Canon vraagt om evenwicht

Een historische canon sluit niet aan bij het onderwijs. Vakkennis ontbreekt en veel leerlingen hebben nauwelijks geschiedenis, weten Maria Grever en Kees Ribbens....

'Ons land is in verwarring', zei Fons van Wieringen, voorzitter van de Onderwijsraad. Nederlanders weten niet meer wie ze zijn. De oplossing ziet de Onderwijsraad in een nationale canon, zo blijkt uit het rapport De stand van educatief Nederland. Leerlingen moeten de culturele en historische hoogtepunten van Nederland beter kennen. Tijdens de presentatie moest Van Wieringen toegeven dat bestaande programma's niet waren onderzocht (Het Onderwijsblad, 5 februari).

Inmiddels zijn verlanglijstjes met historische personen, jaartallen en gebeurtenissen gepubliceerd. Ook kwamen aanvullingen van Indische Nederlanders, militaire historici, vertwijfelde docenten en hoogleraren die een internationale canon willen. Sommige politici riepen om meer patriottisme.

Belangrijker dan het aanleren van feitjes is het bijbrengen van historisch inzicht. Dat ontstaat pas als leerlingen samenhang zien in de kennis die ze verwerven. Het vergt ook vakdeskundigheid van docenten. En hier doemen meteen de problemen op waar politici omheen lopen.

Ten eerste is de professionaliteit van de docent al jaren systematisch onderuit gehaald en zelfs belachelijk gemaakt. Vakdeskundigheid van docenten vindt men op de burelen van onderwijsbemiddelende instanties onbelangrijk. Docenten moeten vooral procesbegeleiders zijn. Gelukkig bepleit de Onderwijsraad een versterking van het leraarschap.

Inderdaad, investeer meer in PABO's en lerarenopleidingen. Geef docenten de kans zich bij te scholen. Het dicteren van een canon van bovenaf reduceert hen verder tot marionetten, alsof docenten geen goede lesprogramma's kunnen maken.

Ten tweede gaan bewindslieden voorbij aan de roep om uitbreiding van het aantal lesuren geschiedenis. De grootste groep leerlingen doet vmbo. Maar na de tweede klas krijgen ze nauwelijks geschiedenis. Op havo en vwo is het vak binnenkort alleen verplicht in een van de vier profielen: Cultuur & maatschappij. De nadruk op meer historisch besef blijft een loze kreet als hieraan niets verandert.

Toch zien politici van uiteenlopende signatuur het belang van geschiedenisonderwijs. Opvallend is dat Van Aartsen en Marijnissen vooral vanuit een nationaal perspectief denken. Dat is verbazingwekkend en naïef. De pleidooien voor meer nationale geschiedenis herinneren aan de wijze waarop in de 19de eeuw in Europese staten de uitbouw van het vak geschiedenis tot stand kwam. Toen moest de vaderlandse geschiedenis nationale eenheid bewerkstelligen. Het overspannen zelfbewustzijn dat hierdoor werd gevoed, toonde zijn schaduwzijden in twee wereldoorlogen. Met deze erfenis was een naoorlogse streven naar internationale samenwerking in de VN en de Europese Unie begrijpelijk.

De natiestaat is hiermee niet verdwenen. Maar het vanzelfsprekend belang staat wel ter discussie. Niet langer is dit het meest aangewezen kader voor onze identiteit. De vraag is of dit ooit het geval was; de verzuiling maakte de Nederlandse identiteit ook in het verleden al problematisch. In die zin is een gezonde dosis nuchterheid bij alle 'verwarring' meer op zijn plaats dan een paniekreactie.

Maar er is nog iets aan de hand. De populariteit van stamboomonderzoek en de successen van Geert Maks werk tonen een verschuiving in de historische belangstelling naar een meer persoonlijke geschiedenis. Voor zover mensen zich willen spiegelen aan een herkenbaar verleden, kan dat wel eens kleinschaliger zijn dan neopatriotten en verwante geesten wenselijk achten. Bovendien hebben velen tegenwoordig volop gelegenheid hun kennis van het verleden te vergroten. Problematisch daarbij is dat de grenzen tussen informatie en amusement, tussen feit en fictie, niet voor iedereen altijd duidelijk zijn.

Ook de globalisering laat zijn sporen na. Migranten uit voormaligekoloniën en van elders brengen hun eigen geschiedenis mee en hun eigen kijk op het verleden. De Europese eenwording wijst op gezamenlijke ervaringen met andere volkeren, maar evenzeer op onderlinge verschillen. De media die ons informeren, zeker de nieuwe media, worden nauwelijks gebonden door landsgrenzen. Historische informatie die ons bereikt via tv en het net is zeker niet per definitie nationaal van aard.

Kortom, het verleden waarmee inwoners van Nederland in aanraking komen is, veel pluriformer dan het voorgestelde nationale kader. Een geschiedenis die betekenisvol en relevant wil zijn voor de 21ste eeuw dient rekening te houden met deze complexe realiteit.

Kennis van het verleden kan inzicht bieden in hedendaagse maatschappelijke ontwikkelingen. Dat betekent dat deze kennismaking zoals die in het onderwijs plaatsvindt, het best gediend is met een brede blik. Zoals het Nederlandse verleden ingebed is geweest in internationale ontwikkelingen, zo dient ook het beeld van die geschiedenis nadrukkelijk te worden voorzien van een internationale context. Dergelijk onderwijs biedt een evenwichtiger beeld van de geschiedenis, een beeld dat kan leiden tot gevoelens van trots én schaamte, en tot empathie met mensen in uiteenlopende tijden en situaties. Een dergelijk meervoudig perspectief op het verleden vereist aanknopingspunten in de geschiedenis die vaak ontbreken in een nationale canon. Dat bleek ook uit de canon die de historici Jan Bank en Piet de Rooy afgelopen najaar publiceerden. Hun hoogtepunten gaan vooral over politieke geschiedenis, Holland en welgestelde witte mannen. Migranten, vrouwen, Limburgers, slaven figureren hooguit als schimmen op het smalle toneel van een Hollands drama.

Wie echter een breed publiek met uiteenlopende achtergronden wil bereiken, moet ook voor deze groepen herkenningsmogelijkheden uit het verleden bieden. Uiteindelijk herschrijft elke samenleving haar geschiedenis. Maar alleen als dat als gezamenlijk project gebeurt kunnen we met recht spreken van 'ons' verleden. Dat bereik je niet door een nationale canon met namenlijstjes voor te schrijven. Een advies met chronologie en inhoudelijke richtlijnen, prima. Maar geef docenten ook meer lestijd en faciliteiten, zodat ze goed geschiedenisonderwijs kunnen geven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden