Cap'm Charlie heeft het moeilijk TOM WOLFE'S BEELD VAN DE JAREN NEGENTIG IS MEESLEPEND

ELF JAAR geleden verraste Tom Wolfe literair Amerika met het meesterlijke The Bonfire of the Vanities. Daarin ontkrachtte hij niet alleen zijn eigen uitspraak dat de roman als 'hoofdschotel van de Amerikaanse literatuur' inmiddels door de non-fictie was overvleugeld, maar zette hij tevens op monumentale wijze een beeld van een...

Waar McInerney en Ellis zich beperkten tot de wederwaardigheden van één hoofdpersoon in één bepaalde sociale context, opende Wolfe verschieten naar alle geledingen van de maatschappij. Niet alleen de super-yup Sherman McCoy werd tot in zijn vezels neergezet, maar ook een populistische zwarte dominee in The Bronx, een verlopen, opportunistische journalist, een ambitieuze officier van justitie plus nog een heel koor van uiteenlopende personages. Conform zijn journalistieke reputatie had Wolfe zich grondig verdiept in de diverse lagen van de New Yorkse samenleving.

Bij hem kon je, jaren voordat de malversaties van Nick Leeson aan het licht kwamen, lezen hoe geldspeculanten miljoenen verdienen of verliezen, maar ook hoe politici aan de macht komen of zich handhaven, en hoe het er in de war zones van de South-Bronx aan toegaat.

Elf jaar heeft de romanschrijver Wolfe gezwegen, al was bekend dat hij weer aan een omvangrijk boek bezig was, en verscheen er vorig jaar een lekkermakertje in de vorm van Ambush at Fort Bragg. Het was een novelle, maar niet zomaar een: hij was uitsluitend op audiocassette verkrijgbaar. Ambush at Fort Bragg was bedoeld als een inleiding bij het boek waaraan Wolfe al geruime tijd werkte, maar de rest was dar inmiddels te ver van verwijderd geraakt. Dat Wolfe het apart uitgaf, had naar verluidt te maken met zijn financiële omstandigheden. Zijn perfectionisme op het gebied van research en stijl alsmede de gevolgen van een lichte hartaanval hadden zijn werkschema flink in de war gegooid.

De langverwachte opvolger van The Bonfire of the Vanities heet A Man in Full, een roman waarin we opnieuw uitgebreid mogen schouwen in de zielen van zeer uiteenlopende personages. Opnieuw worden we meegevoerd naar sterk contrasterende sociale milieus. Opnieuw ook mogen we ons laven aan Wolfe's verpletterende taalgebruik, zijn venijnige metaforen, zijn vermogen het taaleigen van individuen en sociale groepen treffend weer te geven. En opnieuw krijgen we in dit boek niet alleen een gelaagd, complex en onderhoudend verhaal aangeboden, maar tevens een tijdsbeeld.

Waar The Bonfire of the Vanities in het New York van de jaren tachtig speelde, heeft A Man in Full Atlanta en, in iets mindere mate, San Francisco in de jaren negentig als locatie. Hoofdpersoon is de 60-jarige Charlie Croker, Cap'm Charlie voor intimi, onroerendgoedmagnaat te Atlanta. Hij is de 'man in full' uit de titel, een kwalificatie die afkomstig is uit een liedje dat over hem is gemaakt: 'Charlie Croker was a man in full/ He had a back like a Jersey bull/ Didn't like okra, didn't like pears/ He liked a gal that had no hairs.'

Als Charlie voor het eerst wordt opgevoerd, zien we hem zoals hij ook zichzelf graag ziet: gezeten op zijn favoriete paard, rijdend over zijn landgoed, een geweer in de hand om op kwartels te jagen, in het gezelschap van zijn goede vriend Inman Armholster. Naast het landgoed ('de op één na grootste plantage van Georgia'), bezit Croker speeltjes als 59 paarden, veertig honden, vier privé-vliegtuigen, zeven luxeauto's en een tweede vrouw van 28. Maar terwijl Cap'm Charlie zich overgeeft aan de jacht, spoken door zijn hoofd minder vrolijke gedachten. Hij zit diep in de schulden en zijn megalomane kantoortoren Croker Concourse - de grootste blunder in zijn loopbaan als projectontwikkelaar - staat halfleeg.

Vrij vroeg in het boek vindt dan ook de onvermijdelijke confrontatie plaats met zijn geldverstrekkers. Een van hen vat, verwijzend naar Crokers luchtvloot, de aanpak van de problemen kernachtig samen: 'Van nu af aan gaan we het net als de Vietcong doen. We reizen over de grond en leven van wat het land opbrengt.' Croker moet voor liquide middelen zorgen, dus bezit verkopen. In plaats daarvan besluit hij geld vrij te maken door 15 procent van zijn personeelsleden in de levensmiddelendivisie te ontslaan.

Dan komt de andere hoofdpersoon in beeld, de 23-jarige Conrad Hensley. Het baantje dat hij heeft bij een van Crokers Californische diepvriespakhuizen, raakt hij kwijt, met alle ellendige gevolgen van dien. Uiteindelijk belandt hij zelfs in de gevangenis.

Een integere, jonge arbeider die door een samenloop van omstandigheden en buiten zijn schuld steeds verder in de problemen raakt, versus een cynische zakenman die liever personeel op straat zet dan gezichtsverlies lijdt door zijn landgoed op te geven - een vergelijking met Dickens is hier op zijn plaats. Ook wanneer we de inventieve intrige en de veelheid van kleurrijke personages in ogenschouw nemen, om nog te zwijgen van een voorliefde voor een zeker pathos.

Maar Charlie Croker is te gecompliceerd en te genuanceerd om simpelweg de belichaming te worden van de gewetenloze zakenman, zoals dat bij Dickens het geval zou zijn. Wolfe's boek heeft weliswaar Victoriaanse dimensies, maar de psychologie is die van de late twintigste eeuw.

Centraal gegeven is de beschuldiging aan het adres van Fareek 'The Cannon' Fanon, een populaire (zwarte) football-speler, afkomstig uit een achterbuurt. Hij zou de dochter van de machtige (blanke) Inman Armholster hebben verkracht. De zaak heeft inmiddels de krant gehaald, de burgemeester vreest interraciale spanningen. Bovendien ziet hij zijn herverkiezing in gevaar komen. Hij wil Croker, een gewezen football-held, met Fanon laten praten en in het openbaar een goed woordje voor hem laten doen. Croker wordt benaderd via een advocaat, Roger White II, doorgaans Roger Too White genoemd, eveneens van Afrikaans-Amerikaanse afkomst. Voor Croker ligt, als hij meewerkt, een 'herstructurering' in het verschiet van zijn schulden, die ondanks het massa-ontslag nog altijd torenhoog zijn.

Dit is uiteraard maar een klein deel van Wolfe's breed uitgesponnen web van verwikkelingen. A Man in Full is spannend, meeslepend, humoristisch, informatief en magistraal van vertelkunst. Alleen de krampachtige wijze waarop Wolfe zijn verhaal afrondt, is onbevredigend. Ook Dickens wilde aan het slot van een boek wel eens erg gretig in de trukendoos grabbelen, maar de hier niet nader te duiden deus ex machina waarmee Wolfe op de proppen komt, valt de lezer rauw op het dak. Die heeft dan zeshonderdvijftig pagina's onvervalst leesgenot achter de rug. Hoewel dat de koude douche des te ijziger maakt, is vergevingsgezindheid hier op zijn plaats.

Hans Bouman

Tom Wolfe: A Man in Full.

Jonathan Cape, import Nilsson & Lamm; 742 pagina's; * 49,-.

ISBN 0 224 03036 1.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden