Camera bevoordeelt gewiekste advocaat

Camera's in de rechtbank vergroten niet de transparantie van de rechtsgang maar het overwicht van de strafpleiter.

Onbekend maakt onbemind, luidt het aloude adagium. Die volkswijsheid hebben de samenstellers van het rapport Rechtspraak in beeld ter harte genomen. Onder leiding van Yvonne van Rooy, voorzitter college van bestuur van de Universiteit Utrecht, is men tot de aanbeveling gekomen rechtszaken standaard, onder voorbehoud van een paar mitsen en maren, te filmen en uit te zenden.


Men oppert zelfs de oprichting van een landelijk themakanaal: Rechtspraak 24 of Court TV. De gedachte hierachter? Bij publiek en media zal de vertrouwdheid met de Nederlandse rechtspraak toenemen, en dat vergroot het vertrouwen in de rechterlijke macht.


Zichtbaarheid is dus de panacee waarmee het tanende gezag van de magistratuur ondervangen kan worden. De veelbezongen kloof tussen burger en overheid - want daar gaat het hier uiteindelijk over - valt te beslechten door het ambt van rechter onder cameratoezicht te plaatsen. De commissie stelt dat cameraregistratie van rechtbankzittingen meer evenwicht moet brengen in de beeldvorming.


Beeldvorming dus; het eeuwige codewoord voor een mediageniek tijdsgewricht. Maar wat is het beeld dat nagejaagd wordt en welk evenwicht heeft men op het oog?


Voor een antwoord op die vraag is het goed de context in ogenschouw te nemen. Dit advies, en de behoefte om een bepaald beeld te corrigeren en in evenwicht te brengen, komt voort uit een evaluatie van het Wilders-proces. Niet de rechterlijke dwalingen van andere geruchtmakende zaken (Schiedammer parkmoord, Lucia de B.), maar het mediaspektakel en de beeldvorming rondom de zaak-Wilders is aanleiding om de rechters onder het toeziend oog van camera's te plaatsen. Het is een ervaring die klaarblijkelijk naar meer smaakt en aanleiding geeft om de luiken van de rechtszaal verder te openen.


Maar droeg het podium waarop Wilders en Moszkowicz, mediabehendig als zij zijn, live hun kunstjes mochten vertonen, nu niet juist bij aan een onevenwichtige beeldvorming van het ambt van rechter? Zij eisten alle aandacht op met goed getimede wrakingsverzoeken, theatrale monologen en suggestieve opmerkingen over D66-rechters.


De raadsman van Wilders slaagde erin om de aandacht van het publiek af te leiden van het werkelijke onderwerp. Het proces leek uiteindelijk niet over haatzaaien te gaan, maar over de geloofwaardigheid van de magistraten zelf. Het was alsof niet de NOS maar Moszkowicz achter de camera stond, en precies op die details inzoomde die hem welgevallig waren.


De commissie onderkent het gevaar dat een verdachte zich rechtstreeks tot de kijker wendt om zo de publieke opinie te beïnvloeden. Men denkt dit te ondervangen door de voorzitter van de rechtbank de mogelijkheid te geven de camera's, al dan niet tijdelijk, uit te schakelen. Maar toppleiters en topcriminelen zullen heus niet zo naïef zijn om hun blik op de in de systeemwand weggemoffelde camera te richten. Zij zullen hun woorden keurig via de voorzitter van de rechtbank laten lopen met in het achterhoofd de vraag: hoe bereik ik een zo groot mogelijk effect in de huiskamer?


De manipulatieve talenten van professionele strafpleiters worden onderschat en de mogelijkheden van rechters om hierin in te grijpen, overschat. Zo ontstaat het risico dat de registratie van één geruchtmakende zaak al die andere uitzendingen van Court TV uit het collectieve geheugen wist. Dat noemt men ook wel afbraakrisico; het opgevijzelde imago (als daar überhaupt al sprake van is) verdwijnt in één klap als sneeuw voor de mediazon.


Transparantie als wapen om misverstanden uit de weg te ruimen en beeldvorming te beïnvloeden, miskent de dieperliggende oorzaken van de gezagscrisis tussen burger en overheid, waar de autoriteitscrisis van de rechterlijke macht een symptoom van is. Heeft men zich ooit afgevraagd in hoeverre de live-uitzendingen van Kamerdebatten het vertrouwen in politici vergroot heeft?


Bovendien zal beeldregistratie van een procesgang nauwelijks iets bijdragen aan een beter begrip van de rechtspraak in zijn geheel. Dat vereist nu eenmaal een zekere voorkennis. Sterker nog, met de reductie van de rechtsgang tot een media-event uitgevochten in de rechtszaal, vergroot men het gevaar dat het ingezette wapen in handen valt van mediagenieke advocaten en hun slachtoffers. En zij zullen het vervolgens effectief tegen de macht zelf inzetten.


Hans schnitzler is publicist en filosoof.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden