Cambodja's 'tweede premier' is in feite nummer één

Een en al glimlach was Hun Sen tijdens zijn bezoek aan het hete en stoffige Cambodjaanse dorp Kantuot. Hij omarmde vroegere vijanden, deelde enveloppen met geld en zakken rijst uit, en sprak tot een gehoor van soldaten, diplomaten en overgelopen Rode Khmers: 'Wij zijn allen broeders.'..

The New York Times

KANTUOT

Er zijn ook dagen dat hij niét glimlacht. Dan laat hij tanks door de straten van de hoofdstad Phnom Penh rijden, sleept hij een politieke tegenstander voor de rechter, waarschuwt hij dat een bepaalde politieke partij wel eens het mikpunt van gewelddadigheden zou kunnen worden en laat hij zich lovend uit over een knokploeg die het redactielokaal van een krant kort en klein heeft geslagen.

Of hij nu glimlacht of niet, het begint er steeds meer op te lijken dat de 44-jarige Hun Sen, officieel de 'tweede premier' van Cambodja, in feite de baas is in het land. Sinds hij in 1993 bij de door de Verenigde Naties georganiseerde verkiezingen zijn meerdere moest erkennen in de royalistische partij Funcinpec, waarvan hij de coalitiepartner is, heeft hij zijn greep op de macht stukje bij beetje versterkt. Buitenlandse waarnemers spreken van 'een fluwelen burgeroorlog', of van 'een stille coup'.

Daar moet wel bij worden gezegd dat Cambodja zich nooit zo heeft geleend voor een bondige politieke analyse. En nu dit door burgeroorlog verwoeste land bezig is nieuwe politieke instituties en configuraties te formeren, is de toestand ondoorzichtiger dan ooit.

Hun Sen heeft het rijk bepaald niet alleen. Vorige maand kwam koning Norodom Sihanouk met de overrompelende mededeling dat hij stervende was, dat zijn zoon hem zou opvolgen en dat de royalistische Funcinpec dan wel zou instorten.

In plaats van de koning op zijn woord te geloven, begonnen de meeste Cambodjanen zich af te vragen wat de 73-jarige vorst nu weer in zijn schild voerde. De meeste mensen dachten dat de koning, die formeel boven de partijen staat, de politieke tegenstanders van Hun Sen een steuntje in de rug had willen geven. 'Wanneer de koning iets zegt, bedoelt hij soms ook nog wel eens iets wat hij niét zegt', meent Sam Rainsy, een van de voornaamste oppositiefiguren in Cambodja.

Radicale tegenstanders van de regering als Sam Rainsy mogen dan beweren dat vrijwel ieder artikel van de nog maar twee jaar oude grondwet wordt geschonden, Cambodja kent nog steeds een vrije pers, mensenrechtenorganisaties en democratische procedures, ook al staan die voortdurend onder druk.

Hun Sen en de rivaal met wie hij, niet altijd eendrachtig, samen de regering leidt, 'eerste premier' Norodom Ranariddh, zijn al druk bezig campagne tegen elkaar te voeren met het oog op de verkiezingen van over twee jaar. Er gaat haast geen week voorbij of Hun Sen en Ranariddh (Sihanouks zoon) reizen per helikopter de provincies af om scholen, klinieken en irrigatieprojecten te openen. Hier in Kantuot, tachtig kilometer ten zuiden van Phnom Penh, beloofde de 'tweede premier' dat zijn vrouw en hij er van hun eigen geld een schooltje zouden laten bouwen.

Hun Sens bezoek aan Kantuot markeerde een succes op in elk geval één belangrijk terrein: de strijd tegen de Rode Khmers, die Cambodja van 1975 tot 1979 in hun greep hadden. Onder leiding van Pol Pot pleegden de Rode Khmers de ene massamoord na de andere, zodat Cambodja nu nauwelijks meer deskundigen over heeft die de openbare instellingen weer op poten kunnen zetten.

Hier in Kantuot aanvaardde Hun Sen, die tot 1977 zelf een Rode-Khmercommandant was, de overgave van generaal Heng Pong, de hoogste Rode-Khmerofficier die ooit is overgelopen. Samen met Heng Pong leverden nog driehonderd Rode Khmers hun wapens in. Nu zijn er naar schatting nog vijfduizend Rode Khmers actief in de jungle, en hoewel ze nog steeds een gevecht kunnen winnen, hebben ze tegenwoordig meer van een roversbendes dan van een verzetsleger.

De strijd tegen de Rode Khmers is niet langer het belangrijkste gevecht in Cambodja - dàt gaat erom wie er heer en meester is van het land, dat door de VN ten koste van bijna drie miljard dollar is voorzien van een democratisch gekozen regering. De voortdurende politieke geweldplegingen, de corruptie, de mensenrechtenschendingen en de wijd verbreide armoede hebben menigeen binnen en buiten Cambodja de moed in de schoenen doen zinken.

De royalistische Funcinpec van prins Ranariddh won de verkiezingen in 1993 met klein verschil, maar aanvaardde de Cambodjaanse Volkspartij van Hun Sen als coalitiepartner. Achteraf gezien zijn de meeste politieke waarnemers het er wel over eens dat het een ongelijkwaardige parterschap was.

De meeste leiders van Funcinpec zijn voormalige ballingen, zoals prins Ranariddh zelf, een elite die probeert de ministeries in Phnom Penh weer op de been te brengen. De Cambodjaanse Volkspartij daarentegen is de reïncarnatie van de Communistische Partij, die het land onder leiding van Hun Sen heeft bestuurd vanaf 1979 totdat de Verenigde Naties kwamen om de verkiezingen voor te bereiden. Deze partij heeft nog altijd een stevige greep op het ambtelijk apparaat, de politie en het leger.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden