Capa krijgt kleur

In New York staat voor het eerst het kleurenwerk centraal van fotograaf Robert Capa, de meester van de zwart-witcompositie. Moeten we nu anders naar hem gaan kijken?

Wie in 1950 op skivakantie was in de Zwitserse en Franse Alpen - Klosters, St. Moritz, St. Anton, Val d'Isère - liep de kans om op een van de bergen een man tegen te komen met twee camera's om zijn nek. Een knappe man, met donker haar, borstelwenkbrauwen boven donkere ogen en ongetwijfeld een sigaret nonchalant in een mondhoek. Hij legde het aan met rijke dames die als paradijsvogels de berg af kwamen zeilen, hun rode lippen en bontgekleurde skipakken fel afstekend tegen de witte sneeuw, met filmsterren en koninklijke hoogheden. De man strooide met kwinkslagen in een charmant Oost- Europees accent en wisselde onderwijl van camera alsof het niets was. In de ene camera zat een zwart-witrolletje, in de andere kleurenfilm. Die man was Robert Capa, de beroemde oorlogsfotograaf.


Robert Capa. Chroniqueur vanuit talloze brandhaarden in de wereld - de Tweede Chinees-Japanse oorlog, de Tweede Wereldoorlog, de Arabisch-Israëlische oorlog, de Eerste Indochina-oorlog. De maker ook van die ene iconische foto uit de Spaanse Burgeroorlog, genomen op het moment dat een republikeinse soldaat dodelijk wordt geraakt (foto boven links). Al die bekende beelden zijn in zwart-wit. Dat is hoe de geschiedenis door Capa's camera eruitziet: eindeloos variërend van gruizig grijs tot haarscherp donker en licht. De medeoprichter van fotoagentschap Magnum wordt gezien als een van de meesters van de zwart-witfotografie, vanwege zijn scherpe grafische contrasten.


Een tentoonstelling in New York brengt daar verandering in. Capa in Color in het International Center of Photography (ICP, zie kader boven) presenteert 125 kleurenfoto's van de zwart-witkoning. Ze verschenen destijds, hoewel lang niet allemaal, in tijdschriften als Life, Collier's, Holiday en Illustrated, waarna ze in de vergetelheid raakten. Een paar jaar geleden dook weliswaar van zijn hand een aantal kleurenfoto's uit de Tweede Wereldoorlog op, maar dat de fotograaf tussen 1941 en 1954, een fors deel van zijn carrière, naast zwart-wit ook in kleur fotografeerde, is voor de meeste mensen nieuw. Dat het werk nu pas weer te zien is, komt doordat veel van de Kodachrome- en Ektachromefilms die Capa gebruikte tot kort geleden door verkleuring waardeloos waren geworden. Ironisch genoeg moesten de historische analoge beelden dus wachten op het digitale tijdperk voor ze met behulp van Photoshop tot leven konden worden gewekt.


Het is niet de enige reden dat fotohistorici en biografen tot nu toe kleurenblind waren als het op Capa aankwam. Volgens Cynthia Young, samensteller van de tentoonstelling en Capa-expert van het ICP, dat meer dan 4.200 kleurennegatieven bezit, werd het werk als afwijkende uitzondering beschouwd binnen de carrière van de fotograaf. Maar gezien de grote hoeveelheid blijkt nu hoe onterecht dat beeld eigenlijk was. En aangezien het inmiddels ruim honderd jaar geleden is dat Robert Capa als de Hongaar Andrei Friedmann in 1913 ter wereld kwam, was dat een mooie aanleiding om de fotograaf opnieuw te belichten.


Capa in Color nuanceert het beeld van de geëngageerde held die de wereld rondreisde op zoek naar gewapende conflicten, zich altijd bekommerend om de underdog. De tentoonstelling vult dat beeld aan, maakt het menselijker. De kleurenfoto's van Capa zijn aanmerkelijk luchthartiger van onderwerp dan zijn zwart-witwerk. Behalve een serieuze oorlogsfotograaf was hij iemand die graag in het gezelschap van beroemdheden en mooie vrouwen verkeerde, en die onderwerpen lieten zich juist in kleur dankbaar vangen. Dat frivolere, lichtere werk wordt nu met terugwerkende kracht onderdeel van Capa's oeuvre, een tegenhanger van zijn zware werk én van zijn door de overlevering tot mythische proporties opgeblazen geëngageerde natuur.


Tot zover de pr-insteek van het ICP, een van de grootste belangenbehartigers van Capa's erfenis en gebaat bij het in stand houden van een zo levendig mogelijk beeld van de fotograaf. Belangrijker is de vraag: is het terecht dat de wereld tot nu toe niets afwist van Capa's kleurige verleden? Hoe hield de beroemde zwart-witkunstenaar zich staande in de verleidelijke wereld van Kodachrome? Was hij net zo goed in kleur als in zwart-wit of was hij daarin wellicht - dat zou me wat zijn - béter?


Wie door de tentoonstelling wandelt met de zwart-witbeelden op het netvlies zal die vraag in eerste instantie ontkennend beantwoorden. Nee, hij was niet beter in kleur. Ook niet slechter trouwens. Wel duidelijk zoekender en nog niet helemaal zeker van wat al die kleuren voor hem als sterk grafisch ingestelde fotograaf konden betekenen, behalve dat ze, nou ja, fijn kleurrijk waren.


De meeste van zijn kleurenseries zijn historisch gezien interessant vanwege hun afwijkende onderwerpen. Ze zijn curieus omdat we ze maar zelden zo zagen en esthetisch omdat Kodachromekleuren nu eenmaal heerlijk wegkijken. De meeste series missen echter de urgentie en de grafische kracht van het zwart-witwerk.


Dat is goed te zien aan de foto's die hij in 1948 maakte van Pablo Picasso en diens gezin aan het strand van het Franse Vallauris. Picasso in kleur! Zijn zwembroek in kleur - jammer dat die zwart is, maar dat weten we dan maar mooi, het ding had tenslotte net zo goed donkerpaars kunnen zijn! De zee zo mooi blauw!


Dat is allemaal heerlijk. Maar uit diezelfde serie komt het beroemde zwart-witbeeld dat door de tijd heen in ons collectieve geheugen is gekropen: dat van de compacte, gedrongen schilder die achter zijn magnifieke, slanke vrouw aan loopt en haar beschermt met een parasol. Die foto is beter. Niet alleen wat compositie betreft, maar ook omdat Capa zo duidelijk de capaciteiten van de zwart-witfotografie ten volle benut. De donkere rafelige rand van haar rieten hoed steekt prachtig af tegen de lichte stof van de parasol en het tafereel werd gevangen in duizend verschillende zachte tinten grijs. Je mist de kleuren geen moment, zelfs niet nu je eindelijk weet hoe ze eruitzagen.


En zelfs wanneer Capa kleurenfoto's van oorlogssituaties maakte, ontbreekt er iets. Een bokswedstrijd, gelummel aan boord van een marineschip dat tijdens de Tweede Wereldoorlog van Engeland naar Noord-Afrika vaart; het is alsof je naar een Hollywoodfilmset kijkt. De spanning is afwezig. Die wás er natuurlijk ook minder op zo'n schip dat wekenlang op zee stoomde, maar de prachtige kleuren helpen ook niet. Het donkergroen van de pakken, het roomwit van de hemden, het diepblauw van lucht en zee - ja sorry hoor, maar dat is gewoon te mooi om waar te zijn. De Tweede Wereldoorlog door de ogen van Capa - dat blíjven die geweldig gevlekte en gruizige beelden van Amerikaanse soldaten die op D-Day het Normandische strand op tijgeren (zie pagina 2 bovenaan rechts). De sfeer van die foto's, waarop soldaten in het water niet meer zijn dan vage vegen en de horizon eindigt in korrelig grijze mist, net zo ongewis als de toekomst van de soldaten, die grimmigheid is ongeevenaard.


Nu is het wel belangrijk in het achterhoofd te houden dat in kleur fotograferen voor Capa aanvankelijk vooral een zakelijke strategie was. In de naoorlogse jaren waarin hij begon te experimenteren met Kodachromefilms veranderde de tijdschriftenwereld rap. Er kwam financieel meer lucht, meer ruimte voor lichtere onderwerpen. Meer ruimte ook voor kleur. De ontwikkelingen werden door menig fotograaf met argusogen gevolgd. Henri Cartier-Bresson, een Magnumcollega, zag er niets in: te commercieel, te weinig artistiek.


Robert Capa dacht er anders over. Hij was een scharrelaar, die altijd probeerde klussen en nieuwe opdrachtgevers binnen te slepen. Hij keek met twee brillen tegelijk naar zijn onderwerpen: met een realistische en met een op de markt inspelende roze. De ene blik leverde serieuze journalistieke verhalen op, zoals zijn terugkeer naar Boedapest in 1947 in opdracht van het tijdschrift Holiday, waar hij zag welke gaten de oorlog er had geslagen. Dan gebruikten de tijdschriften vooral zijn grafische zwart-witfoto's, met hier en daar een gekleurd beeld. Met de andere bril ging Capa op skivakantie of op bezoek in Hollywood. Hij leverde glamourproducties af, die in spetterend full colour werden gedrukt.


Dat de gekleurde onderwerpen doorgaans niet de zwaarte hadden die zijn oude opdrachtgevers van hem gewend waren, kwam in eerste instantie voort uit een technisch mankement. De Kodachromefilms, op de markt gebracht in 1936, konden niet met dezelfde snelheid worden afgedrukt als de zwart-witrolletjes. Ze moesten terug naar de Kodakfabriek, waar ze volgens een geheim procedé werden ontwikkeld en afgedrukt. Het maakte kleurenreportages langzaam en kwetsbaar. Ongeschikt dus voor het vastleggen van belangrijke nieuwsgebeurtenissen die snel in beeld moesten worden gebracht. Een foto zoals van de vallende Spaanse soldaat, gemaakt bóven op het nieuws, had het in kleur nooit op tijd gered.


Tussenstand. Zwart-wit-Capa versus kleuren-Capa: 1-0. Maar... Capa in Color kent twee magnifieke momenten van kleurrijke revanche. De skiserie die de fotograaf rond 1950 maakte voor Holiday is om twee redenen geweldig. Ten eerste omdat kleur de hoofdrol speelt. De reportage heeft een commercieel randje, aangezien de foto's van mooie dames en flitsende acteurs in felle skipakken niet alleen een aantrekkelijk beeld moesten geven van de luxueuze wintersportoorden, maar ook reclame moesten maken voor de nieuwste skimode. Dat gegeven buit Robert Capa ten volle uit. De kleuren en de glamour spatten haast van de muren af. Capa nam vaak een lager standpunt in dan zijn onderwerpen, waardoor ze, bezonnebrild en betoverend mooi, oprijzen en afsteken tegen de blauwe lucht en de witte bergen.


Daarnaast hebben deze foto's ineens weer die sterke grafische kwaliteit die we van Capa gewend waren. De grote fotograaf was niet te beroerd om fotografietips te geven in Holiday, zoals blijkt uit een tijdschriftpagina in een vitrine. De belangrijkste tip luidde: vergeet de regels, fotografeer gewoon lekker tegen de zon in. Deed-ie zelf ook, en voilà: het leverde geweldige contrasten en mooie warme kleuren op. Op een prachtige foto gemaakt in Zwitserland staan prins Bernhard en zijn dochters Beatrix en Irene als donkere silhouetten afgetekend tegen het wit van de sneeuw, dat versmelt met het wit van de lucht. Hun wollen skipakken met zilveren knopen lijken zwart, maar wie dichterbij komt, ziet dat het diep donkerrood is.


De grootste verrassing is echter het kleurenwerk dat Robert Capa in de laatste weken van zijn leven maakte in Vietnam. In 1953 had hij ineens genoeg van al dat cosmetische vertoon. Hij wilde 'terug naar het echte werk', schreef hij in een brief aan een vriend, en snel ook. 'Wat en waar weet ik nog niet, maar het Deauville- en Biarritz- en filmtijdperk is voorbij.'


Niet lang daarna vertrok hij voor Life naar Vietnam, waar hij de Eerste Indochina-oorlog vastlegde, zowel in zwart-wit als in kleur. Hier is de 'oude' Capa aan het werk: serieus, geëngageerd en met twee voeten stevig midden in het slagveld - maar wel in kleur. Hij legde Franse soldaten vast terwijl ze onder een strakblauwe hemel door de weidse groene velden liepen, of langs de weg keken naar een Vietnamese man met een kind en een troepje ganzen. Hij fotografeerde in een serie de pogingen om een in de sloot gereden fiets weer op de weg te krijgen. De foto's van soldaten in het gras zouden nooit gewerkt hebben in zwart-wit: de camouflagepakken zouden compleet verdwenen zijn in het veld, hoeveel grijstinten Capa er ook op had losgelaten.


Bovenal tonen die beelden hoe gewoon het leven kan zijn in een land dat verscheurd wordt door conflicten. Dit zijn geen keiharde actiefoto's, maar kalme, alledaagse observaties in prachtige tropische kleuren - en mét urgentie, ook nu nog.


Daar in Vietnam nam Robert Capa zijn twee camera's en schoof ze passend in elkaar. Hij vond zichzelf opnieuw uit als fotograaf - al was het dan maar voor even. Een paar dagen na aankomst klom de man met de twee camera's een heuvel op, liep op een landmijn en stierf.


Credit: Capa in Color, International Center of Photography, New York, t/m 4/5. icp.org


Extra: Skiën met Beatrix

'Ik ben aan het eind van mijn trip in Val d'Isère en heb zojuist opnieuw mijn enkel verzwikt in het nobele gezelschap van de koningin der Nederlanden.' Dat schrijft Robert Capa in 1950 aan een vriend. Het fragment is te lezen op de tentoonstelling Capa in Color in New York en daar is ook te zien dat dit niet de enige keer was dat de fotograaf de Nederlandse koninklijke familie tegen het lijf liep op skivakantie. Een eindje verderop hangt een kleurenfoto van prins Bernhard met Beatrix en Irene in het Zwitserse St. Anton. In de vitrine ligt een ongedwongen zwart-witkiekje, waarop Capa, met sigaret, door zijn camera kijkt en de toenmalige kroonprinses, met zonnebril, voorover leunt op haar skistokken, alsof ze er elk moment vandoor kan gaan.


Extra: Capa's erfenis

Het International Center of Photography (ICP), gelegen tussen het schreeuwerige Times Square en de statige New York Public Library, ademt Robert Capa. In 1974 werd het uit eerbetoon aan de oorlogsfotograaf opgericht door zijn jongere broer Cornell, die ook fotografeerde en de naam Capa aannam. Het instituut bestaat uit een fotografieschool, een museum en een archief. Hier wordt Capa's erfenis en die van zijn fotograferende vrienden David Seymour ('Chim') en Gerda Taro gekoesterd. Conservator Cynthia Young, samensteller van Capa in Color, maakte eerder de tentoonstelling The Mexican Suitcase, over de ontdekking in een koffer van de negatieven uit de Spaanse Burgeroorlog van Capa, Chim en Taro.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden