft Giulio Cappellini op tijd onderkend. Hij introduceerde vooral een type meubels dat in Italië zelf nauwelijks voorhanden was: sobere, eerlijke, onopgesmukte ontwerpen.

Het werd een doorslaand succes. De ontwerpers uit de Cappellini-stal hebben het geschopt tot de 'nieuwe sterren', voorbeelden waaraan de academiestudenten overal ter wereld zich spiegelen. Namen als Jasper Morrison, Marc Newson, Shiro Kuramata en Tom Dixon, tot voor tien jaar onbekend, zijn nu salonfähig en geschikt bevonden om tot het museum door te dringen.

Het is de oude Italiaanse meester Achille Castiglione, zelf groot geworden met bijvoorbeeld verlichting, die de jonge garde een verbeeldingsvolle enscenering heeft gegeven; de expositieruimte is ingericht als een erezaal met een oplopend plankier, waarop lopers zijn geschilderd. Op de muur uitvergrotingen van details, op de vloer sculpturen van meubels: vooral de stoelen van Tom Dixon, die van huis uit ook beeldend kunstenaar is, zijn uitgegroeid tot gevaartes, waarin de eigenlijke stoelvorm niet meer te herkennen is.

De jonge Cappellini weigerde aanvankelijk zijn vader in het familiebedrijf op te volgen. Hij wilde architect worden en liep stage bij Gio Ponti. Toch kroop het bloed waar het niet gaan kon. In 1979 meldde hij zich bij zijn vaders bedrijf. 'Om maar iets te doen te hebben.' Het eerste meubelstuk waarmee Cappellini opzien baarde, was de slingerende kast van de Japanner Kuramata, die terecht in het hart van de expositie is geplaatst.

Hoewel Kuramata deze zwarte kast met wit ladenfront al begin jaren zeventig bedacht, zou het pas vijftien jaar later een succesnummer worden. Kuramata twijfelde, zag het meer als een kunstobject. Cappellini zag er ook brood in. Terwijl Memphis, de Italiaanse designgroep die ironie, symboliek en functieloosheid propageerde, in zijn nadagen verkeerde, introduceerde de firma de speelse kast op een show in Milaan, die in vijf dagen tijd duizenden bezoekers trok. De naam Cappellini was gevestigd. En Kuramata maakte een aantal varianten op de ladenkast, zoals een boekenkast waarvan de vakken telkens verdubbelen. Zo creëerde hij een wonderschoon perspectief voor een rechttoe-rechtaan-meubel.

Eén overkoepelende Cappellini-stijl ontbreekt: je kunt zeker de uiterst sobere Morrison niet vergelijken met de sculpturale Dixon. De producent lijkt voor een ander aspect te kiezen, voor meubels waaraan de gebruikers hun eigen interpretatie geven. Ze zijn zo terughoudend, om niet te zeggen ongedesigned, dat ze in eerste instantie nauwelijks opvallen. Het past bij het heersende minimalisme in de vormgeving.

Toch besefte ook Cappellini dat je op één schoen niet kunt lopen. Tegenover de collectie sobere meubelstukken plaatste hij sinds 1987 een verzameling exotica onder de naam Mondo en Dal Mondo, waarin hij zich liet inspireren door Afrikaanse, Chinese of mediterrane culturen. De mozaïektafels, de ruwe aardewerk potten en de kandelaars van ijzer refereren naar folklore, naar tropische sferen die juist door hun ongepolijstheid harmoniëren met de 'design-collectie'.

Ook in dat opzicht voelt Cappellini de tijdgeest aan: die verlangt niet een etiket van een ontwerper, maar eveneens een handgemaakt produkt van een anonieme vakman, ergens ver weg op de Filipijnen. Het hoeft in werkelijkheid niet zo gemaakt te zijn, als het voor de consument maar werkelijkheid is.

Het is jammer dat tentoonstellingmaker Castiglioni de navelstreng tussen die twee Cappellini-werelden heeft doorgeknipt. Hij concentreert zich op de ene sectie met zulke strakke zaken als het daybed, bijna een ziekenhuisbed, van Konstantin Grcic of op de aluminium boekenkast van Alberto Meda, zonder ze af te zetten tegen de exotica. Het is een verhuld bewijs dat de functionalist Castiglioni de boot naar het fin de siècle heeft gemist.

Daar staat tegenover dat hij de gedetailleerde afwerking, die de Italiaanse firma tot versiering heeft gepromoveerd, een ereplaats heeft gegeven. De ovale uitsparing in de Morrison-kast, als simpele oplossing voor een handgreep, is tot levensgrote proporties opgeblazen als wandsculptuur.

Hier doet een fabrikant met experimenteergevoel van zich spreken, hier durft iemand het aan Van der Rohe's statement 'minder is meer' in de praktijk te brengen. Robert Kilvington kon onder de vlag van Cappellini een tafel ontwerpen met als enige versiering een zwaluwstaartverbinding die danst over de tafelrand. De vakman van de Filipijnen zou respect krijgen voor zijn collega in Italië. Zo kan een fabriek twee werelden overbruggen.

Jaap Huisman

Cappellini, identiteit, analogie en tegenspraken in het Museum für Angewandte Kunst te Keulen. Tot 3 maart.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden