Canada zet Inuit in voor lobby

Canada verschuilt zich bij de zeehondenjacht achter de Inuit en besmeurt de reputatie van dierenbeschermers, zeggen Paul Cliteur en Claudia Linssen....

Tot wereldwijde verontwaardiging staat de jaarlijkse Canadese zeehondenjacht weer op het punt te beginnen. Toch lijken ook de protesten enig effect te gaan sorteren, want diverse landen, waaronder Nederland, hebben onlangs een importverbod van zeehondenproducten aangekondigd. Niettemin is de Canadese overheid enorm actief in het lobbyen vóór de jacht. Zo stuurde men een paar weken geleden een delegatie Inuit op Nederland af (Buitenland, 16 maart) en organiseerde Canada gisteren de vertoning van een nogal tendentieuze film.

De Canadese verdediging van de jacht rust hoofdzakelijk op vier pijlers. Allereerst: zeehonden zouden geen bedreigde diersoort zijn. Ten tweede: de jacht zou humaan geschieden. Het derde argument is dat de jacht cruciaal zou zijn voor het voortbestaan van de traditioneel levende Inuit. De laatste pijler is een argumentum ad hominem: het zwartmaken van je tegenstander, in casu dierenbeschermers.

Het eerste punt is natuurlijk op zijn minst eenzijdig. Geen zeehond zal vrede hebben met zijn eigen afslachting omdat zijn soort niet met uitsterven wordt bedreigd. Bovendien zijn er wel degelijk recente wetenschappelijke rapporten die vrezen voor het uitsterven van de soort.

En wat het tweede argument betreft: Uit onderzoek blijkt dat 42 procent van de dieren levend en deels bij bewustzijn wordt gevild.

Het derde argument is sluwer en daarom ook interessanter. Van oudsher vindt in Canada jacht op zeehonden plaats door de Inuit. Hun bestaan is daar goeddeels op gebaseerd. Wat Canada probeert te verdoezelen is dat er twéé zeehondenjachten zijn. Zeker, de Inuit hebben hun jacht die hen in staat stelt hun traditionele leefvormen te handhaven (hoewel dat niet eenvoudig is). Daarvoor bestaat ook een officiële regeling waarbij Inuit voor hun levensonderhoud mogen jagen. In 2006 bestond bijvoorbeeld voor hen een quotum van tienduizend zadelrobben.

Het gaat hier ook niet per se om jonge dieren, want alles van de zeehond wordt gebruikt – de huid voor kleding, vet voor verlichting, vlees voor voedsel et cetera. Deze levenswijze is niet gebaseerd op de export van bont naar modehuizen in Parijs. Geen politiek correcte burger of organisatie die er dan ook tegen in het geweer durft te komen. De angst voor cultureel imperialisme in Europa is bovendien groot.

Maar daarnaast bestaat er de commerciële zeehondenjacht voor bont. Daarvoor ‘mochten’ er afgelopen jaar 330 duizend zadelrobben worden geknuppeld. Het bont wordt van hun lichaam gestroopt en de karkassen blijven achter op het ijs te verrotten. Dit is de jacht van de overbekende beelden en dit is, uiteraard, de jacht waartegen massaal geprotesteerd wordt.

De vierde strategie van de Canadese regering is het besmeuren van het engagement van de dierenbeschermers. Een fraai staaltje daarvan zagen we gisteren in het Amsterdamse Tropenmuseum. Daar vertoonde Canada een film waarin, zo luidde het persbericht, ‘te zien is hoe dierenactivisten een stervende zeehond een uur lang aan zijn lot overlaten’. Dierenbeschermers, zo lijkt zonneklaar, laten het arme dier lijden – om heftig beeldmateriaal te produceren ten bate van hun campagne.

Maar Bont voor Dieren die er destijds bij was, zag de verwoede pogingen het dier te helpen – en de terneergeslagen stemming toen dit onmogelijk bleek. De koortsachtige reddingspogingen zijn simpelweg weggelaten. Wat eveneens brutaal is aan de opzet is dat dierenbeschermers zeehonden niet mogen doden, en zeehondenjagers en dierenartsen wel. De dierenbeschermers overtreden de wet, wil de film dus aantonen. Maar wie hadden ook alweer die zeehond verwond?

Met één gevoelig punt lijkt de Canadese overheid te kunnen scoren. Is het niet hypocriet dat ‘wij’ ons in Nederland druk maken over slachtpartijen in Canada terwijl wij hier óók massaal dieren mishandelen? Allereerst: de ene misstand mag nooit een rechtvaardiging voor de andere zijn. Ten tweede: de situatie aangaande de bontindustrie lijkt zich in Nederland wel degelijk te verbeteren, zij het langzaam. Zo is medio jaren negentig een fokverbod voor vossen en chinchilla’s afgekondigd en komt er binnenkort een wetsvoorstel om ook de nertsenfok te beëindigen. En als dat het haalt, dan zullen de nertsenfokkers keurig worden gecompenseerd. Zoiets kun je als overheid namelijk gewoon regelen in plaats van je tijd en geld te verknoeien om een ridicuul propagandacircus rond te laten reizen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden